Een onvoldoende voor Latijn

De klassieke oudheid bestaat niet. Drommen toeristen reizen af naar het in hoog tempo verkruimelende Pompeii, Amerikaanse historici citeren Thucydides om de imperialistische politiek van hun land de maat te nemen, in de film Agora verdedigt Hypatia (Rachel Weisz) de klassieke waarden tegen barbaarse christenen, in wie we de Taliban herkennen, Thomas Möhlmann verwijst in zijn gedichten naar Ovidius en ieder jaar behalen honderden gymnasiasten een onvoldoende voor het eindexamen Latijn.


Hoewel dit alles erop zou kunnen wijzen dat het klassieke een rotsvast baken in de woelingen van de postmoderne cultuur vormt, behoeft men geen verstokt aanhanger van datzelfde postmoderne gedachtegoed te zijn om toe te geven dat de antieke wereld een constructie is, een concept dat van kleur verschiet al naar gelang het perspectief van de beschouwer.


Voor Plato en Aristoteles golden Homeros en Sophokles als klassiek, in het Hellenistische Alexandrië werd Plato als klassiek filosoof beschouwd, in de tweede eeuw na Christus cultiveerden prozaschrijvers het klassieke Grieks van zes eeuwen daarvoor, Latijnse dichters aan het einde van de Oudheid meenden Vergilius te overtreffen, terwijl in de ogen van twaalfde-eeuwers Augustinus en Hiëronymus het hoogtepunt van de klassieke literatuur vertegenwoordigden.


In het gymnasiaal onderwijs van de afgelopen anderhalve eeuw is het klassieke teruggebracht tot drie overzichtelijke momenten: de periode waarin de Ilias en de Odyssee ontstonden (achtste eeuw v. Chr.), de bloeitijd van Athene (vijfde en vierde eeuw v. Chr.) en, voor wat betreft de Romeinen, de anderhalve eeuw die loopt vanaf het optreden van Cicero tot de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79. Het klassieke is het canonieke, het exemplarische. Iedere generatie construeert een nieuwe canon, niet alleen voor de literatuur, maar ook voor de filosofie en de beeldende kunsten. Maar waarop is die constructie gebaseerd?


Misschien komt het doordat de eenheid van de westerse beschaving niet meer als iets vanzelfsprekends wordt ervaren, in elk geval is het opvallend hoeveel studies er de laatste tijd zijn verschenen waarin de klassieke traditie als levend fenomeen wordt onderzocht, als object dat van gedaante verandert zodra je er de aandacht op vestigt.


Mary Beard en John Henderson nemen in De ontdekking van Arcadië een fries als uitgangspunt dat zich nu in het British Museum bevindt, maar afkomstig is van een Apollo-tempel op een berg in Arcadië, die legendarische streek op de Peloponnesos. Door zich af te vragen hoe en waarom de beeldhouwwerken aan het begin van de negentiende eeuw in Londen terecht zijn gekomen en welke betekenis ze in hun oorspronkelijke setting hadden, laten Beard en Henderson zien hoe weinig we in feite weten en hoezeer wat we wél weten bepaald wordt door degene die er verslag van heeft gedaan. Het proces van selecteren en interpreteren is immers niet pas met de moderne wetenschap begonnen. Zo lichten de Griekse en Romeinse auteurs ons vrijwel nooit in over de slaven die al dat marmer naarboven hebben gesjouwd. Door daarbij stil te staan zien we ons genoopt ons beeld van de oudheid bij te stellen.


Dat dit bijstellen een permanent proces is, wordt op flamboyante wijze duidelijk gemaakt door Salvatore Settis in De toekomst van het 'klassieke' (afgelopen jaar lovend in deze bijlage besproken). Hoewel het karakter van de klassieke beschaving steeds verandert, bestaat de kracht van de Europese traditie volgens Settis juist in het vermogen zichzelf keer op keer te vernieuwen. Geen andere beschaving zou zozeer door een kringloop van wedergeboorten gekenmerkt worden als de Europese.


Of deze laatste stelling klopt, kan ik niet beoordelen, maar dat de klassieke traditie springlevend is, valt moeilijk te ontkennen, zelfs al zijn er wereldwijd misschien minder intellectuelen die Grieks en Latijn lezen dan een halve eeuw geleden. Met twee gerenommeerde collega's heeft Settis nu een monumentaal naslagwerk over de Classical Tradition samengesteld, dat iedereen die in de oudheid en de westerse cultuurgeschiedenis is geïnteresseerd, moet aanschaffen.


Enkele honderden specialisten schreven essays over uiteenlopende onderwerpen als democratie, film, islam, de Elgin Marbles, Homerus, Plato, Shakespeare en Pompeii, waarin de receptie van het klassieke erfgoed wordt samengevat en gewogen. Het boek is fraai geïllustreerd en bevat uitvoerige literatuurverwijzingen, maar wat vooral opvalt is dat de artikelen, state of the art als ze zijn, zo helder zijn geschreven.


Naar aanleiding van uit hun verband gerukte spreuken uit het werk van Horatius merkt Glenn Most op: 'Citations from Horace are fragments valued precisely as fragments, glittering chunks of marble, remnants of the classical tradition redolent of antiquity and suggestive of permanence. They gleam in our night and remind us of who we never were.'


Misschien zijn het fragmenten als deze die de westerse cultuur bij elkaar houden.


Anthony Grafton, Glenn W. Most, Salvatore Settis (red.): The Classical Tradition.


Harvard University Press; 1068 pagina's; € 54,-. ISBN 978 0 674 03572 0.


Mary Beard en John Henderson: De ontdekking van Arcadië - Een inleiding op de antieke wereld.


Uit het Engels vertaald door Ineke Mertens.


Athenaeum-Polak & Van Gennep; 176 pagina's; € 16,95. ISBN 978 90 253 6762 6.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden