Een oorlog ligt altijd op de loer

Officieel is Kosovo een onafhankelijk land, maar zonder financiële en militaire steun uit het buiten-land waren de Kosovo-Albanezen en de Kosovo-Serviërs elkaar al lang in de haren gevlogen. Op pad met Nederlandse marechaussees worden de spanningen al snel zichtbaar.

De oorlog is al een tijd voorbij in Kosovo, maar de huid van het nieuwe land is dun. Een woord, een gerucht, een vlag is genoeg om Het Probleem aan de oppervlakte te brengen - elke dag rolt hier in het noorden wel ergens een handgranaat door een tuin, of op een balkon. En die mannen daar, bij de grijze zeecontainer langs de weg, bepalen zelf wel wanneer ze een roadblock maken. Je weet niet wie ze zijn en wie ze dienen, maar als ze telefoon krijgen van hogerhand steken ze een stapel autobanden in brand, of sluiten ze de weg met betonblokken af, ook voor de Nederlandse marechaussees die er patrouilleren.


Het noorden van Kosovo is geen oorlogsgebied, maar ziet er wel zo uit. In de berm van de weg is een rijtje Amerikaanse Humvees geparkeerd naast Zweedse pantserwagens - lange antennes in een boog op het dak gebonden - en verderop wapperen legergroene tenten in de koude wind, een bivak voor internationale vredesmilitairen.


Ze hebben schuttersputten aangelegd van op elkaar gestapelde zandzakken, afgeschermd met spiralen prikkeldraad. Af en toe komt een helikopter over, op weg naar een grenspost, die vanwege de roadblocks moeilijk te bereiken is.


Dit is nog steeds een hostile environment, zegt adjudant Wilfred, Nederlandse marechaussee op missie in Kosovo. Daarom rijdt hij in een gepantserde Landcruiser door het noorden en draagt hij een kogelwerend vest, en vraagt hij vriendelijk zijn achternaam niet op te schrijven.


'Je rijdt een straat in en stuit zomaar op een menigte, een demonstratie van Serviërs tegen de Albanezen - en niemand die precies weet wat erachter zit. In dit deel van het land draait het om handel in alles wat maar geld oplevert: drugs, voertuigen, vrouwen, brandstof. Er zijn veel mensen die belang hebben bij chaos.'


Het arme, kleine, Europese land Kosovo staat sinds vorig jaar volledig op eigen benen, maar ligt nog steeds in een couveuse. Het wordt gestut met dollars en euro's uit het buitenland, met militairen en met diplomaten die geloven dat het mogelijk is een modelnatie te bouwen, een moderne, veilige, multi-etnische democratie in het hart van Oost-Europa. Maar die tegelijk ook weten dat Kosovo een vat is vol belangen, dat elk moment kan exploderen, ondanks de 5 miljard euro die eraan is besteed sinds de NAVO er in 1999 een einde maakte aan de oorlog.


Etnische wortels

Het Probleem heeft etnische wortels: Kosovo-Albanezen tegen Kosovo-Serviërs, die allebei menen dat het land hun toebehoort. Meerderheid tegen minderheid, islam tegen christendom.


Van het mengen van culturen komt weinig terecht: de Serviërs wonen goeddeels in enclaves, en erkennen de natiestaat Kosovo niet. En onder die patstelling adert een netwerk van smokkelroutes, familievetes, handelsbelangen en wapens; ongrijpbaar voor de buitenlanders die het land zo goed en kwaad als het gaat op orde proberen te houden. NAVO-militairen van KFOR (Kosovo Force), en marechaussees, politieagenten en rechters van EULEX, de Europese organisatie die van het land een rechtsstaat wil maken.


Leus op een muur in hoofdstad Pristina: 'Euleksperiment'.


Het hoofdkwartier van de internationale vredesmacht heet Film City; het is een uitgebreid en goed afgesloten kampement van barakken en slaapcontainers gebouwd tegen een heuvel, met optimaal zicht op de hoofdstad en met een hele economie van zichzelf. Er is een Scandinavian Store, een Boutique France en een Too Thai Massage.


Er zijn 28 nationaliteiten gelegerd met 5.500 manschappen, onder wie Albanezen, Turken en Marokkanen. Aan de muur van het hoofdkwartier hangen plaquettes met opgewekte slogans: Moving forward together as one en Shape the future peace with determination - maar iedereen die de krant leest, weet dat het ijdel is om te denken dat het snel goed zal komen met Kosovo.


Op Film City hebben de Nederlanders hun gezamenlijke huiskamer 'De Klomp' gedoopt; aan de muur hangt een poster van de Keukenhof en adjudant Ad heeft zijn fiets oranje geschilderd voor de komende kroningsdag. De oudste officier, luitenant-kolonel Coen Brouwer, toont zich bescheiden: Kosovo moet zijn problemen zelf te lijf, zegt hij; de soldaten van KFOR en de agenten van EULEX zijn hier alleen ter ondersteuning. 'Maar het probleem is dat de Kosovaarse politie geen status heeft, en niet de middelen om granaten en bermbommen te bestrijden. Dus dat doen wij.'


Het aantal incidenten met granaten, bermbommen en kalasjnikovs neemt de laatste maanden toe. 'Er wordt weleens cynisch gedaan over deze missie', zegt Coen Brouwer. 'Maar ik vind: zolang de bevolking er baat bij heeft, moet je blijven. Wij verwachten heel veel van mensen die elkaar kort geleden nog naar het leven stonden. Daar moet ook iets tegenover staan.'


Problemen zijn er vooral in het uiterste noordwesten, dat als een kloppende zweer heel Kosovo koortsig houdt. Het gebied is niet veel groter dan Texel, maar alles dat het land wankel maakt, komt hier bij elkaar. Etniciteit en criminaliteit, fraude en politiek - het is een grijze zone waar mensen opereren die er baat bij hebben dat het een grijze zone blijft.


Uitvalsbasis is de stad Mitrovica, ooit het toonbeeld van saamhorigheid en relatieve economische voorspoed, nu opgedeeld in noord en zuid. Het zuiden is van de Albanezen, het noorden van de Serviërs, al wonen ze hier en daar op elkaars grondgebied. Elke kant van de stad heeft zijn eigen gemeentehuis. Elke kant heeft zijn eigen gerechtsgebouw. In het noorden betalen ze met Servische dinars, in het zuiden met euro's. En midden op de door Serviërs gebarricadeerde grote brug van Mitrovica, staat een gammel Golfje van de Kosovaarse politie geparkeerd.


Plastic River

De oorlog heeft 'Mitro' achtergelaten zonder glans: van de grote accu-fabriek aan de rand van de stad is een ruïne over, vervuild met chemicaliën die wegsijpelen met het regenwater. De rivier de Ibar die vlakbij ontspringt, ligt zo vol met vuilnis dat ze Plastic River wordt genoemd. In het landschap staan ruïnes en onbewoonde nieuwbouwhuizen met holle ogen, tussen verwaaid vuilnis en modderplassen.


Zestien Nederlandse marechaussees helpen in Mitrovica de lokale politie, beveiligen de opgelapte rechtbank en controleren twee grensposten met Servië. Ze dragen baretten in het blauw van de nieuwe Kosovaarse vlag, en hebben gele schouderbanden om met EU Police erop, of EULEX. Het is mooi en onvoorspelbaar werk, zegt adjudant Wilfred, terwijl hij de Landcruiser een bergpad omhoog stuurt, 'We proberen ons bescheiden op te stellen.'


Het is afschuwelijk complex en ingewikkeld, zegt majoor Theo, de chief operations die naast hem zit, 'maar ik geloof wel dat de bevolking het waardeert'.


Vanwege het toenemende geweld patrouilleren de EULEX-agenten sinds kort samen met de Kosovaarse politie. In de praktijk kunnen de lokale agenten namelijk weinig zonder steun. 'We are running the show', zegt het hoofd van het EULEX-politie, luitenant-kolonel Niels Stransky. Niet alleen omdat de lokale agenten materiaal en training ontberen, maar vooral omdat ze zelf deel uitmaken van Het Probleem: een Albanese politieman die een Servische crimineel bekeurt, of andersom - dat blijft op zijn minst wat ingewikkeld. 'Iedereen kent iedereen in dit kleine land, de familiebanden zijn heel sterk, dat maakt het lastig opereren.'


Om er een beetje greep op te krijgen, heeft majoor Theo gedetailleerde kaarten opgehangen in zijn kantoor in Mitrovica, plus recente luchtfoto's van dorpen en gehuchten: rode pijlen bij de Albanese huizen, blauwe pijlen bij de Servische. Zo complex en onoverzichtelijk is de situatie, dat de kaarten en foto's steeds gedetailleerder moeten, en hij eigenlijk van elk huis wil weten welke familie er woont, en wat hun banden zijn met andere families.


Albanezen bouwen steeds meer in Servisch gebied, 'en dus gaan de Serviërs zich daar ongemakkelijk voelen', zegt adjudant Wilfred. 'Vandaar de granaten en demonstraties.' Ook naar een restaurant waar de marechaussees vaak eten, werd een handgranaat gegooid. Wilfred: 'Je weet nooit waarom en voor wie die was bedoeld, maar het kan heel goed een waarschuwing zijn.'


De gepantserde Landcruiser van Wilfred en Theo rijdt het noorden in, en stopt bij een rommelig gehucht dat Brdjani heet, of Kroi i Vitakut, afhankelijk van je afkomst: Servisch of Albanees. Het is betwist gebied. Het ziet er niet bijzonder uit, een paar huizen op een heuvel, maar alleen al het plan van een Albanees om op modderige fundamenten een nieuw huis te bouwen, leidde er tot dagenlange protesten, stenengooien, en een interventie van EULEX-agenten die voor 'fascisten' werden uitgemaakt door Servische betogers.


Daarom dus dragen de marechaussees die mee op verkenning zijn vandaag kogelvrije vesten en een Glock-pistool; twee hebben een C8 meegenomen, een semi-automatisch wapen, dat ze schuin voor zich dragen. Hun auto's zijn wit, maar bemodderd. Majoor Theo wijst op een groep mannen bij een Lada Niva. Als ergens een Lada Niva staat, is het oppassen - het is de favoriete auto van het zelfbenoemde Servische verzet. 'Hier moeten we beter niet stoppen, dat zijn de extremisten, om het zo maar te zeggen. Ze noemen zichzelf burgerwacht. Eén telefoontje en ze trommelen honderd man op voor een demonstratie - iemand hoeft maar met een vlag te zwaaien en het is raak.'


Adjudant Wilfred zegt: 'Die demonstranten worden gewoon betaald, een tientje per man.'


Theo: 'Alles wordt hier gepolitiseerd. Daar is nauwelijks tegenop te werken. Het is algemeen bekend dat de macht hier ligt bij vier burgemeesters met een niet zo smetteloze reputatie.'


Hoogtepunt van Het Probleem is de grens met Servië. Alles in Kosovo is brandbaar, ook de woorden die je er gebruikt, en daarom heten de grensovergangen met Servië geen grensovergangen maar gates, en zelfs de term gate ligt gevoelig, zodat de grensovergangen sinds kort crossing points worden genoemd, totdat er een nog diplomatieker term is bedacht.


De grens wordt bewaakt door Nederlandse marechaussees en hun internationale collega's, die er in diensten van twaalf uur identiteitspapieren controleren. Omdat de weg er naartoe gevaarlijk is, of op zijn minst vol verrassingen, gaat het vandaag met een witte Puma-transporthelikoper over het puntige Kosovaarse landschap, en wijst adjudant Hans enthousiast naar beneden als hij smokkelpaden ziet. Hans is een vrolijke kerel die zo veel mogelijk Servisch heeft geleerd. 'Het zijn eigenlijk gewoon paspoortcontroles zoals in Nederland die we hier doen', zegt hij.


Portakabins

Crossing Point 1 is een klein complex van portakabins langs een smalle, brokkelige asfaltweg, die uit de Servische bergen komt en de Kosovaarse bergen in duikt. Er staan auto's te wachten, en een enkele vrachtwagen. Hans schuift het raampje van zijn portakabin open, vraagt om papieren - 'dobro jutro, dokumenti kola, hvala vam'.


Controleren is het probleem niet, zegt hij. De grenspost bereiken, is het probleem. Per konvooi worden de agenten van EULEX aangevoerd uit Mitrovica, en bij het aflossen van de ploeg is het elke keer weer de vraag of ze de crossing points zullen bereiken. Serviërs hebben her en der roadblocks aangelegd: hopen grind, stapels autobanden, vierkante betonblokken, groepjes mannen bij hun Lada Niva's, en controleren of er Albanezen in de auto's zitten. Albanezen komen er niet door, ook al zijn ze politieagent. Soms komen ook de marechaussees er niet door. 'Dan moeten we terug', zegt adjudant Hans.


En dan gaan ze terug. Want niemand wil de vonk zijn, voor een nieuwe oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden