Een oorvijg voor de tassendief

Xining telt naar ruwe schatting 400 duizend gevangenen die ter plekke aan het werk worden gezet. De meeste blijven er wonen nadat ze hun straf hebben uitgezeten....

Xian, klassiek ommuurd, telt meer dan vijf miljoen inwoners. Een hotelrunner biedt aan de taxi te betalen naar zijn etablissement Eerste Mei. Onze bagage zit al in de achterbak. We schudden hem af en nemen een taxi naar onze keus, naar hotel Wuyi, Chinees voor Eerste Mei. Verbaasde ontvangst.

Binnen de twaalf meter hoge muren waarover je moeiteloos met twee rijtuigen naast elkaar kunt rijden, herbergt Xian de grootste in Chinese architectuur gebouwde moskee van het land, met prachtige tuinen. Er heerst een goddelijke rust, ook voor wie er niet in gelooft.

Dit is wat architectuur teweeg kan brengen, of het deze moskee is, of de kathedraal van Canterburry, maar wat architectuur in Nederland zelden doet. Daar bouwt men zielloze zenuwlijderssteden van Nieuwegein tot Zoetermeer, in opdracht van een in omzet denkende middenstand.

Xian heeft een heerlijke bazaar, een klokkentoren met museum waarin onder andere een felgekleurde vaas met het opschrift 'felgekleurde vaas', en een museum met een imponerende verzameling inscriptiestenen, waarvan met hand en inktkussen getamponeerde afdrukken op rijstpapier worden verkocht.

Het is een wandelstad met verrassingen zoals een parkje met verroeste poort en vervallen zwembad met hengelaars en lotusbloemen. Op het trottoir trekt een miserabel hoopje mens, hoofd en net voldoende rompje voor adem, in miniatuurkleertjes met cimbaaltje, pamflet met foto's van hemzelf en bedelnap, veel bekijks.

We treffen Chuck, een oudere, eenzaam reizende Amerikaan. Hij weet alles en is beladen met foto's van zijn familie, die vermoedelijk een flink bedrag uittrekt om hem op reis te houden. 'Was on Tian'anmensquare with the students, could tell you a thousand stories.' Zijn Chinese dochter Stephany levert op Chucks voorstel tegen stevige betaling een busje voor zeven personen. Het blijkt een dinky toy waarin je nauwelijks met z'n vijven kunt. Chuck bezet onmiddellijk de vrije plaats naast de chauffeur, twee dwergenbankjes voor zes volwassen westerlingen overlatend. 'My job is to make people laugh', kraait Chuck.

Wij gaan dus maar op eigen kracht naar het overweldigende, overdekte terracottaleger, de bronzen strijdwagen en de reusachtige grafheuvel van keizer Qin Shi Huang. Daar staat op een zijspoor nog een reserveregiment terracotters in de open lucht. De grafbouwers werden in opdracht van de keizer na de klus gedood.

Ook hier kleeft de vervuiling als bruingele smeer aan tong en tanden. De omgeving is een toeristenval waaraan je met een kabelbaan kunt ontsnappen. Van boven zie je de vervuiling als een gele deken over het land liggen. De natie wordt rollend gehouden door eencylinder stinkbommen, driewielige gasgranaten die de fabriekssmog versterken en de lucht tot een keelschrijnende stofpap mengen. Al die kinderen achter op fietsen en scooters!

We vliegen naar Xining, op tweeduizend meter hoogte, goed om vast aan Tibet te wennen. Daar wordt net een reusachtige moskee in Arabische stijl ingewijd. Bedelaars zijn er voor de gelegenheid in groten getale. De volgende dag mogen we er tegen geringe betaling rondkijken. De stad wordt opgeknapt. Langs de rivier bouwen Mongoolse arbeiders brede, groene promenades en een stijlvolle overdekte brug. Ze zijn gehuisvest in legertenten en optrekjes van gekleurd plastic. Gekookt wordt op het werkterrein op oliedrumfornuizen. Mannen en vrouwen werken gelijk op in de voornamelijk met de hand bedreven bouw.

Vanwege zijn afgelegenheid gebruikt de staat Xining als lokatie voor strafkampen, die vaak als fabrieken vermomd aan de stadsranden liggen. Ruwe schatting: 400 duizend gevangenen, van wie zo'n 10 procent politiek. Dat varieert omdat China politieke opponenten nogal eens als criminelen bestempelt. Een groot deel van de gevangenen blijft ook na hun straf in Xining wonen omdat ze thuis woning of verblijfsvergunning zijn kwijtgeraakt; een op de tien inwoners is waarschijnlijk ex-gevangene.

Voor de eerste en enige keer worden we het slachtoffer van een bescheiden beroving: een snotneusje van een jaar of twaalf snijdt met een scheermes de schoudertas open en heeft het beursje al in de hand wanneer ik hem met een ouderwetse oorvijg wegstuur. Ik wil hem niet aan de alom aanwezige politie overhandigen; het strafwezen heeft hier geen goede naam, zeker niet wanneer de Chinese politie gezichtsverlies tegenover een buitenlander vreest. De jongen verdwijnt in de menigte, en niet eens erg snel. Hij kijkt ons tot het laatste moment met koude hondenogen boosaardig aan.

We klimmen honderden treden naar de tegen de rotswand aangeplakte tempel Beishan Shi. Nog verder omhoog naar een kloostertje met toverthee en eenvoudige slaapkamertjes. Op de verst beloopbare top zingt een man een zacht berglied om zijn vrije zondag te vieren. Hij zoekt lang in ons woordenboekje en wijst dan aan: 'Beautiful.' Op straat dwalen verloren Tibetanen, de indianen van China. Vergeleken bij hun lotgenoten in de VS zijn ze er nog redelijk afgekomen!

Het station van Xining is gloednieuw en kraakhelder. Tussen een net gekochte thermoskan en een felrode afwasteil snatert een kereltje van een jaar of zeven vol enthousiasme tegen zijn vader. Met wijdopen ogen, soms schaterend van de lach, kijkt hij naar een wonderbare wereld. We zien duizenden van die kinderen.

Ook wij gaan negentien uur sporen naar het duizend kilometer westelijker gelegen Golmud. De rit is verbijsterend: woestijn bij het slapen gaan, woestijn bij het opstaan. De lijn is grotendeels enkelsporig wat wachten op tegenliggers, vooral veel haast oneindige goederentreinen, betekent. Af en toe een legerauto, een kalkzandstenen kampement en een kamelenkaravaan. In de verte wat yaks en springende woestijn-antilopen. Hoe die tussen stekelballen en een enkele grasspriet overleven, is een raadsel.

We slapen in bodywarmers onder dubbele dekens, verwarmd door een gastvrij aangeboden slok Chinese thinner. De trein is onverwarmd; pas ver onder het vriespunt gaat de kachel aan. Daarom is het doorspoelsysteem van de toiletten bevroren, maar af en toe komt de conducteur met heet water de zaak doorspoelen. Erger is de ijzige wind uit het spontgat met daarboven het verzoek: please do not put loose odds and ends in the pond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden