Een oude locomotief

Dertig jaar geleden werd Una Paloma Blanca uitgebracht, George Bakers wereldhit. Het idool van toen zingt nog zo'n 120 keer per jaar, vooral in discotheken en feesttenten....

So they began to drive and there was music coming from the radio. The words of the song told of the flight of a white bird. 'Una paloma blanca', went the refrain. 'I'm just a bird in the sky. Una paloma blanca, over the mountains I fly.' The driver said, 'Would you like me to leave the radio on?' Gary said, 'Yes.' (Norman Mailer, The Executioner's Song)

George Baker komt de grote eer toe een zin te hebben geschreven die helemaal van hem is, die zijn vingerafdruk is geworden. Niemand kan die zin zo vertolken als hij. Er zijn genoeg andere artiesten die het hebben geprobeerd, soms zelfs met veel succes, maar de zin luistert nauw. Klemtoon op het eerste en laatste woord, beetje afgeknepen, beetje galmend. I'm just a bird in the sky.

Het is de tweede zin in het refrein van Una Paloma Blanca, zijn wereldhit in de ware zin des woords. Dertig jaar geleden werd Una Paloma Blanca uitgebracht. Het nummer reikte in tien landen tot de eerste plaats van de hitparade en is daarna eigenlijk nooit meer weggeweest. Ook op dit moment weerklinkt ergens ter wereld ongetwijfeld het even onweerstaanbare als irritante blokfluitintro. In 1979 gebruikte Norman Mailer Una Paloma Blanca voor zijn meesterlijke roman The Executioner's Song, dit jaar kreeg het wiegeliedje een elektroshock voor de film Vet Hard en deze avond brengt de maestro beide versies ten gehore in een Brabantse feesttent.

Riethoven, een Brabants dorp tussen Eindhoven en Turnhout, viert de lente en doet dat met blond schuimend bier. Het gilde St. Anna heeft de organisatie in handen, de plattelandsjeugd doet gek en stevige veertigers in rode Tshirts zien toe op de orde.

De avond belooft nog René Schuurmans en Marianne Weber als mevrouw en meneer Baker zich rond half negen melden in het gildehuis. Op de zolder, die tevens dienst doet als artiestenkamer, steekt George Baker de brand in een Villiger Kiel, een kleine sigaar met mondstuk, en zegt: 'Zo.' Uit de feesttent op het weiland klinkt het gebeier van een klok, vermoedelijk die van Arnemuiden. Dat zal dus wel Arne Jansen zijn, de zanger die ooit furore maakte met Meisjes met Rode Haren ('die kunnen kussen, dat is niet mis'). Arne Jansen moet sfeer maken en dat gaat hem, zo te horen, goed af.

George Baker verwisselt zijn gympen voor zwarte laarzen. De trainingsbroek maakt plaats voor een zwarte broek en het bruine leren jack wordt een zwart leren jack. Vervolgens begeleiden een paar rode T-shirts Mr. Black, nog altijd sabbelend aan zijn sigaar, naar de tent. Mevrouw Baker sluit de rij, met in haar hand een cd waarop de muziek van vanavond staat.

De spreekstalmeester kondigt hem aan als de man van Uno Polamo Blanco, waarna George Baker de gaskraan meteen opendraait met twee vergeten tophits, Morning Sky en Sing a Song of Love, gevolgd door het 'onvervalste, niet te imiteren en daarom ook een meesterwerk zijnde' Little Green Bag.

Zo snelt hij door een oeuvre van ruim drie decennia en rijgt dat aaneen met praatjes waarin veel (zelf) spot doorklinkt. Een doorslaand succes wordt het niet. De avond is nog jong en zal het vermoedelijk toch van de gezelligheid moeten hebben. Na ruim een halfuur gebaart zijn echtgenote een paar keer opzichtig naar haar linkerpols om aan te geven dat het tijd is. Om half een wordt hij nog verwacht in een discotheek te Bunnik .

Op weg naar het gildehuis waardeert hij het optreden in de tent als 'een gelijkspelletje'. Het podium was te groot voor een man alleen, en zo'n catwalk is natuurlijk ook een ramp. Maar er zijn erger dingen in de wereld. 'In dit vak moet je flexibel zijn. Ik heb nog nooit een artiest meegemaakt die meteen omdraaide omdat de zaal hem niet beviel. Zo belangrijk is het niet. Ik ben een beetje de voetbalveteraan die het allemaal al een keer heeft meegemaakt. Komt er weer een jonge trainer met zijn peptalk. Ja, hoor, het zal wel.' Next stop Bunnik.

Het vroegere popidool treedt nog zo'n 120 keer per jaar op, van discotheken tot feesttent, van privéfeest tot partycentrum. Wie dat een beetje tragisch vindt voor een man wiens werk internationaal alle lagen van de cultuur heeft bereikt, kan de kous op de kop krijgen. Anderhalve week later, in zijn met gouden platen behangen studio in woonplaats Waddinxveen, spreekt George Baker met klem tegen zielig of miskend te zijn.

'Moet je eens naar de casino's in Las Vegas gaan. Weet je wie daar in de lounge hebben gestaan? Fats Domino en mijn grote held Jerry Lee Lewis. Als artiest zijn ze absoluut geen streep minder geworden, alleen maar beter waarschijnlijk. Het is allemaal een kwestie van hits. De eerste keer dat we door Duitsland toerden, sliep ik in een hoerenbuurt. De volgende keer was het duurste hotel niet goed genoeg, en nu zou ik vermoedelijk weer in de hoerenbuurt worden gestopt. Maar goed, dan betaal ik mijn hotel zelf wel.'

De feesttent in Riethoven beschouwt hij als zijn casinolounge. 'Je kunt wel in een schouwburg gaan staan, maar dat is de gemakkelijkste weg. De mensen komen speciaal voor jou. Maar in zo'n feesttent komt tachtig procent om te zuipen. Die moet je zien te overtuigen van je kwaliteiten, zoals een dompteur dat elke avond moet doen met zijn leeuwen.'

George Baker is een laagvlieger, just a bird in the sky. Hij voelt zich niks te groot voor de Nederlandstalige artiesten die hem in Riethoven omringen. 'De Arne Jansens en de Jacques Herbs lopen zolang mee en hebben nog steeds dat enorme enthousiasme. Je hebt geen idee hoeveel mensen daaraan plezier beleven. Toen ik klein was, had je bij ons Piet Oerlemans. Die trok elke dag met zijn accordeon door de stad. Piet had een tic en elke keer als dat gebeurde, maakte zijn accordeon een uithaal. Maar wel door weer en wind langs de straten. Zo is het met mij ook. Ik kan me geen leven voorstellen zonder optreden. Dat zit gewoon in mijn bioritme. '

George Baker, die eigenlijk Hans Bouwens heet, werd zestig jaar geleden in Hoorn geboren. De kaaklijn is nog even vitaal als 36 jaar geleden, toen hij doorbrak met Little Green Bag. Het haar op de kin mag grijs worden, dat op zijn hoofd is inktzwart. 'Dat is toch altijd mijn beeldmerk geweest en als je het toch verft, kun je het ook maar beter goed doen.'

Die opnamestudio heeft hij zichzelf tien jaar geleden cadeau gedaan. 'Ik wilde niet mijn hele leven in een garage pielen.' Elke dag zit hij er wel een paar uur te knutselen aan muziek, drie keer per week gaat hij op pad met zijn fourwheeldrive naar een optreden. Het is allemaal een kwestie van levensgenieten, zijn verdiende loon.

Hans Bouwens werd als enig kind groot in een rood nest, opgevoed door zijn grootmoeder omdat zijn moeder er alleen voor stond. Zijn vader, een Italiaanse soldaat, was als lid van de Duitse bezettingsmacht aan het eind van de oorlog omgekomen. Moeder maakte schoon in een confectieatelier, opa liep elke dag vijf kilometer heen en weer om de kost te verdienen in de koekfabriek.

Muziek werd hem met de paplepel ingegoten, in al haar verschijningvormen. 'We woonden in een echte volksbuurt. Met mooi weer zat iedereen buiten rond de platenspeler.' Oma hield van volksmuziek, van Willy Alberti en Johnny Jordaan. Zijn oom hield van jazz, van Hot Club de France en Ella Fitzgerald. Zelf ging hij zo vaak mogelijk naar de bioscoop, naar High Society en naar operafilms met Mario Lanza in de hoofdrol. 'Stond ik 's avonds bovenaan de trap hele aria's na te zingen.'

Toen hij 13 jaar was, hertrouwde zijn moeder en verhuisden ze naar de Zaanstreek. Een jaar later verliet Hans Bouwens school en begon aan zijn twaalf ambachten en dertien ongelukken. 'Ik heb van alles gedaan in de bouw en in de haven. Op het laatst zat ik bij de losse ploeg, zoals dat heet. Dekschuiten laden en lossen. Honderd kilo op je rug totdat er gaten in je schouders vielen en je er eigeel op moest smeren. Werkte ik met mannen van 40 die al helemaal opgebrand waren. Hadden pure jenever in hun theepot zitten. Dachten ze: dat kereltje zien we niet meer terug. Moet je net mij hebben.'

Zijn rol in de popmuziek begon met een briefje dat de groep Soul Invention had opgehangen bij de platenhandelaar. Zanger gezocht. Hans Bouwens meldde zich in zijn overall en met zijn vetkuif. Hij zong in de plaatselijke dancing en deed ook wel mee aan audities van platenmaatschappijen. Maar zijn oeuvre, geheel en al ontleend aan Elvis Presley, werd te beperkt geacht. Soul was voor hem nog onontgonnen terrein, maar de aanschaf van Midnight Hour, een single van Wilson Pickett, legde de basis voor een samenwerkingsverband .

De rest van het verhaal is nederpopgeschiedenis nadat Hans Bouwens had besloten door het leven te gaan als George Baker ('We zaten in de bus en iemand las een detective waarin die naam een paar keer voor kwam') en de Soul Invention zich als zijn Selection bekeerde tot popmuziek. Jan Visser bedacht een prikkelend loopje op zijn basgitaar en Little Green Bag veroverde in 1969 achtereenvolgens Nederland, Europa en Amerika .

Drie jaar schoof de George Baker Selection nog wat verder op richting middle of the road om een breder publiek te bedienen met sentimentele meedeinliedjes. 'Un a Paloma Blanca is als hit zeker honderd keer groter geweest dan Little Green Bag.' Het liedje was aanvankelijk bedoeld als apotheose van een serieus drieluik over een Zuid-Amerikaanse sloeber die zijn dromen bewaarheid hoort worden. Nu danst Riethoven er de polonaise op, en het is George Baker allemaal best.

Hij vindt het een leuke tijd, muzikaal gezien.

'Je kunt van Frans Bauer houden én van Kane.' Dat was in de jaren zeventig wel anders. 'Je had linkse muziek en je had rechtse muziek en wij waren dus rechts. Serieuze media hebben ons nooit de moeite waard gevonden.' Des te leuker dat Little Green Bag in het begin van de jaren negentig aan een nieuw leven begon dankzij Reservoir Dogs, de film van Quentin Tarantino. 'Mooi toch dat die boerenkoolmuziek opeens goed genoeg was voor zo'n alom gewaardeerde film?'

Reservoir Dogs gaf zijn carrière weer een zetje, net zoals nu is gebeurd met de remix van Una Paloma Blanca voor de Nederlande komedie Vet Hard. Afgezien van een fragment van Dick Dale, King of Surf Guitar, beleeft hij er zelf weinig plezier aan. 'Hier eindigt mijn muzieksmaak.' Maar George Baker is de beroerdste niet als hij er Riethoven een plezier mee kan doen. 'Hier is het enige, onvervalste en daarom soms enigszins irritante Una Paloma Blanca', zegt hij ter aankondiging. De tent begint zowaar een beetje te dampen en George Baker trekt zich als een oude locomotief op gang..

'We zijn met z'n allen niets meer dan grind in de rivier', zal Hans Bouwens een week later in Waddinxveen zeggen. 'We worden overspoeld en gepolijst, net zolang tot we ons plekje gevonden hebben. Maar uiteindelijk zullen we allemaal toch in zee belanden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden