Een ongemakkelijk en nerveus samenspel

Springt hij wel of springt hij niet? De muziek van Henry Threadgill is als een paard dat aarzelt voor een moeilijke hindernis....

WIM BOSSEMA

Henry Threadgill en Very Very Circus, SJU huis, Utrecht

Of misschien is de associatie met acrobaten in de nok van een circustent meer op zijn plaats bij Threadgills groep Very Very Circus. Het publiek houdt de adem in, in afwachting van de diepe val, die maar niet komt.

De capriolen kunnen eigenlijk niet. De trapezewerkers lijken niet bij elkaar te passen. Ze vliegen alle kanten op, maar steeds is er op het laatste nippertje een vangende hand, of been.

Het maakt eigenlijk niet uit met welke groep Threadgill optreedt, of het nu zijn sextet uit de jaren tachtig, zijn gelegenheids-bigband of Very Very Circus is. Steeds is er dat eigenaardige Threadgill-geluid, die nerveuze spanning, dat balanceren op de kadans, dat ongemakkelijke samenspel van instrumenten die niet bij elkaar leken te horen.

Bij Very Very Circus zijn dat de twee tuba's die de baspartijen spelen achter twee elektrische gitaren (een gierend, een lyrisch). Het is de rare combinatie van Threadgills altsaxofoon met de hoorn van Mark Taylor, het agressiefste met het meest ingetogen, weerbarstige blaasinstrument. Van de zeven musici die Threadgill meenam voor deze toernee, zijn er drie geen vaste leden van het circus, het is nauwelijks te merken.

De toernee is ter ere van de nieuwste CD, Carry the Day, de eerste die Threadgill voor het grote label Columbia maakte. Het contract baarde nog al wat opzien, omdat Columbia juist de jonge 'jazz-puristen' lanceerde, van wie de avant-gardist Threadgill niets moet hebben. In het Amerikaanse jazz-tijdschrift Down Beat van maart zegt Threadgill dat Columbia zijn werk beter zal distribueren. Columbia-topman Steve Berkowitz zegt te hopen dat de eigenzinnige musicus met toernees wat aan de promotie van Carry the Day zal doen, hoewel, je weet maar nooit wat hij op het podium doet, voegt Berkovitch er voorzichtigheidshalve aan toe.

In het Utrechtse SJU huis was alleen een kleine bezetting te horen. Geen accordeon, geen zang en geen uitheemse instrumenten als de pipa, zoals op Carry the Day. Geen imposante bouwwerken met grillig gekozen elementen uit elke muziek die op aarde maar te horen valt, meer een schets van het werk van Threadgill, die zegt meer inspiratie te vinden bij beeldend kunstenaars, theatermakers en choreografen dan bij collegacomponisten.

Wat overblijft is de kern van Threadgills muziek, de constante verandering zonder ontknoping. De muziek sterft weg, terwijl Threadgill zich door het publiek een weg baant naar de kleedkamer.

Wim Bossema

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden