EEN OORLOG MEEMAKEN

DEZE WEEK ben ik tenminste één illusie armer geworden. Geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog, heb ik immer de hoop gekoesterd tijdens mijn leven in Nederland niet nog eens een oorlog mee te maken....

Het gevoel een heuse oorlog mee te maken, is nu echter dubbel vreemd. De eerste oorlog die ik meemaakte ging gepaard met directe angst. Voor verdwaalde V2-raketten, voor moffen die het huis kwamen uitkammen op zoek naar onderduikers; de angst dat alle mannen boven de achttien (vader, neven, aangespoelde vreemden) meegenomen zouden worden.

'Waar is je vader?' uit de mond van een onbehouwen soldaat met geweer. Het lijkt me precies de angst te zijn van de mensen in Kosovo. Herlevend fascisme op Europese bodem.

De tweede keer dat ik nog de koorts van oorlog gevoeld heb, was tijdens de Cuba-crisis, zomer 1962. Je snelde 's avonds naar de brievenbus (niet elke huiskamer had toen al televisie) om te lezen hoe ver de boten uit Rusland al waren opgestoomd. Nerveus gedoe dus, dat zich later ontlaadde in een anti-oorlogshouding, tegen Amerikaanse inmenging in Vietnam. Ook al zou de NAVO nooit een aanvalsoorlog beginnen, veel jonge mensen waren toen, meer gevoelsmatig dan verstandelijk, tegen oorlog.

Maar nu, nu het echt oorlog is geworden, voel ik helemaal niets. Geen opwinding, geen angst, zelfs geen verontwaardiging. Over oorlog wordt beslist door een handjevol politici (Clinton en Blair) en hij wordt gevoerd door een handjevol technici, ver van de gewone wereld vandaan. Die draait dus gewoon door.

De premier vergadert met zijn minister van Financiën over geld, in het parlement klinkt slechts één tegengeluid, en er wordt een gloednieuwe nota over de sociale zekerheid gepubliceerd - waar ik vanuit mijn expertise natuurlijk een column over moet schrijven, gewoon alsof er niets aan de hand is. Maar dat lukt me niet. Deze oorlog is het hoogtepunt van de vervreemding tussen burgers en politici, tussen het sociale leven en politieke besluitvorming.

Je maakt deze oorlog mee en tegelijk maak je hem niet mee. Tegenwoordig moet je naar de televisie kijken om een oorlog mee te maken. Maar je ziet geen verschil tussen nachtelijke beelden van Bagdad en Belgrado (misschien geven ze ons wel dezelfde beelden). Journalisten proberen de oorlog levendig te maken door interviews, 'direct na behouden thuiskomst', met piloten die die dag zijn opgestegen. Voor elke twee Nederlandse vluchten, keurig één persconferentie. Een 'hit' wordt net zo enthousiast verslagen als een doelpunt in de Championsleague.

De berichten uit het NAVO-kamp zijn even voorspelbaar als leeg. De boodschap dat alleen de tegenpartij propaganda verkoopt, is te doorzichtig voor moderne burgers en daarom onze democratie onwaardig. De toespraken van Albright en Clark gericht aan 'het Joegoslavische volk' zijn wel erg naïef.

Het begrip humanitaire actie, in de mond genomen door zowel Clinton als Jeltsin en door alle politici die elkaar napraten, dreigt nu definitief een politiek-bureaucratisch cliché te worden ter rechtvaardiging van een niet-legale oorlog. Als woorden hun betekenis verliezen, is de interne chaos aangebroken, schreef Thucidides over de oorlog op de Peloponnesos. Als soevereine staten niet meer soeverein zijn, als een verdedigingspact als eerste gaat aanvallen, als men in de Verenigde Naties de naties niet meer wil verenigen, dan is de situatie, ook in onze westerse wereld, verontrustend. Maar niemand schijnt verontrust. Het internationale recht is toch ook voor de sterkste wereldmacht geschreven?

Alle argumenten pro en contra de NAVO-bombardementen zijn inmiddels al vele keren de revue gepasseerd, zonder dat iemand weet hoe het nu verder moet. Je wordt heen en weer geslingerd tussen het recht van een onderdrukte bevolkingsgroep en het recht van een soevereine staat. Tussen de verslagen van journaliste die het echt hebben meegemaakt en er over kunnen oordelen en het verstand dat zegt dat je etnische zuivering niet stopt met high-tech. Die wapens kennen geen beschaving en zullen ook geen beschaving brengen. De enige weg daarvoor is modernisering, economische ontwikkeling en steun, blijven praten en onderhandelen. Zeer veel jongeren in Joegoslavië zijn al zo westers als wat. Het is zeer gevaarlijk om van Joegoslavië het Irak van Europa te maken: geïsoleerd, melaats verklaard, vanuit de verte platgebombardeerd.

De enige echte vraag die door de burgers van de NAVO-landen moet worden beantwoord, is of ze hun eigen leven als grondsoldaat willen opofferen voor de bevrijding van een onderdrukte minderheid (en er zijn er vele in Europa en in de rest van de wereld). Maar over dit antwoord - hetzij 'ja', hetzij 'nee' - hebben ze weinig te vertellen. In die zin kunnen (en willen?) burgers een oorlog niet meer mee-maken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden