Een oplossing voor woningnood? Verticale reuzen

De woningnood in grote steden wordt steeds nijpender, zo blijkt vandaag weer uit de cijfers van makelaarsvereniging NVM. Slim de hoogte in is een oplossing, ziet Marc van den Eerenbeemt.

Hotel New York in Rotterdam, ingekapseld tussen kantoorcomplex World Port Center (linksvoor, 123meter) en woontoren Montevideo (rechtsvoor, 140 meter). Er direct achter ligt rechts wolkenkrabber New Orleans (158 meter). Helemaal op de achtergrond is kantoorkolos De Maastoren (165 meter) nog te zien. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dáár komt een appartementengebouw van 110 meter hoog, vertelt stedenbouwkundige Emiel Arends, wijzend naar het geraamte van een oud kantoorgebouw aan de Maas. De ruimtelijk adviseur van de gemeente Rotterdam blikt opzij en omhoog, waar de 124 meter hoge gevel van woontoren The Red Apple de lucht in priemt. Hij loopt door het Rotterdamse Wijnhavenkwartier, waar de komende jaren negen nieuwe woontorens worden gebouwd, naast de kolossen die er al staan.

Rotterdam heeft als het om wonen gaat geen last van hoogtevrees. Verderop nabij de Maas wordt gewerkt aan de bouw van de Zalmhaventoren. Met 218 meter wordt dat het hoogste gebouw van Nederland. De stad heeft nu wel begrepen hoe je hoogbouw moet aanpakken, zegt Arends, een van de opstellers van de gemeentelijke Hoogbouwvisie. Dat document moet garant staan voor wolkenkrabbers die wél een aanwinst zijn voor de stad.

Bij de Rotterdamse Stadsontwikkeling kloppen het laatste jaar geregeld ambtenaren aan uit andere steden. Hoe dat moet, het bouwen van aangename woonwolkenkrabbers? De noodzaak van een antwoord op die vraag wordt groter door de stijgende huizenprijzen die de NVM vandaag weer bekendmaakt.

In Den Haag staan onder meer rondom de stations woontorens gepland. Utrecht vroeg projectontwikkelaars enkele weken geleden om plannen voor een 'iconisch' 140 meter hoog woongebouw in stadsdeel Leidsche Rijn. Eindhoven bouwt al aan een 158 meter hoge flat. Amsterdam wil op een kaal stuk van Zeeburgereiland acht woontorens neerzetten met een maximale hoogte van 143 meter.

Kille uitstraling

Overal laait protest op tegen de verticale reuzen. De Amsterdamse plannen werden bijvoorbeeld door architect Sjoerd Soeters neergesabeld als een tragische stedenbouwkundige vergissing, die op niet meer was gebaseerd dan ambtelijke ijdelheid. Hoogbouwwijken staan volgens hem garant voor een gebrek aan sociale controle - niemand houdt vanachter de geraniums de straat nog in de gaten. De bewoners trekken zich terug in hun appartementen, al was het om de kilte van de torenschaduwen te ontlopen, en de valwinden langs die onheilspellend hoge gevels. Bovendien is hoogbouw door de slappe Nederlandse bodem en de extra zware bouweisen volgens hem economisch niet rendabel.

Rotterdammer Arends denkt dat zijn stad wel een goed recept heeft gevonden voor een herbergzame, veilige metropool met hoogbouw - zonder de gevreesde valwinden en met genoeg zon voor iedereen. 'We zijn in Nederland pas in de jaren zeventig echt begonnen met wonen in hoogbouw. We leren veel en snel.'

De Rotterdamse regels schrijven bijvoorbeeld bij elk flatgebouwplan voor dat er gedegen windtunnelstudies worden gedaan naar de effecten van harde wind op de beoogde gevel. Bij de 140 meter hoge woontoren Montevideo op de Rotterdamse Kop van Zuid werd bijvoorbeeld laat in het bouwproces vastgesteld dat bij westerstorm een valwind zou kunnen neerslaan die een fietser tegen de grond kon blazen. Dat probleem werd opgelost door een kunstwerk op de windgevaarlijke plek te plaatsen; twee pijpen die lijken op de schoorstenen van een oceaanstomer. Die vormen meteen de luchtafvoer van de onderliggende parkeergarage.

Vaker is de oplossing het voorschrijven van een lager gebouw vóór de woontoren, die de valwinden kan opvangen. Sowieso is de 'kale' toren, een gebouw dat vanaf de grond recht omhoog gaat, in Rotterdam vrijwel uitgebannen. Arends: 'We hanteren de slankheidsregel. In grondoppervlakte moet de lage onderbouw ten minste twee keer zo groot zijn als de toren erboven.'

Voor goede hoogbouw is die onderbouw essentieel, betoogt Arends. Vaak wordt de benedenverdieping van woon- of kantoortorens in beslag genomen voor voorzieningen als de energiekasten, de ingang van een parkeergarage en vuilopslag. De passant loopt dan langs een gesloten gevel - en daarmee creëren stedenbouwers precies de onherbergzame stad die architect Soeters vreest.

Zonlicht

In die 'plint' moeten projectontwikkelaars volgens de Rotterdamse richtlijn juist zo veel mogelijk leven creëren; van kantoorruimten waar overdag mensen aan het werk zijn, tot een café en een restaurant die 's avonds levendig ogen.

Een ander klassiek bezwaar tegen hoogbouw, een grote slagschaduw die de zon wegneemt uit straten en gebouwen in de buurt, valt ook te pareren, vindt Arends. 'Schaduw onvermijdelijk, maar we bewaken de 'zonplekken'. Dat zijn de locaties waar zich op bepaalde tijden van de dag de meeste mensen bevinden. We zien streng toe op behoud van die zonplekken.'

Hoogbouw kan wat stedenbouwkundige Arends betreft zorgen voor de verdichting die veel steden zo vurig wensen. 'Op de Wilhelminapier en het gebied rond het Centraal Station wonen en werken straks twee keer zo veel mensen als op de vergelijkbare oppervlakte in de gemiddelde binnenstad in Nederland. Tegelijkertijd is er minder dan de helft van de grond bebouwd.'

Spannend

Nederland staat voor spannende tijden wat betreft hoogbouw, vindt Arends. 'In Amsterdam maken ze met woontorens een geheel nieuw stuk stad. Heel lastig om op de tekentafel te voorzien hoe zo'n buurt gaat functioneren.'

Utrecht is met plannen voor woontorens tussen Centraal Station en Jaarbeurs goed bezig, vindt hij. 'Dicht bij het openbaar vervoer. Maar het plan voor een toren in Leidsche Rijn lijkt me minder. Zonder bus of tram in de buurt wordt zo'n gebouw een magneet voor auto's.'

Al die nieuwe projecten moeten Nederlandse steden veel nieuwe kennis over hoogbouw opleveren, zegt Arends in de grote hal van woontoren The Red Apple. 'Bijvoorbeeld: hoe creëer je in een woontoren een veel sterker gemeenschapsgevoel? Misschien moet je per etage een hal hebben waar de voordeuren op uitkomen. Of om de paar etages een gemeenschappelijke ruimte voor bijvoorbeeld feestjes. Wat dat betreft kunnen woontorens zich nog ontwikkelen als dorpjes in de stad.'


Woningnood: hoe gaan we er mee om?

Sociaal wonen in Leidsche Rijn: 21m2 om jezelf te zijn
Studenten, statushouders en zorgcliënten, waar moeten die allemaal wonen? De gemeente Utrecht zette ze bij elkaar in de prefab-studio's van woongemeenschap Place2BU: 21 m2 om jezelf te zijn. (+)

Gelukkig wonen kun je in elk huis, zélfs in een rijtjeshuis
Het is een vergissing, denkt redacteur Margot C. Pol als ze met man en baby een rijtjeshuis betrekt. Kun je ooit gelukkig worden in een doorzonwoning? (+)

Ontwerpen met spelregels: in Rotterdam ontwikkelen burgers hun eigen huis
Huizen ontworpen door de bewoners zelf, zonder dat de straat een rommeltje wordt. Dat is gelukt in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden