Een onmogelijke liefde

L. zit naast mijn bed. Ze geeft me een boekje. Ik open het. ‘The garden is going to be pretty next year’, lees ik....

Achter haar slaapkamer hangen de theekopjes te drogen in de granaatappelbomen. Twee koeien versperren het pad naar het schijthuis. De Nokia-telefoon is het enige teken van moderne techniek in het huis. We logeren er een paar dagen, want we moeten krijgsheren in de buurt spreken. L.’s vader is de oom van mijn tolk. Hij heeft ook een andere oom in het dorp wonen. Maar hij wil liever in dit huis slapen. ‘L. is knap, vind je niet?’

De flirt is nauwelijks merkbaar. Zij loopt een paar keer voorbij, hij doet alsof hij haar niet ziet. Mannen en vrouwen spreken niet met elkaar in Afghanistan. Althans, niet in het openbaar.

L. blijft in de deuropening staan. Ze drapeert haar zwarte hoofddoek voor haar mond en neus. Ik vraag me af waarom ze haar gezicht verbergt. Verlegenheid? Maar dan slaat ze haar ogen op naar de tolk. De verleidelijke blik laat niets te raden over.

De tolk heeft het gezien, en glimlacht. Hij neemt een slokje thee. Hij vast niet tijdens Ramadan. Hij is een jongen van de stad: met een leren jasje, bakkebaarden en een knaloranje overhemd. Hij wijst naar haar oranje shalwar kameez. ‘We dragen dezelfde kleuren.’ Zij giechelt.

‘Heb ik je wel eens verteld over N.?’, zegt de tolk tegen mij. Hij was jarenlang verliefd op dit meisje uit zijn klas, vertelt hij. Ja, natuurlijk zoenden ze. Hij knipoogt. ‘In mijn auto. Ik had de ramen geblindeerd, zodat niemand ons zou zien.’

Nu is hij getrouwd met S. De vader van N. weigerde hem, omdat hij niet soennitisch maar sjiitisch was. Op haar bruiloft zong hij een liedje van Ahmed Zahir. Een liedje over een gebroken hart. N. moest huilen.

Het is tijd om afscheid te nemen van L. en haar familie. Ik ben opgelucht om te vertrekken. Nog een keer kijken de vrouwen naar mijn koffer, voelen ze aan mijn kleren en lachen ze om me.

De tolk geeft mijn visitekaartje aan L. Hij draait het kaartje om. Op de achterkant heeft hij zijn eigen telefoonnummer geschreven. ‘Dat is mijn nieuwe truc’, zegt hij als we in de auto zitten.

Zijn mobieltje gaat af. Hij neemt op. Het blijft stil aan de andere kant van de telefoon. Hij hangt op. ‘Morgen zal ze praten’, zegt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden