Column

Een oorlogsvluchteling in huis is geen couchsurfing

Harriët Duurvoort heeft niet zoveel tegen gelukzoeken.

Hanna Verboom bij De Wereld Draait Door. Beeld
Hanna Verboom bij De Wereld Draait Door.Beeld

De spontane uitbarsting van Nederlandse barmhartigheid ontroert. In een tijd, getekend door tegenstellingen, individualisme en afkeer van nieuwkomers, is het mooi dat ook solidariteit en liefde voor een medemens in nood nog springlevend zijn. Ergens bloedt een land dood en deze mensen proberen zich het vege lijf te redden. Gewone mensen willen helpen.

Ik zal niet de enige zijn die na Hanna Verbooms optreden bij DWDD met de gedachte speelde of ik misschien ook iemand in huis moest nemen. Ik legde het voor aan mijn moeder: 'Ruimte genoeg en een tweede douche en wc is er al', opperde ik. 'Kind, je hebt zelf nu teveel aan je hoofd om de redster uit te hangen', oordeelde zij. Goed, ik ben alleen en heb een allerliefst zorgintensief kindje inclusief de bureaucratie. Doe daarnaast praatjes, workshops, schrijf stukken en deze columns en ploeter bovendien aan mijn literaire debuut. Soms flikkeren de schoteltjes van hun stokjes en als ik weer eens een momentje tussen scherven sta bel ik mama misschien wat te vaak om mijn hart te luchten.

'Je zou toch een student nemen of Airbnb proberen?' 'Ja...', aarzelde ik. 'Maar misschien heb ik er zelf ook wat aan... Het is zeker heel onbarmhartig om een tegenprestatie te vragen? Iemand die soms oppast en kookt, bijvoorbeeld? Ik ben gek op de Midden-Oosterse keu...' 'Wil je nou een au pair of een vluchteling?'

Goed, mama had gelijk. Ik heb diep respect voor Verboom en al die andere gastvrije Nederlanders die de vluchtelingen opvangen. Een getraumatiseerde oorlogsvluchteling in huis nemen is bepaald geen couchsurfing.

'Jij bent te druk, maar ik kan misschien weer Nederlandse les gaan geven', opperde mijn moeder. Ze sneed daarmee een belangrijk punt aan: hoe gaan deze mensen integreren?

Ik dacht aan mijn Turkse buurvrouw. Die spreekt, na dertig jaar Nederland, onze taal nog steeds met handen, voeten en theatrale grimassen. Ze leeft in een zuil waarin ze het niet nodig heeft of meent te hebben, behalve op momenten dat ze mij bijvoorbeeld tegenkomt. Ze pakt dan altijd mijn gezicht vast en geeft me drie zoenen. Ze zegt wat in het Turks en vraagt dan 'eet?' 'Wanneer komt u weer eten?', tolken haar kleinzoons van vijf en zes dan braaf.

Eigenlijk verschilt mijn Turkse buurvrouw niet veel van mijn Nederlandse grootmoeder, mama's moeder, die na dertig jaar Canada in het Engels nog steeds op een yes en no niveau was blijven steken. Alsof Nederlands spreken, de taal van haar heimwee, een schrale troost was. Zoals zij haar leven lang Nederland miste maar niet terugkon omdat haar kinderen Canadezen geworden waren, ging er geen dag in Nederland voorbij dat mijn vader Suriname niet miste. Heimwee, het ongeluk van de gelukzoeker, zo u wilt.

Komt met migratie verantwoordelijkheid om te integreren? Is een migrant dat niet aan het gastland verplicht? Ik ben van mening dat een migrant het aan zichzelf, aan zijn nieuwe land en vooral ook aan zijn kroost verplicht is. Want die hechten zich aan het land waarin ze opgroeien en ontheemding in de tweede generatie is nog een veel dieper integratieprobleem.

Ik woon in een Rotterdamse 'gelukszoekersbuurt' die zo ongelofelijk door elkaar geklutst is dat een paar Syriërs erbij ook echt niet uitmaken. 40 procent autochtoon Nederlands, 60 procent superdiversiteit waarbij geen werelddeel niet vertegenwoordigd is. Ik heb niet zoveel tegen gelukszoekers, mijn familie vol immi- en emigranten zit er ook vol mee. Op zoek naar een beter bestaan in het buitenland, de basis van veel migratie en welbeschouwd ook van het overgrote deel van huidig multicultureel Nederland. Alleen de Bosniërs in mijn straat ontvluchtten ooit een oorlog.

In de publieke ruimte heeft iedereen met elkaar te maken. Vooral op de speelplaats. Veel mama's en papa's uit de buurt hakkelen Nederlands, met accenten uit alle windstreken; Chinees, Pools, Nigeriaans. Hun kids helpen vertalen, in plat Rotterdams met die hardnekkige hebbelijkheid om achter elk woord een 't' te zetten.

Nederland was al ver voor deze vluchtelingencrisis een immigratieland. Maar dat de halve wereld in onze speeltuin vertegenwoordigd is, is echt niet het eind van de wereld. De kinderen hebben al lang joelend vriendschap gesloten op de grote wip waar je wel met zijn zessen tegelijk in past. Ze lijken zich niet te storen aan hun verschillen. Alle kinderen vinden een superwip supergaaf. Als je ze vraagt wat ze zijn, dan zeggen ze: Rotterdams.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden