Een overgevoelig, grijs kind

Het eerste hoofdstuk van haar groots opgezette biografie van de Engelse dichter William Wordsworth (1770-1850) gaf Juliet Barker de titel 'The Child is Father of the Man'....

In navolging van Rousseau vond hij de natuur onbedorven (als het kind, denkt men erbij), de stad verdorven. Dat hij, tegen de geest van de eigentijdse poëzie in, trachtte te dichten in 'gewone' taal, is niet verwonderlijk. Maar het dichterschap was bij hem toch sterker dan de leer. (En hoe de stad hem kon inspireren, bewijst het gedicht 'Composed upon Westminster Bridge'; het begint met de regel: 'Earth has not anything to show more fair:', en dan volgt een schitterende, bezielde beschrijving van Londen, in een van de mooiste sonnetten uit Wordsworths werk.)

Dat gedicht schrijft hij in 1802, het jaar dat hij trouwt. Hij had zijn revolutionaire jaren achter zich; de Franse revolutie had hem zo sterk bekoord, dat hij bij een verblijf in Valois een kind verwekt bij de dochter van een dokter. Zijn hang naar eenvoud in de taal die de poëzie voor gewone mensen toegankelijk moest maken, hangt met zijn revolutionaire ideeën samen. Hij zal in zijn lange leven langzaam vergrijzen tot conservatisme.

Zijn ontdekker als dichter was de grote Coleridge, die intellectueel verre zijn meerdere was. Hun samenwerking is intens; samen publiceren zij in 1798 de bundel Lyrical Ballads. Met de ballade keerden zij terug naar de volkspoëzie, wat hun de hoon van de kritiek bracht. (In de bundel staan overigens twee nu zeer klassieke gedichten van Coleridge en Wordsworth.) Samen hebben ze reizen gemaakt - Wordsworth was een hartstochtelijk wandelaar -, ze hebben in één huis gewoond, samen met Wordsworths zuster Dorothy, met wie de dichter een uiterst hechte band had; in de beleving van de natuur en in de literatuur waren zij een twee-eenheid. Toen Wordsworth trouwde, werd zijn zus de tweede of de eerste vrouw in huis. (Van Coleridge moest afscheid worden genomen; zijn opiumgebruik maakte de nabijheid van de vriendschap onmogelijk.)

De Wordsworths woonden altijd buiten, in het Lake District (zoals andere dichters, die dan ook de Lake poets heten). Zijn erkenning als dichter komt heel geleidelijk. Met name de criticus Francis Jeffrey heeft in zijn The Edinburgh Review genadeloos over hem geschreven. Door protectie krijgt hij een niets voorstellende, maar wel redelijk betaalde baan bij de post. Het mooie is dat hij iemand in dienst nam die het werk deed; de man was ook goed voor tuinwerk en zou later zelfs drukproeven corrigeren voor zijn 'postmeester'!

Hij groeit steeds meer naar het grijze kind dat hij achter zich had gelaten. Tegen het einde van zijn leven wordt hij voortdurend geëerd - hij wordt eredoctor van Oxford en Poet Laureate -, zijn uiterlijk heeft dan de volmaakte staat van vergeestelijking bereikt. Als in de hele Victoriaanse tijd wordt er in en om het gezin heel druk en smartelijk geleden en gestorven. Zijn grootste verlies lijdt Wordsworth in Dorothy, die heel snel geestelijk aftakelt en kinds (!) wordt. Zij zal haar broer vijf jaar overleven.

Dat Juliet Barkers biografie een dubbele is - onvermijdelijk ook die van Dorothy - zal duidelijk zijn. Zij is meer dan de waakvlam van zijn dichterschap geweest. Zij staat ook centraal in een nieuwe originele biografie van Wordsworth, ook door Barker. De nieuwe biografie is een collage van brieven, hoewel ook andere documenten soms worden gebruikt. Er is hier niet de historische afstand van de traditionele biografie; er is geen ordening van gebeurtenissen tot een zinvol geheel. De correspondenten schrijven het verhaal, hier en nu.

De brieven zijn uiteraard een selectie; en van de meeste wordt alleen een fragment afgedrukt. De hoofdlijn van het leven moet zichtbaar blijven. Die hoofdlijn is hier vooral de gang van Wordsworths dichterschap. Maar aangezien hij in veel van zijn werk een typische gelegenheidsdichter is - zijn reizen worden verdicht, sterfgevallen brengen sonnetten voort, eigen aan plaats en tijd gebonden ervaringen worden verzen; Wordsworth was een zeer concrete dichter - krijgt de gang van zijn leven ook veel ruimte.

Wordsworth vroeg zijn correspondenten altijd zijn brieven te vernietigen; hij wilde in zijn werk bestaan. De meesten hebben dat, als gewoonlijk, niet gedaan. Hij verdroeg (en gebruikte, voor zijn poëzie) wel het dagboek dat Doro & thy bijhield (het heeft haar onsterfelijk gemaakt). Een groot briefschrijver was Wordsworth niet, in tegenstelling tot Coledridge, een enkele brief van hem, hier opgenomen, munt uit door stevigheid en kracht van taal, naast het zachte proza van Wordsworth.

De beste briefschrijver is Dorothy. Door haar brieven kunnen wij de geschiedenis van Wordsworths dichterschap van heel dichtbij volgen. Haar grote deugden zijn geduld en bewondering. Zij wacht steeds, en dat soms heel lang, op nieuwe gedichten en bewondert die meteen. Zij lijkt soms het scheppen van dichtbij te zien, maar het is het opschrijven, want Wordsworth vormde het gedicht eerst lang en langzaam in zijn hoofd en schreef het dan vrij snel op. Het ontroerendste is haar steeds herhaalde hoop op voltooiing van het grote gedicht The Recluse. Haar hoop was ijdel.

De brieven geven uiteraard ook een goed beeld van het Victoriaanse leven in de wat betere klasse, van het huiselijke leven van de Wordsworths ook. In het gezin staan de dichter en diens werk centraal. Iedereen staat daar in dienst van. Wordsworth vrouw, ook een lieve briefschrijfster, blijft in de schaduw. En daar zijn natuurlijk de wandelingen, de reizen en buitenlanlandse verblijven. Wordsworth is een stille, liefhebbende echtgenoot en vader. Misschien het ontroerendst is de moeite die hij doet om zijn postbaan voor zijn zoon te verwerven. Wat ook lukt.

Uit de 562 brieven en documenten kies ik een brief van Wordsworth aan de schoonzoon van Coleridge; de brief is gedateerd 19 juli 1834 - Coleridge is net overleden:

'Ik kan geen uiting geven aan mijn gevoelens bij deze droevige gelegenheid. Ik heb daar niet de geestkracht toe. Het laatste jaar heeft heeft mij zo veel van mijn vrienden, jong en oud, ontnomen en zo veel verdriet, persoonlijk en publiek, gebracht, dat het niet van egards tegenover u zou getuigen zou ik mij aan alle zware en droevige gedachten en herinneringen die op mij drukken, overgeven. Het is bijna veertig jaar geleden dat ik hem, die wij nu hebben verloren, leerde kennen en hoewel ik met uitzondering van de zes weken dat wij, met mijn dochter, samen waren op het vasteland, de laatste twintig jaar weinig van hem heb gehoord, is zijn geest bijna altijd in mij aanwezig, met het erbij horende gevoel dat hij nog in leven is. Die smalle band is gebroken en ik en de meesten van wie mij het naast en het liefst zijn moeten zich voorbereiden en ernaar streven hem te volgen.'

Coleridge en zijn schoonzoon hadden meer dan deze gekoesterde tranen verdiend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden