Een paar uur slaap en weer repetitie

Het tafereel had een hedendaagse parodie kunnen zijn op De Tuin der Lusten van Jeroen Bosch: een stalvloer bezaaid met knuffelberen, opblaasbloemen, pingpongballen en M&M's. Te midden van die kwistig rondgestrooide prullaria een blaasorkest. Vijftig man sterk, blazend alsof hun laatste uur geslagen heeft.


Hier, in de stal van kampeerboerderij Het Hoof in het Brabantse Someren, repeteert het Nederlands Studenten Orkest (NSO). Of eigenlijk, de helft daarvan. De strijkers zitten een stal verder. Als de trompetten, fluiten en fagotten een moment zwijgen, zijn de violen en cello's duidelijk te horen.


In tien dagen studeert het orkest drie stukken in: het romantische epos Ein Heldenleben van Richard Strauss, het celloconcert van Edward Elger en Moriae Encomium, een compositie van de jonge Nederlandse componist Marijn Simons.


Voor de goede orde: het NSO is niet zomaar een clubje studenten dat zo nu en dan een instrument aanraakt. De 103 orkestleden behoren tot de beste amateurmuzikanten van Nederland.


Voor het NSO nemen ze een maand vrij van studie, bijbaantje en sociale verplichtingen en betalen ze 260 euro - precies een maand studiefinanciering. Dirigent Peter Biloen, de rest van het jaar werkzaam als dirigent van professionele orkesten, vindt dat het NSO 'op professioneel niveau presteert'.


De NSO-formule werkt al 59 jaar hetzelfde. Begin februari vertrekt een groep muzikanten naar een perifeer gelegen oord om tien dagen te repeteren. Vervolgens rollen ze vanuit de stal zo de concertzaal in. Na elf concerten in Nederland sluit het orkest de tournee traditioneel af in het buitenland. In Krakau dit jaar.


Ten opzichte van vorige edities zijn er twee verschillen. Het eerste springt direct in het oog - en oor. De publiciteit is veel groter dan in voorgaande jaren. Het NSO is de laatste weken overal: op facebook, op posters in de stad, op Radio 4 en op Campus TV.


Het tweede verschil is minder zichtbaar, maar des te ingrijpender. Na jarenlange sponsoring trok hoofdsponsor Océ zich twee jaar geleden terug. Een nieuwe hoofdsponsor werd niet gevonden. Het bedrag van 50 duizend euro dat het NSO jaarlijks van Océ kreeg, moet het bestuur nu bij elkaar sprokkelen. Nog niet eerder in zijn bestaan zat het NSO zo krap bij kas.


Ziedaar het verband. Omdat een groot deel van de inkomsten uit kaartverkoop komt, is goede pr juist dit jaar belangrijk. 'We moeten voor volle zalen spelen,' zegt Jacob van der Vlugt (22), publiciteitsman en bassist. Hij studeert rechten, maar wie hem hoort praten zou zweren dat hij een door de wol geverfde marketinggoeroe is.


Zijn opvallendste ingeving is de op Campus tv uitgezonden serie Oh, Oh, NSO, waarin vier orkestleden, Blondje, Showmans, Fluitmeisje en Unique, de enige donkere jongen in het orkest, worden gevolgd. Hun bezigheden zijn stukken braver en hun uitspraken in de verste verte niet zo ontluisterend als die van Sterretje, Jokertje en MatsuMatsu uit Oh, Oh Cherso. Toch vermoedt Jacob dat de serie werkt. 'Iedereen kent die formule, dus gaan mensen daar naar kijken.'


Over de beeldvorming, professioneel en studentikoos, heeft Jacob goed nagedacht. De NSO'er is stoer, of het nu op muziek maken of bier drinken aankomt. Of, gesproken met het inmiddels uitgekauwde mantra uit marketingkringen: work hard, play hard.


Mooi meegenomen dus, dat ze Ein Heldenleben spelen. Het bestuur heeft die gelegenheid aangegrepen om de muzikanten als helden neer te zetten. Op de posters poseren ze tegen loodgrijze hemels, hun instrument fier opgeheven, een onvermurwbare blik in de ogen, zoals helden betaamt.


De Helden repeteren acht uur per dag. Wat ze de rest van de tijd doen laat zich raden. 'Na de laatste repetitie, om half elf, gaat de tap open', zegt violist Peter-Paul (24). 'En dan gaat het door tot een uur of zeven 's morgens.' Collega-violiste Roefke (22) nuanceert dat: 'Hij wel ja. Ik trek het maar tot een uurtje of halfvijf.'


Voorzitter Lútsen de Vries (22) en de zes andere bestuursleden moeten, buiten de repetities om, zorgen dat alles is geregeld: van voldoende partituren en lessenaars tot het dagprogramma. Ook moeten ze acute problemen, zoals het uitvallen van een van de twee harpistes, zien op te lossen.


Zelfs de speelgoedexplosie maakt deel uit van hun plan: het bestuur heeft de orkestleden verdeeld in 'troetelgroepjes'. Het is de bedoeling dat ze elkaar tussen de repetities door zoveel mogelijk verwennen. Dat doen ze vooral door elkaar prullaria cadeau te geven. Vicevoorzitter Linde Holtkamp lacht besmuikt: 'Ik geloof dat het hele assortiment van de Action in het dorp hier over de vloer ligt.'


De dwarsfluitistes moeten wat meer van zich laten horen, vindt hulpdirigent Harmen Cnossen. 'Kom op fluitella's, jullie worden weggeblazen! Prammen naar voren, kont naar achteren en spelen.' De rest van het orkest grijnst - tot Cnossen zijn stokje opheft. Dan is er opperste concentratie, want het stuk is lastig genoeg.


Dat Ein Heldenleben als bijna-onspeelbaar-moeilijk te boek staat, was voor veel NSO'ers het doorslaggevende argument om zich op te geven. Eva (20), studente psychologie uit Utrecht: 'Ein Heldenleben spelen is gewoon supervet.'


Dirigent Peter Biloen vindt Heldenleben vooral een grote uitdaging. 'Iedere afzonderlijke partij is ontzettend ingewikkeld, zodat het samenspel bijna onmogelijk lijkt. Al helemaal met orkestleden die nog niet op elkaar ingespeeld zijn.' De eerste dagen maakte hij zich soms zorgen, maar nu loopt het op schema.


Die druk, het samen naar iets toewerken: het maakt het allemaal alleen maar leuker, vindt Julia (24), studente diergeneeskunde in Utrecht. 'Heerlijk om even helemaal weg te zijn, en alleen met muziek bezig te zijn. Ik heb zelfs nog niet mijn moeder gebeld.'


Jacob denkt dat NSO een soort levenswijze is. 'Er bestaat echt zoiets als een NSO-sfeer, of een NSO-cultuur met NSO-momenten en NSO-grappen. Oud-NSO-ers blijven elkaar nog jaren opzoeken. Er zijn zelfs NSO-kinderen geboren. Er loopt hier een jongen rond die de zoon is van twee oud-NSO-ers.'


Drie van de zeven bestuurders zitten in hun 'kantoor': een carré van tafels met laptops. Vanaf deze plek leggen ze de laatste hand aan de organisatie van de tournee: ze bellen geregeld met de plaatselijke publiciteitscomités en houden contact met de honderden gastgezinnen waar de orkestleden straks zullen logeren.


Vanwege de financiële krapte is dit jaar het adagium 'alles zo goedkoop mogelijk'. Het NSO is er trots op dat het zichzelf al bijna zestig in leven weet te houden met een minimum aan subsidies, vertelt Jacob. 'We draaien voor het grootste deel op sponsoring. We willen niet afhankelijk worden van overheidssubsidies, zeker nu niet.'


Als het woord subsidies is gevallen, gaat het gespreksonderwerp onvermijdelijk richting linkse hobby's. Linde vindt het heel vreemd dat uitgerekend klassieke muziek dat stempel opgedrukt heeft gekregen.


'Als ik naar het Concertgebouw ga zie ik meer mensen die eruit zien alsof ze er rechtse hobby's op na houden. En veel bedrijfsuitjes. In ieder geval nauwelijks geitenwollensokken.' 'Niet dat we die nou per se naar onze concerten willen halen', haast Jacob te zeggen. 'Maar we willen wel een groep aanspreken voor wie het bezoeken van klassieke concerten niet vanzelf spreekt.'


Dat wil Jacob bewerkstelligen door in te zetten op sociale media, maar ook door oude tradities uit het slop te halen. 'Het NSO had vroeger nauwe banden met studentencorpora. Als we in het Amsterdamse Concertgebouw speelden, zat het halve ASC (het Amsterdamse studentencorps red.) in de zaal. Het zou toch mooi zijn als dat nu ook kon.'


Een andere traditie waar de bestuursleden aan hechten, zijn de goede banden met het Konininklijk Huis. Prinses Juliana was tot haar dood beschermvrouwe van het orkest. Beatrix is dat niet, maar komt wel trouw luisteren - als ze kan. 'Dit jaar kregen we een telefoontje dat ze helaas verstek moet laten gaan vanwege de wintersport,' zegt Lútsen. En dan, trots: 'Haar hofdame belde persoonlijk.'


'Als je het zo bekijkt, is er in bijna zestig jaar nauwelijks iets veranderd.' Jacob zoekt op zijn laptop een filmpje uit 1954: het NSO op het Polygoon-journaal. De vertrouwde ingeblikte stem vertelt dat 'de musicerende studenten in feestelijke optocht naar het stadhuis van het Noord-Hollandse Bergen zijn getogen om de burgemeester van het dorp te bedanken voor de gastvrijheid'.


Vervolgens laat Jacob een filmpje zien dat hij de vorige dag heeft opgenomen: verklede orkestleden op weg naar het gemeentehuis van Someren. Ze toeteren When the Saints go marchin in en andere gospels.


Afgezien van de kwaliteit van de opname, is er maar één groot verschil tussen de filmpjes: Het NSO van 1954 bestond voornamelijk uit mannen, in 2011 is tweederde van de orkestleden vrouw. 'En dat terwijl er in de beginjaren nog werd getwijfeld of vrouwen überhaupt wel toegelaten moesten worden', lacht Lútsen.


Laatst vonden ze in een vergaderstuk uit die tijd een pleidooi van een tegenstander. Het luidde als volgt: 'Een man heeft twee handen nodig voor zijn contrabas.'


Linde kijkt op haar horloge - ze moesten maar eens iets gaan eten. Om half acht begint de avondrepetitie. Buiten, op het donkere tuinpad, slaakt ze een zucht: 'De avondrepetitie is de zuurste sessie. Maar dat hoort er juist bij, dat maakt het leuk. Ik moet niet vergeten ervan te genieten. Voor je het weet, is het voorbij.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden