Eén oog op de patiënt, het andere op het horloge

Ton Dofferhoff gebruikt zijn horloge meer dan zijn stethoscoop. Op de gang in het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen heeft de 42-jarige internist twee spreekkamers....

Wie een dagje meeloopt met een specialist in een groot ziekenhuis, denkt al snel aan het konijn in Alice in Wonderland: een witte verschijning die continu op zijn horloge kijkt. 'Geen tijd, geen tijd, ik ben al te laat.' Die race tegen de klok, erkent Dofferhoff, is niet goed voor zijn patiënten en ook niet voor zijn eigen welzijn.

Uit een telefonische enquête in opdracht van de Orde van Medisch Specialisten bleek vorige week dat ruim 70 procent van de specialisten vaak of regelmatig niet de zorg kunnen leveren die zij willen. Eerder bleek dat sommige patiënten overlijden terwijl zij wachten op behandeling. Met name door het tekort aan personeel gaapt er een kloof tussen medische mogelijkheden en hetgeen praktisch uitvoerbaar is.

Wat dit voor patiënten betekent, blijkt meteen 's ochtends in de kelder van het Canisius-Wilhelmina. Daar verzamelt zich zo'n twintig arts-assistenten, internisten en longartsen voor de dagelijkse briefing over de voorgaande nacht. Een arts-assistente somt de spoedgevallen tijdens haar dienst op: een nieuwe diabetes, een trombosebeen, een maagperforatie, een urineweginfectie.

'Twee patiënten liggen bij gebrek aan plaats op de kraamafdeling, twee heb ik weer naar huis gestuurd, eentje ligt nog steeds op de eerste hulp en ik ben uren bezig geweest een acuut geval bij het Gelderse Vallei ziekenhuis in Ede te krijgen. De ambulance vond het niet spoedeisend genoeg en weigerde voor acht uur te rijden.' Een van de patiënten die thuis zit, waarschuwt de jonge arts, moet vandaag een maagscopie krijgen. Gelach in het zaaltje: de wachttijd bedraagt drie maanden.

Om 9.45 uur begint de vierde vergadering (na de presentatie van een radioloog om 8.15 uur, van de dienstdoende arts-assistent om 8.30 uur, overleg met een micro-bioloog over infectiegevallen om 9.15 uur). Dofferhoff bespreekt met drie collega's zijn patiënten op de afdeling interne geneeskunde. Twintig zieken in dertig minuten. Een 28-jarige arts-assistent trekt de medische dossiers uit een bak, somt de laatste lab-resultaten op en doet een voorstel voor verdere behandeling.

Dat ritueel herhaalt zich in de zogeheten teamkamer. Daar zit teamleidster Jacqueline Lagé, die telkens de verpleegkundige haalt die de patiënt verzorgt. Deze laatste heeft, zo blijkt, veel invloed op de behandeling. 'Wacht, ik ben nog niet klaar met deze patiënt', zegt de 48-jarige Anke van Ewijk. 'De pijnmedicatie lijkt me nog steeds onvoldoende. Vannacht klaagde ze weer.'

Dofferhoff: 'Deze bespreking is altijd een strijd tussen zo snel mogelijk door alle mappen heen en een inhoudelijke discussie. We willen de achtergronden van een behandeling graag uitleggen aan verpleegkundigen en co-assistenten, maar om 11.15 uur moeten we klaar zijn.' Dan begint de ronde over afdeling B14. Voor patiënten betekent dat een invasie van wapperende witte jaspanden.

In de eerste kamer ligt een man wiens luchtpijp langzaam door tumoren wordt dichtgedrukt. 'We moeten een vreselijke dood voorkomen', had de arts-assistent in de voorbespreking nog gezegd. De patiënt wordt bestraald en krijgt mogelijk een buisje in zijn luchtpijp. Maar het is tijd, stelden de artsen, afspraken te maken over de laatste fase.

Dofferhoff staat naast het bed en zegt: 'Ik ga nog eens in uw keel kijken. En dan wil ik graag een afspraak met u en uw vrouw om eens rustig te praten.'

In de volgende kamer ligt een 88-jarige man opgerold in zijn bed. Zijn huid is helemaal geel. 'Hoe gaat het met u?', vraagt Dofferhoff. 'Niet best', antwoordt de man met een tumor in zijn buik. Hij wacht al twee weken op een plaats in een verpleeghuis. Hij is een zogeheten bedblocker: behandeling is niet meer zinvol, maar de patiënt kan nergens anders heen. De visite duurt zo'n drie minuten.

'Ik ga proberen vanmiddag nog een halfuurtje bij hem te zitten', zegt arts-assistent Frank Hermens na de ronde. 'Dat zou ik iedere dag moeten doen, maar het schiet erbij in.' Ook de patiënt die nog slechts piepend kan ademhalen, verdient volgens hem meer aandacht. 'Misschien vermindert dat zijn paniekaanvallen. Maar in plaats daarvan moet ik echo's aanvragen, rondbellen en ben ik nu alweer te laat voor les.'

Op de intensive care staat om 12.15 uur een plastic bak met bouillon klaar. Dofferhoff komt tien minuten te laat binnen en noteert de toestand van tien kritieke patiënten. 'We moesten weer midden in de nacht een patiënt vervroegd terugplaatsen naar een gewone afdeling', meldt de intensivist. 'Die moest plaatsmaken voor een vrouw met een slagaderlijke bloeding in de buik.'

Een dag eerder moest ook al een patiënt aan de beademing per ambulance naar een ander ziekenhuis worden gereden. 'Daar kunnen ze weer bijna opnieuw beginnen', moppert een specialist in groen operatiepak. Volgens hem haalt het geleur met patiënten niet veel uit: alle IC-bedden liggen weer vol. 'Als er vandaag ook maar iets gebeurt tijdens een operatie, hebben we weer een acuut probleem.'

Inmiddels is de verplichte les over het thema hoge cholesterol al een uur bezig. Dofferhoff schuift achterin aan en eet twee boterhammen van thuis op. Een collega-internist valt binnen om alleen een greep te doen in de mand met belegde bolletjes. Om precies twee uur begint het spreekuur op de polikliniek. 'Je krijgt de patiënten van Martin erbij', zegt een verpleegkundige, doelend op een zieke collega.

In de spreekkamer ontpopt Dofferhoff zich als een soort huisarts. Een enkele patiënt is een medisch raadsel, maar de meesten hebben diabetes of een hoge bloeddruk en komen al jaren voor controle. De specialist meet bloeddruk, luistert naar de longen of informeert naar de stoelgang. 'Een deel van dit werk kan een verpleegkundige ook doen', zegt Dofferhoff. 'Maar zover zijn we hier nog niet.'

Om kwart over vijf resteert nog een artsenbezoeker. 'Ik kom voor het middel Cozaar. Bent u op de hoogte van de resultaten van de life-study?' Laatste vraag: 'Houdt u van voetbal, ik heb hier een leuk boekje met uitspraken van Johan Cruijff.' Dofferhoff bedankt en haast zich door een verlaten polikliniek naar een sollicitatiegesprek voor een nieuwe radioloog.

Als de arts uiteindelijk op zijn motor stapt om naar zijn huis buiten de stad te rijden, steekt hij nog enkele medische dossiers in zijn rugzak. 'Ik dicteer drie avonden per week brieven aan huisartsen. Dat doe ik liever thuis, anders zie ik mijn kinderen helemaal niet meer.' Dofferhoff werkt 55 tot 60 uur per week en verdient 135 duizend euro per jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden