Nieuws droombanen brugklassers

Eén op de vijf brugklassers vindt zijn droombaan

Kinderen krijgen later vaak de baan waarvan ze droomden, blijkt uit onderzoek van het CBS. Wel is er een opvallend verschil tussen meiden en jongens.

Maaike Hadderingh, Machiel de Boer en Wilma Huisjes (van links naar rechts) zaten circa 2000 in de brugklas en vonden hun droombaan. Beeld Katja Poelwijk

‘Wat wil je later worden als je groot bent?’, is misschien wel de meest gestelde vraag aan kinderen. Eenmaal volwassen wordt de vervolgvraag – ‘Is het ook gelukt?’ – bijna nooit gesteld. Tot nu toe, want het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft onderzocht hoe vaak kinderen hun dromen waarmaken. De uitkomst: bijna 1 op de 5 komt te werken in de sector die ze als tiener ambieerden. 

Piloot, kapper of dierenarts: ruim de helft van de brugklassers wist twintig jaar geleden wat ze later wilden worden. Het CBS vergeleek de wensberoepen van 20 duizend scholieren die in schooljaar 1999/2000 in de brugklas zaten, met het werk dat de tieners van toen, dertigers inmiddels, in 2017 hadden. 

‘Iets met kinderen’

Vooral meisjes die hoopten later met kinderen te werken en jongens die timmerman wilden worden, maakten dat relatief vaak waar. Zo werken bijna 4 van de 10 meisjes die als brugklasser ‘iets met kinderen’ wilden doen, nu in het onderwijs, of in de zorg met kinderen. Bijna de helft (45 procent) van de jongens die timmerman wilden worden, werkt nu bij een bedrijf dat zich bezighoudt met timmer- en andere bouwwerkzaamheden.

Of dat vaak is of niet, valt niet te zeggen. Het is volgens het CBS voor het eerst dat is uitgezocht hoe het afloopt met de ambities van kinderen. Maar op het oog, zegt onderzoeker Tanja Traag, is een score van 1 op 5 mooi. ‘Zeker als je bedenkt dat er ook een grote groep brugklassers is die op die leeftijd droomt van een beroep dat weinig voorkomt, zoals acteur, of zanger.’ 

Niet alle kinderen namen de vraag destijds even serieus, valt bovendien op te maken uit de antwoorden. Traag: ‘Eén jongen schreef dat hij de leider wilde worden van zijn eigen drugskartel.’

De uitkomst verrast Minette van den Bemd, voorzitter van de Vereniging van Schooldecanen en Loopbaanbegeleiders (VVSL). ‘Ik had gedacht dat het maar een enkeling lukt om bij zijn droomberoep uit te komen. De meeste 12-jarigen weten nog nauwelijks wat voor beroepen er bestaan en wat ze zich daarbij moeten voorstellen.’

Concrete beroepen

Dat zoveel leerlingen volgens dit onderzoek toch een aardig idee hebben, komt volgens Van den Bemd mogelijk omdat ze vooral concrete beroepen noemen en omdat het CBS gekeken heeft naar de organisatie waar leerlingen terecht zijn gekomen, niet naar de precieze functie (zie kader). 

Opvallend zijn de grote verschillen tussen jongens en meisjes. Jongens wilden eind vorige eeuw vooral piloot, timmerman of bouwkundige worden, terwijl meisjes kozen voor kapper, dierenarts, of juf. 'Dat was voor mij onverwacht’, zegt Traag. ‘Er wordt vaak gediscussieerd over typische mannen- en vrouwenberoepen en wat we daaraan kunnen doen. Deze cijfers laten zien dat veel jongens en meisjes al jong een andere voorkeur hebben.’

Die voorkeur voor een beroep wordt vooral bepaald door de omgeving van het kind, zegt de onderzoeker. ‘Wat doen je ouders, je ooms en tantes. Maar ook: welke beroepen zie je op televisie? Mijn 10-jarige zoon wil bijvoorbeeld bioloog worden, vanwege Freek Vonk.’

Verschil in opleidingsniveau van ouders kan deels verklaren waarom kinderen per niveau zo verschillend kiezen. ‘Een vmbo’er heeft gemiddeld genomen ook vaker lager opgeleide ouders, die dus in andere beroepen werken.’ Ook niet onbelangrijk: veel vmbo’ers moeten al vroeg een bepaalde richting kiezen als techniek of zorg. Traag: ‘Die kinderen moeten al jong een idee hebben wat ze willen.’

ZO HEEFT HET CBS ONDERZOEK GEDAAN

‘Waarschijnlijk bereikt meer dan 1 op de 5 droombaan’

Het CBS heeft voor dit onderzoek gebruik gemaakt van gegevens uit het ‘brugklascohort-onderzoek’. Dat langlopende onderzoek volgt de schoolcarrière van kinderen. In schooljaar 1999/2000 deden 20 duizend kinderen mee – een representatieve steekproef van alle circa 200 duizend brugklassers destijds.

De beroepen die kinderen toen noemden, werden vergeleken met de organisaties waar dezelfde kinderen in 2017 werkten. In veel gevallen was de uitkomst duidelijk: een meisje dat ervan droomde kapper te worden, dat nu bij een kapperszaak werkt is waarschijnlijk kapper geworden.

Bij sommige droomberoepen was het moeilijk na te gaan of ze zijn waargemaakt, zegt CBS-onderzoeker Tanja Traag. ‘Er waren bijvoorbeeld kinderen die manager wilden worden. Wij weten  voor welke bedrijf ze nu werken, maar niet in welke functie. Waarschijnlijk is dus meer dan 1 op de 5 van de kinderen het werk gaan doen dat ze wilden.’

Waar dromen brugklassers nu van?

Het korte antwoord is: we weten het niet. Het wordt niet meer bijgehouden door het CBS en, voor zover bekend, ook niet door andere onderzoeksbureaus, zegt CBS-onderzoeker Tanja Traag.

Wel verschijnen zo nu en dan kleinschalige enquêtes van commerciële partijen die suggereren dat er de afgelopen twintig jaar weinig veranderd is. Zo vroeg de Groningse kinderopvangorganisatie SKSG twee jaar geleden 300 kinderen tussen de 2 en 12 naar hun ‘toekomstdromen en ambities’. De topvijf op volgorde van populariteit: uitvinder, juf of meester, topsporter, dokter of dierenarts en politieagent.

Het is ook wat Marcel Bouwman, de afgelopen 19 jaar decaan op het Maaslandcollege in Oss, is opgevallen. ‘Veel meisjes willen nog steeds de verzorgende richting in. Wat dat betreft heeft de emancipatie nog niet ongelooflijk hard toegeslagen.’

Wat wel verandert is de bemoeienis van ouders, zegt Bouwman. ‘Sinds de invoering van het leenstelsel kijken zij vaker mee, ook naar de arbeidsmarktperspectieven.’ Een droomberoep als piloot – hij hoort het nauwelijks nog voorbij komen. ‘Een pilotenopleiding vergt een enorme investering, maar kom je er ook mee aan de bak? Daar kijken ouders naar.’

Deze brugklassers van toen lukte het: ze werden chef-kok, timmerman, juf en dierenarts

Machiel de Boer (29), chef-kok hotel-restaurant Weidumerhout in Weidum (Friesland):

Machiel de Boer: chef-kok en eigenaar restaurant van hotel-restaurant Weidumerhout in Weidum, Friesland. Beeld Katja Poelwijk

‘Als puber wilde ik ineens matroos worden. Ik was een tegendraadse tiener en schreef me in voor de middelbare zeevaartschool. Met het hotel van mijn ouders, het hele horecaleven, wilde ik niets meer te maken hebben.

‘Terwijl: vanaf het moment dat ik kon lopen, was ik in de keuken te vinden. Alles met eten vond ik boeiend. Als we uit eten waren, bestelden mijn zussen het kindermenu, ik vroeg als jochie om de menukaart. Ik wilde geen friet, ik wilde de gerechten proberen. Vanaf mijn 8ste hielp ik mijn vader in de keuken en een paar jaar later wist ik het zeker: ik word chef-kok.

‘Maar toen kwam de puberteit en wilde ik opeens naar de zeevaartschool. Halverwege de opleiding dacht ik: waar ben ik in godsnaam mee bezig. Als we gingen varen vond iedereen het prachtig, ik vond er niets aan. Ik heb de opleiding afgemaakt en daarna ben ik aan de mbo-opleiding tot zelfstandig werkend kok begonnen.

‘Toen ik in Heerenveen in een restaurant werkte met een Bib Gourmand (een speciale vermelding van Michelin voor goed eten tegen een redelijke prijs, red.) wist ik: op dit niveau wil ik werken. Inmiddels ben ik mede-eigenaar van de zaak die mijn ouders hebben opgericht en heeft ons restaurant ook die onderscheiding.

‘Geen dag is hetzelfde in de keuken. Je bent met je handen bezig, je kunt je creativiteit kwijt. Natuurlijk, je moet werken als anderen vrij zijn. Maar ik heb het mooiste vak van de wereld en ik weet zeker: dit werk blijf ik de rest van mijn leven doen.’

Maaike Hadderingh (32), paardenarts in Peize (Drenthe)

Maaike Hadderingh, paardenarts met een eigen praktijk in Peize, Drenthe. Beeld Katja Poelwijk

‘Mijn eerste jaar op de opleiding dierengeneeskunde – de opleiding die ik zo graag wilde doen – bleef ik zitten. Ik had te veel toetsen niet gehaald. Aan mijn enthousiasme lag het niet. Volgens mijn moeder wilde ik al dierenarts worden toen ik 4 jaar oud was. Waar dat vandaan kwam: geen idee. Ik ben opgegroeid in de stad, in Enschede. Mijn ouders hebben niets met dieren, maar ik was altijd met de honden en katten van de buren in de weer.

‘Op mijn 15de regelde ik dat ik een dagje mee mocht met een veearts. Ik zag hoe hij schapen hielp bevallen, hoe een kalfje met een keizersnee geboren werd. Ik vond het zo gaaf: dat wilde ik ook kunnen.

‘School ging me makkelijk af, maar tijdens mijn eindexamen vwo kreeg ik griep. Ik haalde slechte cijfers en moest herexamens doen. Daardoor was mijn kans ingeloot te worden voor de opleiding dierengeneeskunde lager. En inderdaad: ik werd uitgeloot. Maar tijdens de eerste maanden vielen veel studenten uit en ik kon in oktober alsnog instromen.

‘Dat was moeilijk: ik had een grote achterstand. Maar ik vond de opleiding geweldig. Ik deed het eerste jaar over, en daarna liep het goed. Inmiddels ben ik voor mezelf begonnen als paardenarts. Mijn klantenkring – vooral particuliere – groeit harder dan gedacht. Dit is werk waarvoor je dag en nacht klaar moet staan, maar ik vind het prachtig.’

Wilma Huisjes (32), docent groep 6 op basisschool de Vlinder in Hardenberg

Wilma Huisjes, docent groep 6. ‘Toen ik 4 was, wild eik al als juf Roelie worden.’ Beeld Katja Poelwijk

‘Mijn leerlingen vroegen me laatst wat ik later wilde worden. Of ik, met andere woorden, nog weleens iets anders zou willen doen. Toen dacht ik: nee, eigenlijk niet. Ik zie mezelf nog heel lang als docent rondlopen.

‘Het is nooit anders geweest. Toen ik een jaar of 4 was, riep ik al dat ik net als juf Roelie wilde worden. In de jaren daarna kregen mijn ouders van mijn leraren te horen dat er een juf in mij schuilde. Ik was nieuwsgierig en praatte veel. En ik bepaalde graag hoe de dingen gingen. Typische juf-eigenschappen.

‘Toen leeftijdsgenootjes graag zangeres of actrice wilden worden, wist ik dat ik iets met kinderen wilde doen. Wat precies wist ik niet, als het maar kinderen in de basisschoolleeftijd waren. Kinderen die nog onbevangen zijn, die je iets bij kunt brengen.

‘Na de middelbare school heb ik me ingeschreven voor de Pabo. Mijn eerste stage deed ik met zoveel plezier dat ik zeker wist: dit is het. Het mooist zijn de gesprekken met kinderen. Laatst nog, kwam een leerling naar me toe. Een jongen die iets vertrouwelijks met me wilde bespreken. Dat je zo’n vertrouwensband met een leerling kunt opbouwen, dat vind ik prachtig. Op zo’n moment weet ik: ik heb mijn doel als leerkracht bereikt.’

Mahmoud Maged (32), timmerman en eigenaar bouwbedrijf MRO Bouw in Velsen-Noord

Mahmoud Maged, timmerman met eigen aannemersbedrijf in Velsen-Noord. Beeld Katja Poelwijk

‘Iedereen kan leren een wandje te plaatsen, maar niet iedereen kan timmerman worden. Je moet inzicht hebben. Weten hoe je iets maakt, precies zoals het van tevoren is bedacht.

‘Als kind keek ik graag naar bouwprogramma’s als Eigen Huis en Tuin. Het maken van kasten en bedden, ik vond het hartstikke mooi. Toch heb ik toen nog getwijfeld of ik kok wilde worden. Mijn vader had een Mexicaans restaurant, vandaar.

‘Toen ik naar het vmbo ging koos ik voor de richting techniek en ik vond het meteen geweldig. Toen twijfelde ik niet meer. Timmerman, dat wil ik worden. Het is een divers vak. De een houdt van plintjes leggen, de ander vindt het prachtig om een vloertje te leggen. Zelf maak ik het liefst kozijnen. Dat is uitdagend, het luistert nauw om het allemaal te laten passen.

‘Na mijn opleiding heb ik bij verschillende bouwbedrijven gewerkt, kleine en grote. Uiteindelijk ben ik voor mezelf begonnen. De ene keer renoveer ik een woning, de andere keer maak ik een dakkapel. Het fijne is dat je alles zelf doet. Je bedenkt wat je wil doen, maakt een tekening, een planning, en dan ga je het uitvoeren.

‘Het werk is zwaar. Ik heb aan beide kanten een tennisarm gehad. Daardoor ben ik nu heel voorzichtig, de zware klussen besteed ik vaker uit. Ik zal wel moeten: dit werk wil ik de rest van mijn leven blijven doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden