Een opsteker voor onverwachte momenten van tegenslag

Arjan Peters leert van L.H. Wiener waar te gaan fietsen en gaat met R.A. Basart weer zingend naar huis.

Beeld Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Een ritje langs een paar nieuwe boekjes. We houden het kort, want de mensen willen geen verhandelingen maar tips. Het weer wordt langzaam beter, nog even en ze trekken er al op uit zonder nog in de krant te kijken. Om te beginnen een welhaast academische stelling van Bob den Uyl (1930-1992), opgenomen in de Aforismen van zijn hand (Vreugdenberg; €12,50): 'Een fietstocht is het afleggen van een onbepaald aantal kilometers op een fiets.'

Vervolgens leren wij uit het - door schrijver én uitgever - meesterlijk vormgegeven verhaal Buizerd van L.H. Wiener (De Carbolineum Pers; €50) waar wij kunnen gaan fietsen: van Amsterdam naar Haarlem, via Zijkanaal C langs Spaarndam. En dan goed om je heen kijken.

Wiener vindt een buizerd die nog leeft maar ernstig ondervoed is, een vrouwtje, vertelt hem de beheerder van het Vogelhospitaal. Dat hij het beest daarheen fietst is een dappere daad, waarvoor de schrijver in de Kennemer duinen, ten noorden van de Zeeweg te Bloemendaal, een beloning ontvangt waarin de lezer mag delen, dankzij zijn gouden pen.

Of we gaan naar het buitenland. Nadeel, aangeroerd in Doormans Klein Handorakel (Flanor; €9,50), met honderd aforismen van Maarten Doorman: 'Hoe beter je een vreemde taal spreekt, hoe radelozer je wordt van je tekortkomingen in die taal.'

Tel daarbij op deze smartelijke observatie van Bob Den Uyl: 'In het buitenland in de verte een Nederlander zien lopen vind ik nog steeds een ervaring, in de zin dat je landgenoten al op kilometers afstand herkent aan houding en uiterlijk. Je zou je echt tranen lachen, als je niet wist dat je er zelf ook zo uitzag.'

Uiteindelijk gaan we weer Zingend naar huis, zoals de bundel van R.A. Basart heet, een keuze uit de oude gedichten, aangevuld met nieuwe (Lebowski; €17,50), met dit meesterstukje uit 1975:

De leesportefulje heb je uit.
De avond begint te vallen.
Je zit te turen door de ruit:
Verbooden Fietsen Te Stallen.

Je ziet de zon door de vitrage.
Ergens krijgt iemand pianoles.
Nu kijk je niet meer in het glaasje
Maar rechtstreeks in de fles.


Dit zijn de laatste twee strofen uit het gedicht 'Al schijnt zij niet'. Ook die titel is een opsteker voor de aanstaande zomerse dagen die op onverwachte momenten de nodige tegenslag kunnen brengen. Maar ons hebben ze niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.