Een oriëntaals balletsprookje uit Denemarken

DEN HAAG - De tutu's, maillots en tiara's zijn in het danscentrum van Den Haag vervangen door sluiers, harembroeken en tulbanden. Waar eerst in de Grote Kerk het meisje Amalia genoot van haar kerstcadeau de Notenkraker, krijgt in het Lucent Danstheater nu de arme schoenlapper Abdallah een wonderkandelaar in zijn schoot geworpen, een harem incluis.


Je zou de makers van dit nieuwe oriëntaalse balletsprookje, Thom Stuart (44) en Rinus Sprong (55) van De Dutch Don't Dance Division, bijna verdenken van een politiek statement: na de Westerse Notenkraker nu een groots gedanste familievoorstelling die zich afspeelt in de op één na grootste stad van Irak: Basra.


Echter, Abdallah en de Gazelle van Basra klinkt wel oosters maar is Deens. De romantische choreograaf August Bournonville creëerde het ballet in 1855 voor The Royal Danish Ballet, op muziek van zijn landgenoot Holger Simon Paulli. Na drie jaar raakte het al in de vergetelheid, tot het libretto 128 jaar later op een veiling in New York werd teruggevonden en de muziek nog in een Deense bibliotheek bleek te liggen.


Stuart: 'Het is een tijdloos verhaal over liefde, trouw, hebzucht en vergevingsgezindheid. En het leent zich prima voor grote gemêleerde groepen. Van scènes in de haven tot een danswedstrijd op het dorpsplein, iedereen kan meedoen.'


Stuart en Sprong staan erom bekend effectief en succesvol te werken met dansers van 6 tot 65: profs, amateurs, tienermeiden, hun moeders, studenten van balletacademies en prima ballerina's van beroemde gezelschappen. Gezamenlijk maken ze jaarlijks een kerstproductie in het centrum van Den Haag. Vier jaar lang was dat een Haagse versie van De Notenkraker in de statige Grote Kerk.


Nu, met steun van het Holland Dance Festival en het Koninklijk Conservatorium, wagen Stuart en Sprong zich aan een opgepoetste versie van dit quasioriëntaalse liefdesverhaal over een schoenmaker die de beeldschone en lichtvoetig dansende Irma (bijnaam: de Gazelle van Basra) voor zich moet zien te winnen, terwijl ze hem eerst betrapt met de koningin van de harem (Palmyra). Zijn rijkdom kreeg hij cadeau nadat hij met Irma de sjeik uit handen had gered van het kwaadaardige leger. Uiteindelijk verspeelt hij zijn luxe door hebzucht maar wint Irma terug.


Stuart en Sprong hebben de als moeilijk en tuttig bekend staande Bournonvillestijl vertaald naar nieuwe variaties voor kinderen, senioren en aanstormende mannelijke danstalenten. Daarnaast hebben ze gezorgd voor spetterend vuurwerk voor twee professionele solisten, Marcella Paiva van het American Ballet Theatre en de Haagse Benji Soerel van The Royal Birmingham Ballet.


'Technisch zijn die talloze kleine batteriesprongetjes ontzettend pittig. We hebben het koninklijke en lichtvoetige behouden, maar we hebben de stijl vereenvoudigd, zodat ook ongeoefende amateurs er raad mee weten.' Hoewel Stuart hoopt dat meisjes met hoofddoekjes door de titel sneller hun weg naar het Lucent Danstheater zullen vinden, heeft hij geen Marokkaanse of Oriëntaalse dans erin verwerkt. 'Die beheers ik niet dus dat zou raar zijn.' Wel heeft hij van Irakezen gehoord dat ze trots zijn dat hun stad Basra nu het decor vormt van een familievoorstelling.


En heeft hij van de danswedstrijd op het dorpsplein nog een talentenjacht gemaakt, à la So You Think You Can Dance? Stuart: 'Ik dacht het niet. Die folklore houden we erin. Dat is juist de charme.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden