Een onontwarbare knoeiboel

WAS MARGARETHA Geertruida Zelle, bijgenaamd Mata Hari, een spion?..

Bijna tachtig jaar na dato - de Fransen zetten haar op 15 oktober 1917 voor een executiepeloton - is ze nog altijd de legende die ze op de dag van haar dood werd en verschijnen er dus ook nog altijd boeken (slechte meestal, met een hoge Privé-coëfficiënt) waarin haar schuld wordt betwist, of beweend, of betwijfeld, of een heel enkele keer bevestigd.

Het laatste natuurlijk liever niet, want 't minste waarmee de ook nog altijd trouwe schare lezeressen genoegen wil nemen is onzekerheid, en 't mooist blijft de gedachte dat ze nooit een vlieg kwaad heeft gedaan en dus ten onrechte is veroordeeld en gevonnist. Het is ook maar de vraag of iemand werkelijk verlangt naar welk afdoende bewijs dan ook; als dat ooit werd geleverd, zou het wel eens voorgoed afgelopen kunnen zijn met de legende.

Zou het voor de geschiedenis relevant zijn als er zekerheid werd verkregen?

Nauwelijks, denk ik. Haar 'casus' zal in de historiografie van de Eerste Wereldoorlog ook nooit een domino-achtig effect ontketenen, aan het eind waarvan de reputatie van Poincaré, Clémenceau, Foch of Pétain alsnog te grabbel zou kunnen worden gegooid. De zaak van Margaretha (in haar Leeuwardense jeugd Grietje) Zelle stond geheel op zichzelf en was absoluut niet uniek: er zijn tussen 1914 en 1918 aan Duits-Oostenrijkse, maar vooral aan geallieerde kant tientallen echte of vermeende spionnen tegen de muur gezet en achteraf zal op de procesgang van allemaal wel het nodige aan te merken zijn geweest, maar op z'n ergst heette dat dan bedrijfsongelukjes, zoals er te velde nou eenmaal per definitie veel, om niet te zeggen louter ongelukken gebeurden.

Vast staat alleen dat onder de verdachten niet erg veel vrouwen zijn geweest en helemaal geen vrouwen die kort tevoren in Parijs nog triomfen hadden gevierd als naaktdanseres. Zonder dat saillante detail in haar biografie zou de Nederlandse net zo anoniem zijn gevallen als de miljoenen frontsoldaten en door de krijgsraad veroordeelde deserteurs of verraders van wie niemand zich meer de namen herinnert; dank zij het detail is ze in ieder geval tot op deze dag gezegend met een soort onsterfelijkheid.

Omdat het er voor de geschiedschrijving ternauwernood toe doet of ze nou wel of niet de kogel heeft verdiend (respectievelijk wel of niet als een Duitse agente heeft gefunctioneerd), is het onderzoek naar haar leven en uiteraard vooral haar dood door de jaren heen het domein gebleven van oprechte amateurs met een zekere verslaving aan dubieuze bronnen, tertiaire literatuur en allang overleden ooggetuigen - een soort vrijetijdsdetectives eigenlijk die van elke veronderstelde snipper 'bewijs' proces-verbaal, dus een boek maken.

De Nederlandse 'Mata Hari-kenner' in dat gezelschap is de intussen al hoogbejaarde Sam Waagenaar, die al vroeg in de jaren dertig (als filiaalchef van Metro Goldwyn Mayer in Parijs: de firma had net Garbo als Mata Hari gelanceerd, en hij had er dus een publiciteitskarwei aan) met de legende in aanraking kwam en er klaarblijkelijk nooit meer van af is gekomen. In 1964 publiceerde hij een eerste 'studie' onder de titel De moord op Mata Hari, en die titel zei het al: voor hem stond toen als een paal boven water dat Margaretha onschuldig was geweest. Wat heeft hem dusdanig aan het twijfelen gebracht dat hij dertig jaar later, dus nu, een herziene druk in het licht zendt waarvan de ondertitel luidt: Geslepen spionne of onschuldige schoonheid, en waarvan we daarom mogen begrijpen dat het beeld van de vermoorde onschuld wat hem betreft intussen niet meer als een paal boven water staat?

Daar heb je het weer: Waagenaar zegt de hand te hebben gelegd op een rapport van een zekere (Duitse) majoor Roepell, die in 1916 te maken zou hebben gehad met de Kriegsnachrichtenstelle in Düsseldorf en daar ook met de zaak-Zelle, maar wiens bevindingen pas in 1940 moeten zijn opgeschreven, waarna ze vanwege WO II ook nog weer jarenlang in de archieven opgesloten bleven. En waar iedere willekeurige serieuze wetenschapper de rapporttekst van die Roepell natuurlijk integraal zou hebben afgedrukt - of op z'n minst de vindplaats zou hebben vermeld, zodat ik, als ik daar zin in had, ook zelf een keer zou kunnen gaan kijken - beperkt Waagenaar zich tot een paar halve citaten en geeft hij toe: 'Wanneer we geloof hechten aan het rapport van deze majoor, dan was Mata Hari veel dieper in de Duitse spionage verwikkeld - we krijgen in ieder geval die 'indruk' - dan ik aan de hand van het doorlezen van de geheime Franse dossiers had kunnen beoordelen', waarmee z'n herziene druk tenminste is gerechtvaardigd.

Maar moeten we geloof hechten aan een rapport dat kennelijk pas 24 jaar na gedane zaken is opgesteld door iemand van wie we niet weten of z'n geheugen intussen nog wel in orde was, of hij in 1940 misschien iets te verbergen had, en of hij überhaupt wel een beetje betrouwbaar kon heten? Uit niets blijkt dat Waagenaar de antecedenten van zijn 'kroongetuige' heeft nagelopen. En hij vermeldt wel dat Roepell zijn verslag geschreven heeft ter wille van een veel groter 'overzicht betreffende spionage gedurende de Eerste Wereldoorlog' waarmee een generaal-majoor Friedrich Gemmp anno 1940 in Duitsland bezig geweest zou zijn, maar kennelijk heeft hij zich ook niet verder verdiept in of laten inlichten over de merites van dat (propagandistische? krijgskundige? wetenschappelijke?) onderzoek.

En dat bedoel ik: waar niets geverifieerd, gecontroleerd of gewantrouwd wordt, opent zich het paradijs van luchtfietsers, liefhebbers en lekenfilosofen die zich ook nooit echt uit het veld laten slaan door de tegenslag van halve waarheden en hele leugens.

Het toneel van hun troetelonderwerp is in dat opzicht ook bijna ideaal. Mata Hari was een geboren mythomaan - zonder een uitzonderlijk talent voor sprookjes word je tenslotte geen cocotte - maar ook de talloze mannen die ze haar geliefden mocht noemen, onderhielden uiteraard een zeer gemankeerde relatie met de waarheid. En toen de oorlog was uitgebroken - 'the first casualty when war comes is truth', zei een Amerikaanse senator al in 1917 - was het hek helemaal van de dam en mocht er (of moest er) van loopgraaf tot generale staf bij voorkeur gejokt, geveinsd, misleid en bedrogen worden, al was het maar uit lijfsbehoud of vaderlandsliefde.

Over die onontwarbare knoeiboel - waarbinnen Margaretha Zelle zelf vermoedelijk op een bepaald ogenblik niet meer geweten heeft of ze nou een spion was of niet - zullen nog jarenlang boeken geschreven kunnen worden die de Waarheid geen millimeter dichterbij brengen en die mekaar dus in overbodigheid naar de kroon zullen steken. Voor uitgevers zijn ze zoiets als wat de soap is voor commerciële televisie.

Sam Wagenaar: Mata Hari - Geslepen spionne of onschuldige schoonheid.

Tirion; ¿ 29,50.

ISBN 90 5121 504 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden