Een ongelooflijk aardige man

De trots van de monumentale Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot zijn de vijf banden met korte verhalen van Anton Tsjechov....

Door Karin Veraart

'Grote schrijvers', zegt Wouter van Oorschot, uitgever, 'zijn niet inwisselbaar. Mijn voorkeur voor Tsjechov betekent dan ook niet dat ik Toergenjev of Gogol mindere schrijvers zou vinden. Maar als je het werk leest en herleest dan verschijnt er langzaam maar zeker een beeld van de man achter het werk. En dat is waar het mij in hoge mate om gaat. De figuur, het geheim van Tsjechov.'

Anton Pavlovitsj, op 15 juli 1904 blies hij zijn laatste adem uit, dat wil zeggen: bijna honderd jaar geleden. Liefhebbers beraden zich op eerbetoon aan de bescheiden Rus uit Taganrog, de plattelandsarts die uitgroeide tot schrijver van meesterlijke toneelstukken, maar die misschien nog wel de meeste faam geniet als onbetwist meester van het korte verhaal.

Zo ook Wouter van Oorschot, wiens vader Geert in zijn tijd maar liefst een monument oprichtte; met de vijfdelige uitgave van Tsjechovs verhalen legden hij, vertaler Charles B. Timmer en ontwerper Helmut Salden pakweg vijftig jaar geleden de grondslag voor de Russische Bibliotheek (RB). In de decennia daarop zou het initiatief uitgroeien tot een imponerende reeks grote Russen in dundruk, het paradepaardje van de uitgeverij.

Wouter op zijn beurt acht nu de tijd rijp voor een nieuwe vertaling. Een opfrisbeurt, zegt Aai Prins, een van de drie vertalers die Van Oorschot aantrok voor het omvangrijke project, naast de eminente Tsjechov-kenner Tom Eekman en collega-vertaalster Anne Stoffel. Januari 2005 verschijnt Deel I, daarna elk half jaar een volgend. Over de verschijningsdata is nog lang gedubd; de sterfdag, midden in de zomer, valt erg ongelukkig, zegt de uitgever gekscherend. 'Tsjechov had om te beginnen nooit mogen sterven, natuurlijk. Maar je zou kunnen zeggen dat hij in de huidige vertaling onsterfelijk is geworden.'

Dus niets ten nadele van Charles B. Timmer, zeggen Van Oorschot en Prins herhaaldelijk. Feit is alleen dat de Nederlandse taal verandert. Opvattingen over vertalen veranderen. Regels voor interpunctie, voor transcriptie veranderen, het spat al van het omslag af: Tsjechow wordt Tsjechov. Van Oorschot: 'Als je durft te zeggen dat Tsjechov zo groot is dat-ie in het jaar 2100 nog gelezen zal worden, dan moet je zorgen dat die nieuwe generaties dat kunnen doen in hun eigen, hedendaagse Nederlands.'

Dus geen 'sakkerloot' of 'sapristi' meer. Strakker taalgebruik, strikt chronologische verhalenvolgorde, vijf kloeke delen van zeshonderd pagina's elk. De vertalers namen de door Tsjechov zelf geautoriseerde Marx-editie van zijn verhalen als ruggengraat en vulden die aan met een selectie uit (veelal vroege) verhalen die de auteur zelf had verworpen. Dit laatste op grond van de overweging dat Tsjechov soms wel erg kritisch was, maar vooral ook om de ontwikkeling in zijn schrijverschap te kunnen laten zien.

Een behoorlijk gepuzzel, met een iets ander resultaat dan dat van Timmer destijds. Zo namen ze in Deel I Drama op de jacht op, een ware whodunit waarmee Tsjechov iedereen in het genre flink vooruit was, zegt Prins. Stoffel vertaalde het.

Omdat de nieuwe lichting korter van stof is, konden ze meer opnemen. 'Charles strooit met een peperbus vol woordjes', citeert Prins Karel van het Reve, de befaamde vertaler en hoogleraar Slavische Letterkunde. Het geeft in het kort de 'scholenstrijd' weer, die inmiddels lijkt te zijn beslecht in het voordeel van de laatste: vertalen wat er staat, volgens Van het Reve. Timmer was meer aanwezig in de vertalingen, hij was bloemrijker, had de neiging hier en daar wat toe te voegen, wat Hollandse 'kneuterigheid' in te brengen. Al met al scheelt dat zo'n 10 0 procent.

'Tsjechov heeft dat niet nodig, vind ik', zegt Prins. 'Maar er zijn lezers die hem niet anders kennen dan zo, hij is hun dierbaar op die manier. Voor hen zal het wennen zijn.' Prins prijst zich gelukkig dat ze de strenge Gerard Rasch als leermeester had. Ze vertaalde eerder Boelgakov voor de RB, en werkte samen met Marko Fondse, die uiteindelijk ook de Timmer-school achter zich liet.

'Tsjechov en Boelgakov zijn me beiden dierbaar. Geen allemansvrienden, intrigerende mensen. Tsjechov vind ik nog steeds raadselachtig. Heel redelijk, veel verantwoordelijkheidsgevoel aangaande zijn familie, een beetje vroegoud zelfs; tegelijkertijd is hij een arts die zijn eigen ziekte ontkent; iemand die weinig politieke stelling neemt, hetgeen hem vaak verweten is; en iemand die zich curieuze vriendschappen maar wat laat aanleunen tot en met een huwelijk aan toe!' Ze voegt eraan toe dat collega Anne Stoffel er heel anders over denkt: die vermoedt dat er sprake was van echte liefde tussen Tsjechov en actrice Olga Knipper.

Het nieuwe driemanschap loopt prima al is het een illusie te veronderstellen dat het werk drie keer zo snel zou gaan. Ze lezen elkaars teksten, kunnen uren neuzelen over nuance, kleur en klank. Over het woord koevoet, dat (ook) een tandheelkundig instrument blijkt te zijn en toch mooier klinkt dan hevel, dat je er ook voor gebruiken kunt. Of het dilemma van Stoffel, die in Drama op de jacht stuitte op een functie die zich niet eenduidig als rechter-commissaris laat vertalen maar daar mogelijk toch het dichtst bij in de buurt komt.

Om de nodige afstand te kunnen nemen, besloot Prins jaren terug al afwisseling te zoeken als tolk bij de rechtbank. 'Volgens een bevriend psychiater ben ik iemand die in de anale fase is blijven steken. Die zijn drol niet kan uitzwaaien. Ik kan niet ophouden met schaven aan een tekst. Gezien het feit dat ze bij Van Oorschot ook heel secuur zijn, werken ze dat nog in de hand. En dat is heel lief.'

Even ertussenuit is dus prettig, ook bij deze opdracht. 'Ik schep erover op, hoor', zegt ze. 'Vanmorgen nog, bij een rechter-commissaris. Maar de standing van de RB heeft me ook weleens beangstigd. Het gaat toch om de trots van Van Oorschot, om Timmer, om Tsjechov! Niemand die niet van Tsjechov houdt!'

Wouter van Oorschot: 'Tsjechovs geheim is, dat je bijna nooit een glimp van hemzelf opvangt. Alleen heel af en toe in De steppe bijvoorbeeld, zo lyrisch en zo prachtig als dat landschap opgeroepen wordt, die sterrenhemel, het geluid dan denk je: dat moet hij zelf ervaren hebben. Hier is hij, de mens, de man die dit heeft zitten opschrijven. Dat moet een ongelooflijk aardige man zijn geweest.'

Aai Prins: 'Ik zou met hem bevriend zijn. Ik zou hem niet lastigvallen met zaken als, zeg, Pim Fortuyn. Ik zou hem zijn rust laten. En eens in de zoveel tijd met hem gaan. . . vissen, denk ik. Ja.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden