Een oorlog verslaan via het pr-bureau

Een oorlog valt niet te winnen zonder wapens. Maar sinds de burgers zelf strijd moeten voeren, is het gevecht om hart en hoofd van de bevolking minstens zo belangrijk....

In Radio Goes to War beschrijft historicus Gerd Horten haarfijn hoe de Amerikaanse president Roosevelt gebruikmaakte van binnenlandse radiouitzendingen om zijn land een oorlog in te trekken waarvan een groot deel van de bevolking de zin niet inzag – zelfs niet na de aanval op Pearl Harbor.

Horten maakt duidelijk welke dominante plaats de radio in de Amerikaanse samenleving innam voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en hoe het medium met succes voor propagandadoeleinden werd gebruikt. Het is verbazingwekkenddat die periode zo lang door de geschiedschrijving over het hoofd is gezien. Wel is er aandacht geweest voor de Amerikaanse buitenlandse radioverslaggeving, onder meer voor de indringende reportages van Edward R. Murrow, William L. Shirer en hun collega's, maar de binnenlandse programma's kwamen amper aan bod. Het was het populairste medium, zo'n 110 miljoen Amerikanen (90 procent van de bevolking) luisterden gemiddeld vier uur per dag naar de radio.

Aan berichtgeving via de radio werd sterk geloof gehecht, zoals bleek in 1938, toen het door Orson Welles geregisseerde ijzingwekkende hoorspel War of the Worlds, waarin sprake was van een regelrechte invasie van Marsbewoners, werd uitgezonden. Dit sciencefictionverhaal, oorspronkelijk geschreven door H. G. Wells, klonk in de huiskamer zo realistisch, dat veel luisteraars in paniek per auto op de vlucht sloegen en enorme files veroorzaakten.

Roosevelt had voor de oorlog veel ervaring met radio opgedaan tijdens de verspreiding van zijn New Deal-ideeën. Noodgedwongen, want de meeste kranten keerden zich vanwege zijn opvattingenvan hem en zijn politiek af. Maar toen de president tijdens de oorlog zijn radiopraatjes hield, mocht hij rekenen op het gewillige oor van meer dan de helft van de bevolking. Radiopropaganda drong in alle facetten van de programmering door: in de comedy shows van onder anderen Jack Benny, Fibber McGee en Molly en natuurlijk in de voorstellingen van de legendarische Bob Hope. Maar ook in de uitzendingen in vreemde talen, in de tientallen soaps die iedere week werden uitgezonden; zelfs de reclameboodschappen waren niet vrij van oorlogspropaganda.

Dat de overheid, bij monde van het Office of War Information, de propagandathema's souffleerde, betekende niet dat zij zich ook met de creatieve uitvoering bezighield. Die werd overgelaten aan de advertentiespecialisten, met als gevolg dat staatspropaganda steeds meer een zaak van rappe reclamejongens werd. Zij spraken de Amerikaanse burgers niet aan met het opgeheven vingertje om hen te wijzen op de hun burgerplicht, zoals in propaganda van totalitaire regimes gebeurde, maar zagen hun landgenoten vooral als consumenten. Dat hooghouden van kapitalistischewaarden en het aanmoedigen van vrij ondernemerschap bezorgden de Amerikaanse radiopropaganda volgens Horten een glansrijke triomf.

Jaren later staat dat marketingconcept voor oorlogspropaganda nog steeds overeind. Een oorlog moet je aan de bevolking verkopen, meent ook de huidige president Bush. In Weapons of Mass Deception laten Sheldon Rampton en John Stauber zien hoe de Amerikaanse regering (zelfs nog voor het aantreden van Bush) haar burgers en bondgenoten opwarmde voor een oorlog met Irak en waarom na 11 september 2002 meteen het verband werd gelegd tussen de aanslagen in de VS en de 'schurkenstaten'. Ook hier speelden de media in de meningsvorming een cruciale rol. Nog steeds, want het bewijs voor massavernietigingswapens die Irak zou hebben, moet nog boven water komen. Vooral de tv groeide tijdens de oorlog met Irak uit tot ongeslagen mediakampioen, mede door de webcams die vanaf Amerikaanse pantservoertuigen de kijker de indruk gaven live mee te kijken, al bleef het totaalbeeld daarmee ver uit zicht.

Wat dit boek aan de kaak stelt, is de manier waarop de Amerikaanse overheid de media manipuleert en hoe kritiekloos de meeste media met overheidsinformatie zijn omgesprongen. Dat is voornamelijk op het conto te schrijven van peperdure pr-bureaus en gewiekste communicatie-experts. Argwaan leek op zijn plaats, maar de meeste verslaggevers accepteerden de informatie zoals ze werd gepresenteerd: als feitenmateriaal. Voor Rampton en Stauber vormt deze informatie een aflevering in een reeks. De oorlog is weliswaar ten einde, maar de politieke nasleep is nog in volle gang. Bush zal nog heel wat meningen moeten slijten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden