EEN ONDERZOEK VOOR NIKS

KOMENDE week gaat de Tweede Kamer discussiëren met de commissie-Van Traa. Vervolgens moeten kabinet en Kamer politieke conclusies trekken uit de enquête over opsporingsmethoden....

In een interview met Max Arian en René Zwaap van De Groene komt Maarten van Traa zelf tot die slotsom. Wat dreigde, is 'dat er van de hoofdlijnen van het rapport zou worden weggelopen. Het hele idee dat er hoognodig een nieuwe normering zal moeten worden gevonden, leek even te verflauwen, onder de uitroep dat in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit eigenlijk niets uitgesloten mag worden. Daar hebben we geen onderzoek van vier miljoen gulden voor gehouden.'

De keuze waarvoor de Kamer staat is kristalhelder. Wat verdient de prioriteit? Het verdedigen van de rechtsstaat, het beschermen van grondrechten van de burgers en het garanderen van een doorzichtig en controleerbaar opsporingsbeleid? Of het zoveel mogelijk scoren in de strijd tegen de oprukkende georganiseerde criminaliteit, waarbij het doel de middelen heiligt?

Natuurlijk is er een schemergebied, waarin het denkbaar is dat inbreuk wordt gemaakt op rechten van burgers die van betrokkenheid bij misdaad worden verdacht. Wanneer mag zoiets wel en wanneer niet? Dat moet niet aan het inzicht van de betrokken speurneuzen worden overgelaten, vindt Van Traa.

De grootste verdienste van de commissie-Van Traa is dat ze cruciale grenzen duidelijk markeert. Te weten: overheid en politie mogen - ter wille van welk fraai doel dan ook - niet optreden als im- en exportfirma van hard drugs; en de politie mag geen criminelen laten infiltreren in misdadige organisaties.

Dat over die twee punten nog steeds (of liever gezegd: weer) discussie is, heeft iets hilarisch nu bekend is hoe dienders uit Haarlem het Verenigd Koninkrijk van ruim een miljoen ecstasy-pillen hebben voorzien. Ook was de Nederlandse politie hard op weg om metterdaad een staatsmonopolie voor de handel in soft drugs te vestigen.

Hoe dan ook, de discussie over de toelaatbaarheid van 'de methode' is weer volop gaande. Een koor van procureurs-generaal, politie-commissarissen, Kamerleden en bewindslieden liet de afgelopen weken onder dankzegging voor het mooie werk van Van Traa weten dat het onder politie-regie op de markt brengen van partijen hard drugs soms moet kunnen.

Het leukst vond ik persoonlijk procureur Gonsalves - u weet wel, de gezagsdrager die indertijd tegenover de Papoea's ook al zo grensverleggend aan het experimenteren was. Waar voor hem de grens lag, informeerde Nova, nadat hij zich op besliste toon voorstander had verklaard van het zonodig door de politie importeren van cocaïne of heroïne. Gonsalves aarzelde geen moment: 'Ik vind dat de politie niet mag meewerken aan handel in kinderen.' De man hééft een geweten.

Een salvo van publieke verontwaardiging bleef uit. Waarom? Omdat we in Nederland nog altijd zo belachelijk gezagsgetrouw zijn dat als tien mannen en een vrouw 'die het kunnen weten' iets ongerijmds beweren, we dat als zoete koek slikken? Ik vrees het wel. Aan de hele IRT-lijdensweg zit een boeiend, maar nogal onderbelicht gebleven aspect: de wispelturigheid en wankelmoedigheid van de Tweede Kamer èn van vrijwel alle media.

Toen twee jaar geleden de commissie-Wieringa een deel van haar bevindingen naar buiten bracht, kreeg ze van alle kanten bijval; de Amsterdamse politie was een zooitje, daar moesten koppen rollen. Even later - Het Parool had lekken uit het geheime deel van Wierenga gepubliceerd - ontstond een zuchtje twijfel: misschien was er toch iets raars met 'de methode' en hadden Nordholt en Van Thijn niet geheel ongelijk. Maar het bleef bij vage vermoedens. Openbaarmaking van het hele Wieringa-rapport werd niet geëist en kwam er niet.

Anderhalve maand later waren de twijfels weer vervlogen. Er was hevige ruzie ontstaan tussen de ministers Hirsch Ballin (die achter 'grensverleggende' methodes en achter Wieringa stond) en Van Thijn (die het verzet van Amsterdam daartegen steunde). De Kamer deed geen pogingen om opheldering over de inhoud van de ruzie te krijgen, maar stuurde in een vlaag van ongerichte daadkracht beide ministers, die al demissionair waren, de laan uit. De spraakmakende gemeente (óók de Volkskrant) juichte die ferme houding toe.

De omslag kwam afgelopen herfst, tijdens de verhoren van de commissie-Van Traa. Wieringa moest zich schamen en de Tweede Kamer, die de zaak niet grondig had uitgezocht, ook, zo luidde ietsje aan de late kant de communis opinio. Misschien is het geluk met Van Traa en slaagt hij er - dankzij het door hem geforceerde openbaarmaken van het rijksrecherche-rapport over de misstanden bij de Haarlemse politie - alsnog in een Kamermeerderheid achter zijn voorstellen te krijgen. Dwars tegen de vested interests bij politie en justitie in. Dat zou mooi zijn. Even mooi als ietsje meer reflectie en minder gevoeligheid voor de waan van de dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden