EEN ONDANKBAAR VOLK

> ACHTERGROND TIEN JAAR TONY BLAIR Het volk is op hem uitgekeken. En nu willen zijn collega’s hem ook niet meer....

‘Zijn we na tien jaar Blair beter of slechter af? Slechter natuurlijk.’ Bernard Cotton (77) beschouwt het bijna als een retorische vraag.

Hij is een gepensioneerd treinmachinist uit Liverpool en zit samen met zijn vrouw, zuster, zoon, schoondochter en kleinkind op het terras van de Trafalgar Tavern in Greenwich. Zijn familie valt hem bij. ‘Slechter’, roepen ze in koor. ‘Als we moeten kiezen tussen Thatcher en Blair, kiezen we voor Thatcher.’ ‘Alleen heb ik nooit voor haar gestemd. Voor Blair wel, in 1997 en 2001’, erkent schoondochter Alice.

Wendy Nielsen (58) uit Kent viert op het terras het huwelijksfeest van haar dochter. ‘Ik weet dat Thatcher in 1979 kwam, het was het jaar dat zij werd geboren. Toen was het echt beroerd. Niets werkte meer en het huisvuil werd ook niet meer opgehaald. Zij heeft het land gelukkig veranderd. Blair heeft veel beloofd, maar niets gedaan.’

Zelfs onder de studenten van de tegenover gelegen universiteit, die de Thatcher-periode niet eens bewust hebben meegemaakt, staat de Iron Lady op een hoger voetstuk dan Teflon Tony.

Aan de overkant van de Theems flikkeren in de avondschemering de lichtjes van Canary Wharf, het uithangbord in Londen van het Thatcherism. Even verderop doemt het donkere gat op van de al bijna zes jaar gesloten Millennium Dome, het Londense uithangbord van het Blairism. Voor de mensen op het terras symboliseert het bijna het succes van Missus Thatcher versus het falen van Call me Tony.

Het Engelse volk is traditioneel erg ondankbaar tegenover zijn leiders. In 1945 werd zelfs de grote oorlogsheld Winston Churchill weggestuurd. In 1990 klonk een zucht van opluchting toen de initiatiefnemer van de gehate poll-tax (een omstreden lokale belasting) met tranen in haar ogen vertrok. Het idee dat Margaret Thatcher in 1990 bij haar afscheid mogelijk nog impopulairder was dan hij, moet voor Blair een troostrijke gedachte zijn.

Na tien jaar Tony Blair is de grote meerderheid van de Britten in materieel opzicht beter af. De periode van economische groei onder de huidige Labourregering is de langste in tweehonderd jaar. Blair heeft bewezen dat ook bij een ‘socialistische partij’ de economie in goede handen is.

Londen is welvarend en cool. De prestigieuze Millennium Dome mag een fiasco zijn. Onder Blair werd ook Tate Modern geopend, de Millennium Bridge gebouwd. De industrie is weggevaagd, maar daarvoor heeft Groot-Brittannië een krachtige diensteneconomie gekregen.

Blair heeft er als kampioen van de mondialisering geen moment aan gedacht de laatste kroonjuwelen voor het land te behouden. De Chinezen mochten de resten van MG Rover hebben, de Duitsers en Fransen de spoorwegen, waterleidingen en energiebedrijven. Voetbalclubs werden Russisch of Amerikaans. Zelfs de hele infrastructuur – havens, vliegvelden – is nu in buitenlandse handen.

In 1997 presenteerde Blair zich als radicale hervormer, de man die het traditionele land zou moderniseren en daarnaast definitief zou afrekenen met het Britse klassensysteem. Zijn verkiezingsoverwinning op 1 mei 1997 leidde tot een ongekende euforie.

Hij was jong, charmant en beloofde witter dan wit te zijn na de laatste door corruptie geteisterde Tory-regering. Hij had een Conservatieve achtergrond, maar een Labour-hart. Kortom, iemand die de natie zou kunnen verenigen.

Pubs die toen nog officieel om 23.00 uur moesten sluiten, bleven na zijn monsteroverwinning de hele nacht open om de omwenteling te vieren. Terwijl de overwinning van Margaret Thatcher in 1979 op wantrouwen en achterdocht stuitte, vlagde het volk massaal voor Blair.

‘De verwachtingen over het eerste vrouwelijke premierschap in dit land waren laag. De verwachtingen over de jonge God Tony Blair waren juist zo hoog’, verklaart professor Simon Jones, hoogleraar bestuurskunde aan de London School of Economics.

‘De privileges van enkelen, zullen de privileges van velen worden’, beloofde Blair het Britse volk. En inderdaad, nog nooit zaten zo veel Britse jongeren op een universiteit. Het ondernemersklimaat was nimmer zo goed als nu, en dankzij een verdrievoudiging van de vastgoedprijzen is de bezittende middenklasse drie keer zo rijk als in 1997. Massaal worden tweede huisjes gekocht. De bonussen voor de City-yuppies breken alle records. En voetballers – onder wie een groeiend aantal immigranten – verdienen honderdduizend pond of meer per week. In Londen alleen al wonen zesduizend mensen met een vermogen van dertig miljoen euro of meer.

Ook op het terras van de Trafalgar Tavern wordt toegegeven dat men het in financieel opzicht nog nooit zo goed heeft gehad. ‘Maar dat is dan ook het enige wat we aan Blair hebben gehad’, merkt Cotton korzelig op.

Professor Simon Jones kan wel begrijpen dat het volk de welvaart niet meer waardeert. ‘Het gaat de Britten materiaal al zo lang voor de wind, dat het eigenlijk automatisch wordt aangenomen. Morele en milieuvraagstukken zijn nu belangrijkere kwesties dan de portemonnee.’

En dan is er Irak. Tien jaar na zijn aantreden gaat Tony Blair weg als de man die is getekend door de voortslepende oorlogen tegen het internationale terrorisme, in Afghanistan en vooral Irak. ‘Events, dear boy, events’ (Gebeurtenissen, mijn beste jongen, gebeurtenissen’), relativeerde de voormalig Britse premier Harold MacMillan ooit het premierschap.

Twee onvoorziene gebeurtenissen hebben Blair gemaakt en gebroken. De eerste grote gebeurtenis – de dood van prinses Diana, drie maanden na zijn aantreden – plaatste hem op een huizenhoog voetstuk. Een andere gebeurtenis – 11/9 – luidde uiteindelijk zijn ondergang in. De strijd tegen het terrorisme, die juist bij zijn aantreden met het IRA-bestand nog leek te zijn gewonnen, zou de zes volgende jaren zijn premierschap domineren.

Tony Blair zal volgende week voor de laatste keer de Labourpartijconferentie toespreken. Er zal boe worden geroepen door tegenstanders die hem een oorlogshitser vinden. Er zal ook een staande ovatie worden gegeven door medestanders die hem vereren als een man die Labour ongekende electorale successen heeft bezorgd en denken dat de geschiedenis hem gelijk zal geven.

Denis MacShane, de voormalig Labour-minister voor Europa en Blair-loyalist, prijst de premier als ‘een van de weinigen in Europa’ die de ongemakkelijke waarheid van het internationale terrorisme begreep. ‘En daarnaast is opgestaan tegen de onrechtvaardigheid in Kosovo, Sierra Leone en Oost-Timor. En ook in eigen land economische groei heeft herenigd met sociale investeringen.’

Groot-Brittannië is onder Blair niet herschapen in een sociaal paradijs. Jongeren – zelfs tweeverdieners met universitaire opleidingen en goede inkomens – kunnen in de bizarre huizenmarkt geen woning kopen. Gepensioneerden en degenen die van een andere uitkering moeten leven, hebben even weinig aan Tony Blair gehad als aan Margaret Thatcher.

De tegenstelling tussen arm en rijk is verder verscherpt. Het terugdringen van de armoede was een van Blairs belangrijkste beloften. Volgens de regering is het aantal ‘arme gezinnen’ gedaald van 25 naar 22 procent. Maar andere organisaties denken dat er juist meer armoede heerst.

Er zijn ook tekenen dat de schuldenlast de Britten tot de lippen is gestegen. De privé-schulden zijn opgelopen tot het astronomische bedrag van 1,7 biljoen euro – ook een verdrievoudiging. De welvaart is op de pof gecreëerd.

Maar uiteindelijk is Blair vooral het slachtoffer geworden van zijn eigen retoriek. Het volk voelt zich voorgelogen over de massavernietigingswapens. Corruptie- en seksschandalen binnen zijn regering hebben zijn blazoen bevlekt.

De meeste Britten schamen zich over Irak, Afghanistan en Libanon. Blair loopt in hun ogen als een schoothondje achter de rechtse en gehate republikeinse cowboy George Bush aan. Zelfs de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter zei dat de relatie tussen Washington en Londen er een is tussen meester en bediende.

Volgens Simon Jones is de invloed van Thatcher op zowel de binnenlandse als buitenlandse Britse politiek veel groter geweest dan die van Blair. ‘Thatcher heeft de gecentraliseerde staat afgeschaft en de vrije markt gebracht. Blair heeft daarop slechts voortgebouwd. En in het buitenland heeft zij samen met Ronald Reagan de val van de Sovjet-Unie bewerkstelligd.’

Blairs afscheidstournee is al begonnen voordat zijn hervormingsprogramma daadwerkelijk in gang is gezet en zijn oorlog tegen het terrorisme vruchten afwerpt. Over twaalf maanden zal Tony Blair net als Bill Clinton lezingen geven en een duimendikke autobiografie gaan schrijven. Daarin wordt hopelijk uitgelegd wat nu eigenlijk zijn afspraken zijn geweest met zijn eeuwige kroonprins Gordon Brown.

Maar volgende week zal hij nog een keer de grote wereldverbeteraar zijn: de profeet die waarschuwt voor de Apocalyps, de bevlogen ideoloog die radicaal wil hervormen en de schrandere machtspoliticus die de partij waarschuwt zich niet onverkiesbaar te maken door terug te vallen op de oude socialistische stokpaardjes.

Blair zal zelf vertrekken, maar zijn filosofie – het Blairism – lijkt veilig te zijn gesteld. New Labour zal niet weer Old Labour worden. En de Derde Weg zal niet opnieuw mogen worden ingeruild voor de klassenstrijd.

Wie Blair ook opvolgt, hij of zij zal eveneens een vertegenwoordiger van New Labour zijn. Geen van hen zal het woord belastingverhoging in de mond durven nemen. Geen van hen zal de City-yuppies tegen zich in het harnas jagen en allemaal zullen ze net als Blair trachten mediatycoon Rupert Murdoch voor zich te winnen.

Volgens Labour-parlementariër Gerald Kaufman hebben de partij en het Britse volk veel aan Blair te danken. ‘Ze zijn hem meer schuldig dan ze hem ooit kunnen teruggeven.’ Maar het zal wel tien jaar duren voordat dit op het terras van de Trafalgar Tavern zal worden beaamd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden