Een oplaadkast voor thuis in Afrika

Mondialisering

Het riskante gehannes van zijn moeder in Kameroen met de petroleumlamp moest maar eens afgelopen wezen, vond de jonge ingenieur Kepguep. Hij had niet voor niets in Delft gestudeerd.

Jean-Séraphin Kepguep mag dan in Delft hebben gestudeerd, op bezoek bij zijn moeder in een Kameroenese dorp was ook hij afhankelijk van een petroleumlamp. Hebben ze een ingenieur met een Nederlands diploma in de familie, slepen ze nog met die ene lamp van de eettafel naar de keuken heen weer. Kepguep voelde zich er niet prettig bij. Hij moest toch iets slims kunnen verzinnen.


Petroleumlampen zijn gevaarlijke dingen; zijn moeder had petroleum gelekt in de etenspot. Ze vertelde over hutten van buren die waren afgebrand nadat een lamp was omgevallen. Elektrische lampen op zonne-energie was de voor de handliggende oplossing, bedacht Kepguep. Maar alleen zijn moeder een cadeautje geven zou jaloezie wekken en het probleem in de rest van het dorp niet verhelpen. Hij zon op een beter plan.


Onlangs ontvouwde Kepguep zijn nieuwe methode op een jaarlijkse bijeenkomst van het African Young Professional (AYP) netwerk in Amsterdam. Verhalen als die van Kepguep moeten jonge Nederlandse Afrikanen inspireren bij het opzetten van eigen bedrijven, klein en groot. Een nieuwe trend is dat jonge ondernemers van Afrikaanse herkomst ondernemersmogelijkheden zoeken in het continent van hun familie.


Kepgueps plan was helder: het gebruik van verlichting op zonne-energie moest zijn ingebed in de plaatselijke economie. De dorpswinkel moet een centrale rol spelen. De zonnepanelen moeten worden geëxploiteerd op commerciële basis door de winkelier: als oplaadpunt waar de klanten iets betalen voor de geleverde dienst en energie.


De technicus ontwierp een ladenkast op wielen met dertig oplaadpunten verbonden aan een zonnepaneel. Zo kunnen dertig klanten tegelijk hun apparaat opladen. Maar welk apparaat? Ook daarvoor ontwierp Kepguep iets nieuws: een oplaadbare staaflamp die zelf op zijn beurt weer kan dienen als oplaadpunt voor de mobiele telefoon of computer.


Die lamp moet na een dag of tien weer worden opgeladen volgens Kepguep. De eigenaar kan ook zelf een klein zonnepaneel kopen.


Hij heeft in Rotterdam een bedrijf opgezet, Ndassie Engineering, dat de producten laat maken en het ondernemingsmodel inclusief training van houders van de oplaadstations aan de man brengt. Het is zaak van onderop, vanuit de vraag te beginnen, zegt Kepguep na afloop van zijn presentatie. Na het dorp van zijn familie meldden zich andere dorpen en winkeliers die ook wel zoiets wilden beginnen. Dan verspreid zo'n concept zich als een olievlek, verwacht hij.


Jonge Afrikaanse ondernemers uit de zaal klampen hem aan. Twee Senegalese ontwerpers uit Leiden laten een eigen model smartphone zien die ze in Azië willen laten maken. Dat kleinschalige distributiesysteem van Ndassie zien ze als een oplossing voor hun voornaamste hindernis bij het zakendoen in Afrikaanse dorpen. Als ze nu eens met de telefoons het oplaadsysteem kunnen aanbieden aan de klanten, net als nu met de lampen gebeurt, hebben ze een voorsprong op alle andere telefoonverkopers. Kepguep vindt het geen slecht idee. Ze wisselen kaartjes uit.


Het African Young Professionals netwerk is in 2010 opgericht om elkaar te ondersteunen bij het beginnen van bedrijven en vinden van functies in Nederland. Sommige Afrikaanse ondernemers maken gebruik van hun achtergrond, zoals Dady Kiyangi die het impressariaat Yangambi opzette voor Afrikaanse musici en overige podiumkunstenaars. Andere AYP-leden hebben een managersfunctie bij een Nederlands bedrijf. Nieuw is dat de blik nu op Afrika wordt gericht.

Geregistreerde leden

Zakendoen in Afrika is de afgelopen paar jaar hét onderwerp van gesprek onder de ongeveer 400 geregistreerde leden van het netwerk, zegt Angélique Mbundu-Kiyangi (Congo-Kinshasa, 1978) een van de oprichters en nu secretaris van de club. 'Het is onderwerp nummer 1! Alle leden boven de 30 jaar hebben de ambitie om in Afrika zaken te doen. Velen proberen een paar maanden per jaar in Afrika te werken; er zijn ook een paar leden helemaal teruggegaan.'


Mbundu-Kiyangi: 'We zijn allemaal hoogopgeleid en onze generatie is volledig geïntegreerd in Nederland. Maar op onze universiteiten en hogescholen waren we eenlingen, we konden bij het zoeken van stages niet terugvallen op netwerken zoals onze Nederlandse medestudenten. Met ons AYP-netwerk kunnen we elkaar helpen. Ik heb als juriste stage gelopen op het ministerie van BZ, daar kennen ze me nu en ik kan andere studenten met Afrikaanse afkomst aanbevelen.'


Nu de economieën van een groot aantal Afrikaanse landen in de lift zitten en Europese bedrijven hun kansen willen onderzoeken, komen de Afrikaanse Nederlanders in beeld. 'Bedrijven vinden het fijn met ons te werken als ze in Afrika aan de slag gaan. Wij hebben Nederlandse opleidingen, we zijn precies, nuchter en ad rem. Maar we begrijpen ook dat het zo niet toegaat in Afrika. Wij worden niet boos of ongeduldig als je een afspraak hebt om drie uur en de gesprekspartner komt tegen vieren. We weten van huisuit dat je in Afrika eerst over koetjes en kalfjes praat - over de familie spreken is heel belangrijk - en eerst uit eten gaat.


Ze werkte zelf voor PricewaterhouseCoopers na haar studie, maar Afrika kwam daar in de dossiers niet voor. 'Ik wilde echt graag een brug naar Afrika slaan en solliciteerde bij het bouwbedrijf Remco, precies op het goede moment, omdat het bedrijf in Afrika wilde uitbreiden.'


Ze sloot contracten af voor de bouw van opslagloodsen en bedrijfshallen met stalen constructies in Congo, Ethiopië en Nigeria, de meeste met multinationals, maar ook met Afrikaanse mkb's.


Helaas verloor ze haar functie kort geleden omdat het bouwbedrijf het moeilijk heeft in Oost-Europa en personeel moest ontslaan. Ze oriënteert zich nu: 'Nederlandse bedrijven die actief zijn in Afrika vormen een niche-markt, maar ze zijn wel altijd op zoek naar personeel met ervaring en inzicht in Afrika.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.