Een ontdekking in vliegtuigkoffers

Violette Cornelius had begin jaren zestig een zekere bekendheid opgebouwd als fotograaf. En toen verdween ze naar het buitenland. Dat ze bleef fotograferen was bekend....

In 1964 reisde fotograaf Violette Cornelius door Irak. Vier jaar voordat daar het Ba'ath regime van Saddam Hussein aan de macht kwam, was het er, voor zover het land ooit rust heeft gekend, kalm. Cornelius fotografeerde eenvoudige boeren die tegen ijlblauwe luchten wonderlijke paleizen van gedroogd gras vlochten, houten karren door de modder duwden, en kleurige geknoopte kleden verkochten.

Ongedwongen gingen ze hun gang en lachten in de camera, tegen een achtergrond van palmbomen. Absurde foto's zijn het, van een idyllische wereld die in het hoofd maar geen verbinding wil maken met de beelden van het Irak van vandaag.

Overweldigend mooi zijn de foto's ook. In heldere kleuren en overzichtelijke composities legde Cornelius de sindsdien drooggelegde moerasgebieden van het land vast. Er is geen twijfel over mogelijk: hier fotografeerde iemand die wist wat ze deed en welk effect ze met haar werk wilde bereiken. Een professional.

Alleen - wie ís Violette Cornelius?

Het is een vraag die menige bezoeker van de speciale jubileumtentoonstelling van Noorderlicht, het jaarlijkse internationale fotofestival dat dit weekend in Groningen wordt geopend, zich zal stellen. Alleen een oudere generatie zal zich haar naam herinneren. Van de foto's die ze nam van haar verzetsvrienden van de Persoonsbewijzen Centrale tijdens de Duitse bezetting, van wie de meesten de oorlog niet overleefden. Van haar architectuurfoto's in het tijdschrift Forum. Of van de zwartwitbeelden uit het bedrijfsboek Vuur aan zee uit 1958, die Cornelius samen met Ata Kando, Ed van der Elsken, Cas Oorthuys en Paul Huf van de Hoogovens in IJmuiden had gemaakt en die door vormgever Jurriaan Schrofer waren samengevoegd tot een onvergetelijke 'beeldroman'.

Het zijn stuk voor stuk ijkpunten in haar carrière en in de geschiedenis van de Nederlandse fotografie. Toch is de naam Violette Cornelius nauwelijks blijven hangen. In 1963 ongeveer, vertrok Cornelius, die tijdens haar jeugd op verschillende plekken in de wereld had gewoond, naar het buitenland. Ze keerde pas aan het eind van haar leven even terug, om Nederland vervolgens definitief te verlaten. In 1998 stierf ze, op 78-jarige leeftijd, in haar huis in Zuid-Frankrijk, terwijl maar een enkeling in Nederland precies wist waar ter wereld ze was geweest en wat ze daar had gedaan.

Tot dit jaar.

In mei kreeg Flip Bool, hoofd collecties van het Nederlands fotomuseum in Rotterdam, haar archief in handen. Hij had Cornelius vanaf 1990 goed gekend.Dertien jaar had hij op het materiaal moeten wachten, jaren waarin Cornelius haar foto's wel wilde onderbrengen bij het Nederlands Foto Archief, waar Bool eerst directeur was, maar waarin ze tegelijkertijd zomaar naar Frankrijk kon vertrekken. 'En dan nam ze alles weer met zich mee', zegt Bool.

Alleen de negatieven van de verzetsfoto's uit de Tweede Wereldoorlog lagen in het archief. Bool: 'Toen heb ik tegen haar gezegd: ''Violette, die negatieven krijg je níet terug. Die zijn van nationaal belang''. Dat begreep ze, ze deed er niet moeilijk over.'

Na haar overlijden bracht Cornelius' zoon het archief terug naar zijn huis in Amsterdam, waar hij een paar jaar had gewoond met zijn moeder en haar vriend Jurriaan Schrofer, voordat zij naar het buitenland vertrok. Ruim vijf jaar stond het daar, in verhuisdozen en een aantal aluminium vliegtuigkoffers 'midden in de kamer', geduldig te wachten totdat Flip Bool eindelijk toestemming kreeg om het te openen.

'Het was een droom', zegt Bool. Tussen de proppen krantenpapier kwamen dozen vol met dia's tevoorschijn, door Cornelius gemaakt in de jaren zestig en zeventig. Onbekende, ongerangschikte, ongelooflijke kleurendia's, en op de dozen stond geschreven: 'Irak', 'Koeweit', 'India', 'Peru', 'Turkije', 'Mali', 'Amazone-gebied'. Dus de in vergetelheid geraakte documentaire fotograaf was in die jaren overal geweest. En overal had ze gefotografeerd.

'Het was ons bekend dat ze in het buitenland, dus vanaf 1964, kleurendia's had gemaakt', zegt Bool, 'maar niemand had ze ooit gezien. Dit archief kwam als een grote verrassing'.

Hoewel het nog een grote klus is om het archief echt te ordenen, kwam Bools vondst net op tijd. Want Noorderlicht had in het kader van het tienjarig bestaan zijn oog laten vallen op het werk van Violette Cornelius. Althans, op het nog in Nederland gemaakte werk: de zwartwit serie uit Vuur aan zee, die haar in de jaren vijftig kortstondige bekendheid had opgeleverd. Maar toen Eddy Marsman, dit jaar de coördinator van het fotofestival, zag wat Cornelius' vliegtuigkoffers hadden opgeleverd, hoefde hij niet lang na te denken. Hij koos voor 'Irak', en bezorgde het fotofestival daarmee een wereldprimeur.

Anders dan in de Groningse Der Aa-kerk, waar Noorderlicht vanaf zondag de ruim driehonderd foto's van de hoofdtentoonstelling Global Detail, over het globaliseringsproces, zal presenteren en waar vijf dagen voor de opening nog de geur van latex en houtsnippers hangt, is het in De Oosterboog, een voormalig winkelcomplex even verderop in het centrum, weldadig rustig.

Ook hier zijn de voorbereidingen voor Noorderlicht in volle gang, maar de foto's - nog eens ruim driehonderd - zijn voor het grootste deel al uit hun beschermfolie gehaald en worden nu na veel wikken en wegen aan de gekleurde muren gehangen.

Hier, op de speciale jubileumtentoonstelling De Hommage, komt straks de Irak-serie van Violette Cornelius te hangen. Tussen de series van acht gerenommeerde Magnum-fotografen, onder wie Henri Cartier-Bresson, Chris Steele Perkins, Ferdinando Scianna, en Carl de Keyzer, en naast fragmenten uit Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, het fotoboek waarmee Ed van der Elsken in 1956 internationale roem verwierf. De Hommage brengt een eerbetoon aan hen, die gelden als de meest toonaangevende fotografen uit de tweede helft van de twintigste eeuw.

De foto's die hier komen te hangen, zijn voor het merendeel bij iedereen bekend. Ze zitten als het ware in het collectieven geheugen - de vlijmscherpe beelden van de oorlog in Vietnam van Philip Jones Griffiths (1936), eregast van Noorderlicht; de ontroerende foto's van Marylin Monroe in haar hoogtijdagen, gezien door de ogen van de eerste vrouwelijke Magnum-fotograaf Eve Arnold (1913); het stoere gedrag van de Brooklyn Gang in de jaren vijftig, voor eeuwig vastgelegd door Bruce Davidson (1933).

Alsof dat nog niet genoeg is, brengt Noorderlicht ook een hommage aan de Amerikaanse persfotograaf en 'ramptoerist' Arthur Felling (1889-1968), alias Weegee, die zowel oog had voor een net doodgeschoten man op straat als voor de magie van een lichtstraal in een donkere schouwburg. En Finn Thrane van het Museet fur Fotokunst uit Denemarken stelde de deeltentoonstelling Body is Required samen, met gefotografeerde lichamen door nog eens een overvloed aan bekende fotografennamen.

'Ahà', denk je bij elke foto in het Oosterboogcomplex. Alleen is de kans groot dat je de beroemde series nog nooit in het echt hebt gezien. En dat is precies waar het Eddy Marsman bij het samenstellen van deze tentoonstelling om ging.

'Het is belangrijk om het verhaal van de fotografie elke twintig jaar opnieuw te vertellen', zegt hij. 'De nieuwe generatie kijkers is nauwelijks opgegroeid met die rijke geschiedenis, zij kennen die foto's misschien alleen uit boeken. Daarom moet je als tentoonstellingsmaker niet bang zijn om die bekende series opnieuw en in hun context te laten zien.'

Hij wijst naar de grote zwartwitfoto's van Fernando Scianna (1946), die losjes gegroepeerd tegen de muur staan. De uit diverse grijzen opgebouwde en vaak theatrale beelden lijken stills uit een Fellini-film. Ze zijn afkomstig uit het boek Les Siciliens uit 1977, het magnum opus van de Italiaanse fotograaf, dat bij menig fotoliefhebber in de boekenkast staat. 'Maar op de een of andere manier verbinden maar weinig mensen die prachtige foto's met de naam van Scianna. Dat is vreemd.' Dáárom hangen de foto's van Fernando Scianna op De Hommage.

Ook voor Violette Cornelius zal de presentatie in het Oosterboogcomplex een eerherstel betekenen, maar daarnaast ook een eerste kennismaking omdat haar foto's en dia's spiksplinternieuw zijn.

'We hebben haar foto's tamelijk willekeurig uitgezocht', zegt Marsman. De koffers van Cornelius zijn nog lang niet allemaal gesorteerd. 'Eigenlijk is deze presentatie een voorproefje van een voorproefje.'

Toch heeft Marsman geen seconde getwijfeld - wat hem betreft is Cornelius' Irak-serie hier volledig op haar plaats. 'De fotografen die Noorderlicht toont, vertellen allemaal een verhaal over de wereld. Dat is vanaf het begin in 1990 de rode draad geweest die door dit festival loopt. Hier hangen geen navelstaarderige foto's, hier hangen foto's die, zoals fotograaf Wayne Miller zei, explain man to man.'

Cornelius zocht op haar reizen naar een nieuwe vorm van antropologie: een puur visuele, waarbij ze de Westerse blik zo veel mogelijk probeerde te vermijden. Dat blijkt uit een brief van haar reisgenoot, de Engelsman Sean Wellesley, die Flip Bool na haar overlijden in 1998 kreeg. In elk land onderzocht Cornelius de migratie van de plattelandsbevolking naar de grote steden en die legde ze vast in tientallen, honderdtallen foto's.

Hoe ze precies te werk ging en of het haar is gelukt die nieuwe vorm van antropologie te bereiken, moet blijken wanneer al haar vliegtuigkoffers zijn geopend en geïnventariseerd. Dan moet iedereen met recht, bijvoorbeeld in de woorden van Flip Bool, kunnen antwoorden op de vraag wie Violette Cornelius was: 'een knetterinteressante fotograaf'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden