INTERVIEW

'Een ontvoering is misschien wel het ultieme pressiemiddel'

Na twee ontvoeringen staan politie en justitie begin juli voor een raadsel. Het hoofd van de recherche en de hoofdofficier over opsporingsdilemma's bij ontvoeringen in het criminele circuit.

Een bewakingscamera legde de ontvoering vast van Wendel Meijer.

Twee dagen nadat Wendel Meijer en Soufyan Essabaouni zijn ontvoerd, wordt in de commandoruimte van politiebureau in Zaandijk een belangrijk besluit genomen. Het is zaterdag 10 juli: vanaf nu gaan politie en Openbaar Ministerie (OM) agressiever te werk. Er worden huiszoekingen gedaan, mensen aangehouden, het Team Criminele Inlichtingen zoekt naar geruchten in het criminele circuit. Foto's van de twee worden via de media verspreid, er wordt een beloning uitgeloofd, camerabeelden van het moment dat Meijer een auto wordt ingesleurd komen op tv.

Niet het acherste van hun tong

Ontvoeringen in het criminele circuit doen zich geregeld voor. Maar langdurige gijzelingen zijn er in deze regio - voor zover justitie weet - gemiddeld maar één keer per jaar. Ditmaal gaat het zelfs om twee gevallen in twee dagen, zaken die verband lijken te houden met een drugsconflict.

Al twee dagen voeren politieagenten gesprekken met familieleden en vrienden van Meijer en Essabaouni. Er moet een goed beeld komen van hun leven. Maar de rechercheurs hebben het gevoel dat familieleden niet het achterste van hun tong laten zien.

Rob van Bree, hoofd van de regionale recherche: 'We kregen het gevoel dat een aantal mensen meer wist, maar dat ze weigerden die te delen. We zeiden tegen hen: 'Het is ons maar om één ding te doen: die twee mannen vrij krijgen. Als jullie ons niet helpen, varen we een offensievere koers. De media opzoeken, met foto en al. Niet al te omzichtig te werk gaan bij een huiszoeking, maar panden binnenvallen. En mensen die mogelijk meer weten zo snel mogelijk benaderen of aanhouden.

'Niet zelden vreest de omgeving bij een criminele ontvoering dat zij ook slachtoffer kan worden als een conflict niet wordt opgelost. Dan wil men beveiliging. Het kan dan zijn dat we zeggen: 'joh, ik wil best kijken naar je veiligheid, want wij zien dat reële gevaar ook wel. Maar als je ons geen informatie verschaft, kunnen we je niet beveiligen.''

Ongekende intensiteit

Dat de omgeving van Meijer (36) terughoudend is, heeft een reden. Hij zou handelen in stoffen voor het versnijden van cocaïne en mogelijk meer dan dat. Bij de loods van zijn bedrijf in Zaandam wordt hij 5 juli door drie mannen een witte Audi A4 ingetrokken. Soufyan Essabaouni (21) wordt een dag later beschoten op een parkeerplaats in Zwanenburg en, naar later blijkt, meegenomen door zijn belagers. Hij is een onbekende bij de politie. Zijn oom daarentegen zou in het circuit bekend zijn wegens drugsdelicten, Essabaouni reed de avond van de ontvoering in diens auto. Van Bree: 'Maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat zijn ontvoering een vergissing is. Het kan een bewuste keuze zijn geweest een familielid te pakken.'

De politieoperatie rond de ontvoeringen heeft een ongekende intensiteit. Een week worden de commandoruimte en het aanpalende crisiskantoor dag en nacht bemand. 35 rechercheurs werken onder leiding van twee officieren van justitie. Van Bree neemt de tactische besluiten met plaatsvervangend hoofdofficier Jeroen Steenbrink. 'Wij staan voor de rechtsstaat, je kunt niet zomaar ontvoerd worden', zegt Steenbrink. 'Je mag op ons rekenen. Ongeacht of je crimineel bent of niet.'

Pressiemiddel

Van Bree: 'Als je als crimineel iets gedaan wilt krijgen, is een ontvoering misschien wel het ultieme pressiemiddel. Als je een partij drugs terug wil hebben en je liquideert je slachtoffer, dan gaat hij je niet meer verder helpen aan die drugs. Bovendien komen we er links- of rechtsom altijd achter als iemand met een gaatje in zijn hoofd wordt achtergelaten. En dan gaat de politie vol aan de slag. Bij een ontvoering in het criminele circuit kan je als dader het geluk hebben dat het niet bij ons bekend wordt.'

Steenbrink: 'Het onderzoek naar een ontvoering is atypisch. Als er een lijk is, ga je terug rechercheren; je kijkt wat er aan de hand is en hoe het heeft kunnen gebeuren. Bij een ontvoering wil je de slachtoffers levend terug. Je hebt haast, moet soms meer risico's nemen. Wat ligt hieraan ten grondslag? Waarom wordt er niet gevraagd om losgeld?'

Arrestatieteam

Naarmate de tijd verstrijkt nemen de zorgen toe. Ontvoeringen in het criminele circuit zijn vaak binnen een paar uur tot een paar dagen opgelost. Woensdag 13 juli - Meijer is dan al acht dagen weg, Essabaouni zeven - denkt de politie te weten waar ze worden vastgehouden. Razendsnel wordt besloten: we sturen het arrestatieteam naar binnen. Van Bree: 'Je kijkt snel: kan dit kloppen? Past dit in een plaatje? En je maakt een risico-afweging: zitten er kinderen in het pand - want een inval van het arrestatieteam is geen prettige ervaring. Is dit verantwoord?' Het blijkt loos alarm.

Maar een dag later, in de ochtend, komt bij het commandocentrum een telefoontje binnen. Het is de familierechercheur van Essabaouni. De jongen is terecht. 's Avonds volgt een telefoontje van de familie van Meijer. Ook hij blijkt die ochtend thuisgekomen - dat de familie pas vele uren later belt, vindt justitie veel zeggen over hun houding. Steenbrink: 'De ontvoering duurde toen al best lang, je houdt serieus rekening met een andere afloop. En dan zijn ze er opeens weer.'

Beide slachtoffers zijn psychisch aangedaan, Meijer is ook fysiek mishandeld. Van Bree: 'We zijn gelijk naar ze toe gegaan om te checken of het klopt, of ze veilig zijn. Je probeert zo snel mogelijk met ze in gesprek te gaan. Maar in de regel is er niet automatisch een belang voor iemand die is ontvoerd om iets te vertellen.'

Steenbrink: 'En je moet er rekening mee houden dat wat mensen vertellen misschien niet waar is.'

Afwegingen

Van Bree: 'Daarom doen we ons werk zo dat we nooit afhankelijk zijn van wat één of twee mensen ons wel of niet vertellen. Onze inspanningen op dat gebied kent wel grenzen. We wegen continue af wat de inspanning in deze zaak betekent voor andere opsporingsonderzoeken. Zeker als betrokkenen zwijgzaam blijven.'

Inmiddels denken politie en OM te weten 'hoe het zit'. Van Bree: 'Maar dat wil niet zeggen dat je meteen weet wie erachter zit.' Meer wil hij er niet over kwijt, het onderzoek is gaande. Steenbrink: 'We hebben geen zicht op de dadergroep. Het is lastig vast te stellen wie welke rol speelt. De werkelijkheid is altijd ingewikkelder en verrassender dan je denkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.