EEN OVERBODIGE PARTIJ

DOET 'ie het of doet 'ie het niet, dat is de vraag die steeds opduikt in beschouwingen over D66. Het resultaat van de Democraten bij de volgende verkiezingen lijkt immers vooral af te hangen van een beslissing die de minister van Economische Zaken moet nemen....

Dat D66 popelt om een verdwaalde VVD'er tot aanvoerder te bombarderen, is opmerkelijk. Een links-liberale partij met een profeet van de vrije markt als leider, dat oogt vreemd. In ieder geval trekt de opvolgingskwestie meer aandacht van de media dan het inhoudelijke debat binnen het Democratische kamp. Toch zou dit debat de intellectuele basis moeten leggen voor de politieke koers.

De autocraat Van Mierlo voelde, zo is algemeen bekend, weinig behoefte aan discussie. Hij dacht zelf wel na, en vond mensen bovendien belangrijker dan principes en programma's. Het probleem van een gebrek aan Democratisch profiel wist hij handig te ondervangen door zijn charmante en warme uitstraling, waarmee hij ontevreden kiezers bij de grote partijen weglokte.

Toen het aanzien van minister Van Mierlo langzaam afbrokkelde en de Democraten in de paarse coalitie een nogal overbodige indruk begonnen te maken, groeide het verlangen naar teksten die een keer duidelijk konden maken wat D66 nu eigenlijk wil. 'D66 staat voor niets', de ironische verkiezingsleus die Van Mierlo naar verluidt ooit heeft gesuggereerd, is waarschijnlijk toch niet echt wervend.

In het kader van het project 'Voor de verandering' (een naam die uiting geeft aan de typisch progressieve misvatting dat vernieuwing per definitie beter is dan behoud) werden daarom allerlei discussies gevoerd die de partij moesten helpen haar identiteitscrisis te overwinnen.

Het eindproduct van het project heet Partij in Beweging. Het is een pak papier dat voor het grootste deel bestaat uit verslagen van verwarrende discussies over tal van maatschappelijke kwesties. Het geheel wordt evenwel voorafgegaan door een soort beginselverklaring.

Deze verklaring klinkt mooi. D66 blijkt voor het individu en voor de gemeenschap, voor de markt en voor de overheid, voor meer concurrentiekracht van het bedrijfsleven en voor een schoner milieu. Dit zijn sympathieke uitgangspunten. Jammer genoeg vormen ze echter nauwelijks een basis voor het frisse, heldere en vernieuwende verkiezingsprogramma waar fractievoorzitter Wolffensperger naar zegt te snakken.

De denkers in de partij leveren hem ook niet zoveel praktische bouwstenen. Partij in Beweging stelt dat een partij die haar bestaansrecht wil bewijzen, geen intellectuelen moet opsluiten in een kamer. Nee, zo'n partij 'moet de hort op, het land in, speuren naar ideeën en wensen'.

Ondanks dit populistische standpunt opereren binnen D66 wel intelligente mensen die niet denken alle wijsheid op straat te vinden. Een aantal van hen heeft onlangs het rapport(je) Van Ideologie tot Politieke Verantwoordelijkheid gepubliceerd. De leider van de commissie van het wetenschappelijk bureau van D66 heet Jan Glastra van Loon.

Nu heeft de bejaarde senator als voorzitter van het Humanistisch Verbond al naam gemaakt met het presenteren van warm klinkende, maar volstrekt nietszeggende teksten, en hij slaagt erin zijn reputatie hoog te houden. Men leze slechts de slotzin van de studie. Het pragmatisme, zo wordt opgemerkt, 'is een mentaliteit, een geestelijke instelling, een levenshouding die geen zekerheid heeft buiten zichzelf - waarvoor je kiest en waarvoor je staat, als een vertegenwoordiger niet van een hoger beginsel, maar van het onzekere in alle menselijke ondernemingen en verhoudingen'. Cynisch commentaar overbodig, dunkt me.

D66, schreef J.A.A. van Doorn bij het dertigjarige jubileum van de partij, heeft als politieke formatie altijd iets kunstmatigs gehad, iets bedachts, niet onintelligent, zeker niet onaardig, maar wezenlijk onserieus. Het was 'een bedenksel, ontstaan op krantenredacties, uitgewerkt door academici, gecolporteerd door reclamemensen'.

Nu D66 met de creatie van paars zijn grootste wens in vervulling heeft zien gaan, een nieuwe aantrekkelijke leider nog niet klaar staat en de roep om directe democratie steeds meer als 'oude kost zonder attractieve waarde' (Van Doorn) wordt ervaren, wreken zich het gebrek aan maatschappelijke worteling en de programmatische zwakte van de partij.

D66 beschikt over veel doctorandussen van wie interessante bijdragen aan het publieke debat verwacht zouden kunnen worden. Maar zij kunnen of willen niet aan hun plicht als ideeënproducent voldoen, zodat het wat wrang is om in de Democratische poging tot beginselverklaring een pleidooi te zien staan voor de politieke partij als 'platform in de samenleving, als katalysator van publieke meningsvorming en pressie'.

'Het huidige scala aan partijen lijkt zichzelf te hebben overleefd en roept nauwelijks nog publiek debat op', lezen we eveneens in Partij in Beweging. Deze constatering geldt vooral voor D66 zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden