Een oorlog is niet onvermijdelijk

Haviken en duiven zijn het over een ding eens: een oorlog tegen Irak lijkt onvermijdelijk. Maar is dat ook zo?...

Door Willem de Bruin

1

Saddam Hussein saboteert al meer dan tien jaar de uitvoering van VN-resoluties die hem verplichten zich te ontwapenen. De VN verliezen hun geloofwaardigheid als men dit nog langer tolereert.

Helemaal waar, maar rechtvaardigt dit na tien jaar nog een oorlog, temeer daar het doel inmiddels is verschoven van ontwapening naar omverwerping van het Iraakse bewind? En zal het gevaar dat men poogt te bezweren opwegen tegen de collateral damage, in zowel humanitair als politiek opzicht? Irak vormt op dit moment geen groter gevaar dan tien jaar geleden, toen men het juist verstandig oordeelde Saddam te laten zitten. Het land is niet in oorlog en heeft ook geen aanwijsbare plannen om een van de buurlanden, laat staan de VS, aan te vallen. De resoluties die Israël stelselmatig negeert, mogen een vrijblijvender karakter hebben, in de publieke opinie in de islamitische wereld wordt dat onderscheid niet gemaakt. Het resultaat kan zijn dat de VS precies het beeld bevestigen dat men wil bestrijden: Amerika als arrogante supermacht die naar believen over het lot van andere volkeren denkt te kunnen beschikken. Beter kan men het terrorisme niet stimuleren.

2

Laten we het niet ingewikkelder maken dan nodig is. De Iraakse leider is een tiran van de ergste soort. Hoe eerder hij ten val wordt gebracht hoe beter.

Een tiran is hij zeker. Tegelijk dwingt de realiteit ons te erkennen dat we de democratie niet met het zwaard over de wereld kunnen verpreiden. Wat moreel nastrevenswaardig is, kan politiek onhaalbaar en soms zelfs onwenselijk zijn. En als we noodgedwongen selectief moeten zijn bij onze interventies, waarom weegt het leed van de Irakezen dan nu plotseling zwaarder dan dat van andere volkeren? Niet alleen in Irak, maar in het hele Midden-Oosten en Centraal-Azië is democratie een schaars goed. Dat is nooit een beletsel geweest met deze landen, Irak niet uitgezonderd, diplomatieke betrekkingen te onderhouden of zelfs bondgenootschappen te sluiten onder het motto 'de vijand van mijn vijand is mijn vriend'. Zoals sommige dictaturen (Syrië, Pakistan) van vijand tot vriend promoveerden, zo degradeerden anderen (Iran, Irak) van vriend tot vijand.

Dat de mensenrechten in Irak nu plotseling een oorlog waard zouden zijn, klinkt ook om een andere reden ongeloofwaardig. Volgens een conservatieve schatting zijn sinds de westerse boycot van Irak een half miljoen kinderen aan ziekten en ondervoeding gestorven. Dat Saddam Hussein hier in de eerste plaats zelf schuldig aan is, is een dubieus argument. Amerika en zijn hulpsherrif in Londen hebben niets nagelaten de Iraakse leider als de incarnatie van de duivel af te schilderen en waarom zou die zich iets aantrekken van het leed dat de boycot aanricht?

3

De Iraakse oppositie wil niets liever dan dat wordt ingegrepen.

Er hoeft niet aan te worden getwijfeld dat de Irakezen liever vandaag nog dan morgen van Saddam Hussein worden bevrijd. Of een door Amerika geïnstalleerde regering van ballingen met evenveel enthousiasme zal worden begroet, is nog maar de vraag. De in Londen zetelende Iraakse oppositie heeft tot dusverre meer energie gestopt in onderlinge twisten dan in het bestrijden van Saddam Hussein.

Afghanistan laat zien dat het moeilijke werk pas na de bevrijding begint. Wie meent dat de problemen in het relatief ontwikkelde Irak minder groot zullen zijn, kan voormalig Joegoslavië (Bosnië, Kosovo) als voorbeeld nemen, waar alleen dankzij de aanwezigheid van een buitenlandse troepenmacht de illusie van een democratische, multi-etnische samenleving overeind kan worden gehouden. Dat dit voor de Irakezen hoe dan ook een verbetering zal zijn vergeleken met de huidige situatie, neemt niet weg dat het Westen andermaal wordt geconfronteerd met de paradox dat waar zij als bevrijder binnenmarcheert, zij wel eens als kolonisator kan eindigen. Of een langdurige Amerikaanse bezetting van Irak op veel bijval in de regio zal kunnen rekenen, moet worden betwijfeld.

4

Saddam Hussein heeft bij herhaling getoond bereid te zijn massavernietigingswapens te gebruiken, zoals tegen de Koerden en in de oorlog tegen Iran. En vergeet de scudraketten op Israel niet.

Ook waar. Jammer voor de Koerden dat niemand toen iets van zich liet horen. En aan wiens kant stond het Westen eigenlijk in de oorlog tegen Iran? Dat vormt ook achteraf geen rechtvaardiging voor het gebruik van gifgas, maar de bezorgdheid komt wat laat. De scudraketten die Saddam tijdens de Golfoorlog op Israel afvuurde, mogen een wanhoopsdaad hebben geleken, zij waren nochtans van een conventionele lading voorzien. Helemaal gek is hij dus niet. Als het er op aankomt, kiest hij voor het behoud van zijn macht.

5

Iemand die gifgas gebruikt tegen zijn eigen bevolking is zo niet gek, dan in elk geval misdadig en tot alles in staat.

Dat kan ook een argument tegen een oorlog zijn. Want Saddam zal beseffen dat hij de strijd met de Verenigde Staten hoe dan ook verliest. Waarom dan niet geprobeerd zoveel mogelijk vijanden mee het graf in te nemen?

6

De aanslagen op 11 september 2001 hebben de wereld veranderd. We kunnen niet het risico nemen af te wachten tot er een atoombom op Washington of Londen valt.

De recente aanslagen op Bali en in Kenia zouden tot het inzicht moeten leiden dat het terrorisme niet slechts langs langs militaire weg kan worden bestreden. En hoezeer Saddam Hussein ook wordt gedemoniseerd, er is nog altijd geen overtuigend bewijs dat hij is betrokken bij de terreuracties van Al Qa'ida. Dat maakt van Saddam geen onschuldige figuur, maar het is belangrijk voor ogen te houden wat het doel van een oorlog is. Ideologisch hebben Saddam en Osama Bin Laden weinig gemeen. Irak was ook voor de Golfoorlog een dictatuur, maar tevens een relatief modern land, afkerig van iedere vorm van fundamentalisme. Dat neemt niet weg dat Saddam Hussein wel degelijk van het terrorisme profiteert. Iedere aanslag elders in de wereld leidt de aandacht van hem af. Voor Osama bin Laden ligt het precies omgekeerd: hoe meer alle inspanningen op Irak worden geconcentreerd, hoe meer de aandacht wordt afgeleid van de oorlog tegen het terrorisme.

7

Een schurkenstaat die in het bezit is van massavernietigings wapens, vormt per definitie een bedreiging voor de wereld.

Het probleem is dat de schurkenstatus door Washington even makkelijk wordt toegekend als weer ingetrokken. Als we het werkelijke gevaar als uitgangspunt nemen, zou Pakistan, om maar een voorbeeld te noemen, wel eens prioriteit kunnen verdienen boven Irak. Het betreft hier immers een land waarvan ook zonder inspecties vaststaat dat het over massavernietigingswapens beschikt, waarvan anders dan in het geval van Irak vaststaat dat het steun heeft verleend (en nog verleent?) aan de Taliban en Al Qa'ida, dat het afgelopen jaar een paar maal op de rand van een oorlog heeft gestaan met buurland India, eveneens in het bezit van kernwapens. Dat de VS generaal Musharraf nodig hadden voor hun oorlog tegen Afghanistan, maakt van hem niet meteen een democraat.

En dan is er nog Noord-Korea, waar Kim Jong-Il in menig opzicht net zo in het nauw zit als Saddam Hussein en bewezen heeft nucleaire ambities te koesteren. Dat een 'preventieve' oorlog tegen Noord-Korea om verschillende reden ondenkbaar is, laat zich raden. Een sterk argument om dan maar Irak aan te pakken, is het niet.

8

Amerika's tegenstanders hanteren een dubbele moraal. Eerst verwijt men de VS hun wil aan de rest van de wereld te willen opleggen. Nu de regering in Washington alsnog voor de VN-route heeft gekozen, weigert men de consequenties daarvan te aanvaarden.

Hier lijkt geen speld tussen te krijgen. De werkelijkheid is genuanceerder. In de eerste plaats dwingt de resolutie niet tot een aanval op Irak. Het is aan de Veiligheidsraad te beslissen wat er moet gebeuren in het geval Irak in gebreke blijft. Dat de VS zich het recht voorbehouden desnoods alleen ten strijde te trekken, zegt meer over Amerika's houding tegenover de VN dan over zijn critici.

De Verenigde Naties zijn geen goddelijk orgaan waarvan de resoluties een universele waarheid verkondigen. De hooggestemde idealen van de volkerenorganisatie zullen altijd worden afgewogen tegen het welbegrepen eigenbelang. Veroordeelden de grote mogendheden de VN tijdens de Koude Oorlog veelal tot machteloosheid, inmiddels is dit machtsevenwicht vervangen door een situatie waarin één supermogendheid in staat is (en naar het soms lijkt ook bereid is) zijn wil aan de hele wereld op te leggen.

De kwestie-Irak demonstreert dat dit niet zonder gevolgen blijft voor de VN. Laten we de zaken in dit verband niet mooier voorstellen dan ze zijn. De 'unanieme' steun voor de laatste Irak-resolutie was er een tegen wil en dank. Frankrijk en Rusland beseften dat een tegenstem hen zou veroordelen vanaf de zijlijn toe te kijken hoe de VS alleen ten aanval zouden gaan. Beide landen hebben zelf ook meer last dan gemak van Saddam, maar hun belangen in Irak zijn te groot om Washington de vrije hand te geven.

De VN lijken in deze zaak dan ook alleen maar te kunnen verliezen. Tegenover het verwijt dat de geloofwaardigheid van de VN in het geding is wanneer zij accepteren dat Irak resoluties straffeloos kan blijven negeren, staat de vraag of de VN aan geloofwaardigheid winnen door zich tot instrument te laten maken van de belangen van de machtigste lidstaat. Het lijkt er immers op dat de VN kunnen kiezen tussen een oorlog met of zonder stempel van de Veiligheidsraad. Zoals een VN-functionaris het tegenover The New York Times formuleerde: 'Laten zien dat je vastbesloten bent een oorlog te beginnen als de wapeninspecties op niets uitlopen, is één ding. Laten merken dat je hoe dan ook van plan bent een oorlog te beginnen is iets heel anders.'

9

Linkse intellectuelen in Europa zijn zo verblind door hun anti-amerikanisme dat zij bereid zijn het lot van de Irakezen op te offeren aan hun verzet tegen Bush.

Het lot van de Irakezen raakt Europeanen vermoedelijk niet minder dan Amerikanen. Wellicht dat die vermaledijde linkse intellectuelen iets meer oog hebben voor het feit dat in de internationale politiek de moraal niet zelden dient als verpakking van de macht. Het probleem werd onlangs treffend verwoord door Salman Rushdie, die zichzelf vermoedelijk niet graag bij links indeelt, in een pleidooi voor de bevrijding van Irak (Forum, 9 november). Een bevrijding die naar zijn mening uit humanitair oogpunt ieders steun verdient. Dat deze steun desondanks uitblijft, dienen de VS zich volgens Rushdie in de eerste plaats zelf aan te rekenen. Een staat die zich het recht aanmatigt naar believen ieder land aan te vallen waarvan het bewind hem niet aanstaat, maakt nu eenmaal meer vijanden dan bondgenoten. Want wie is na Irak aan de beurt?

10

Het lijdt geen twijfel dat Saddam nog altijd over massavernietigingswapens beschikt. Saddam bedriegt de wereld al meer dan tien jaar, dus waarom zou hij nu wel oprecht zijn? De door hem ingeleverde wapenlijst duidt erop dat hij ook de nieuwe VN-resolutie aan zijn laars lapt.

Hoe graag en met hoeveel recht Washington ook hamert op Saddams onbetrouwbaarheid, in dit geval is evenzeer de geloofwaardigheid van de VS in het geding. Bij alle onduidelijkheid over wat er uiteindelijk moet gebeuren, laat resolutie 1441 er geen misverstand over bestaan dat pas tot actie mag worden overgegaan wanneer sprake is van een 'ernstig verzuim' van de kant van Irak.

Het is heel goed mogelijk dat de nu ingeleverde lijst incompleet is, maar tegelijk is moeilijk voor te stellen hoe Irak kan bewijzen dat het wapens die niet op de lijst staan ook niet bezit. In dat geval dient de bewijslast te worden omgedraaid. Vinden ook de inspecteurs niets dan zal Washington, wil het zich blijven verzekeren van de steun van de Veiligheidsraad, alsnog zelf de smoking gun op tafel moeten leggen. Kan men die niet produceren dan is het natuurlijk mogelijk vol te houden dat de inspecteurs niet goed genoeg hebben gezocht, in de veilige wetenschap dat het onmogelijk is een uitgestrekt land als Irak in de toebemeten tijd tot in alle hoeken en gaten te doorzoeken. Dan zou duidelijk worden dat de resolutie slechts één doel heeft: het verschaffen van een casus belli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden