Een onbevangen wonder van vernuft

Ze is pas 18 jaar en meet 1.68, maar groentje Riëtte Fledderus onderscheidt zich als spelverdeelster van de volleybalsters, Vanavond, in de kwartfinale tegen Rusland, zal de Drentse juniore opnieuw haar grote talent en onbevangenheid demonstreren....

HET GROTE GEHEIM van de kleine Riëtte Fledderus bestaat uit twee eigenschappen. De eerste is een mentale; de tweede huist ook in de geest, is van schaakallure maar valt slechts uit te voeren met de gouden handjes die de ware spelverdeelster in het volleybal kenmerkt.

Eerst en vooral is Fledderus een speelster die nooit onder de indruk raakt van de omstandigheden. Ze is nuchter, zoals alleen Drenten kunnen zijn. De Dwingeloose had nog niet veel meegemaakt als speelster van Sudosa uit Assen toen zij in mei 1994 met Jong Oranje naar Polen afreisde voor het EK-kwalificatietoernooi.

Anouk Suythof was eerste spelverdeelster, maar op de training liet Fledderus al zien de betere te zijn. Het debuut moest er maar van komen, vond coach Toon Gerbrands. Er zaten achthonderd fanate Polen op de tribune, maar het rumoer deerde Fledderus niet. Zij leidde haar team, met talenten als Leferink, Visser en Elshof naar de zege en werd meteen gekozen tot de beste 'setter' van het toernooi.

Sindsdien staat ze als het grote talent bekend, het grootste van Nederland sinds Martje de Vries, de befaamde Friezin. Meer nog is ze gekend om haar onbevangenheid. Henriëtte Weersing, de zo vaak op het dienblad aangespeelde libero-aanvalster: 'Als Riëtte met haar hart speelt, als ze met een glimlach op het gezicht aantreedt, dan is ze op haar best. Vergeleken met alle vorige spelverdeelsters met wie ik heb gespeeld, heeft ze het meeste talent. Maar haar grootste kracht is haar onbevangenheid.'

Zelf doet ze - en het zal ook wel zo zijn - of ze er nooit over nadenkt op welk podium ze aantreedt. Na de succesvolle Europese titelstrijd in eigen land verklaarde Fledderus: 'Zenuwachtig ben ik zelden. Ik ga gewoon in het veld staan en een lekker potje volleyballen. Als het slecht gaat, haalt Bert (Goedkoop) me er wel uit.'

Er zijn meer onverstoorbaren in het land der spelverdelers, maar slechts weinigen kunnen de ingewikkelde strategieën uitvoeren die coaches tegenwoordig voor hun pupillen bedenken. Riëtte Fledderus is er zo een. Gerbrands, de trainer die haar bij Jong Oranje onder zijn hoede had, noemt de spelverdeelster een wonder van vernuft, ze heeft een geheugen als dat van een schaakcomputer.

Gerbrands: 'Haar techniek is goed, maar de belangrijkste voorwaarde om een bijzondere spelverdeelster te zijn is de bovenkamer. Zij is een meisje dat acht opdrachten aan kan. En dan kijkt ze nog alsof je er maar twee hebt verteld. De gemiddelde speelster kan twee of drie opdrachten aan. Riëtte heeft een hoge spelintelligentie. Als zij slecht speelt, dan is de coach in de fout gegaan.'

Het kan een grapje van de chef d'equipe zijn geweest, maar Fledderus is tegenwoordig voorzien van het rugnummer veertien. Het beroemdste nummer uit het nationale voetbal past bij een speelster die een sterke mate van creativiteit hoort te demonstreren.

Riëtte Fledderus is een talent uit de provincie. Ze werd geboren in Meppel, woonde met haar ouders ('dankzij hen ben ik zo ver gekomen') in het schitterende brinkdorp Dwingeloo en bewoont, met overbuur Elles Leferink, nu een kamer in het Olympisch huis te Utrecht.

Leferink, ook uit het oosten, lijkt de helft van de perfecte volleybaltweeling - volgens coach Goedkoop kunnen de twee elkaar zelfs in het donker aanspelen - maar in werkelijkheid is Riëtte van zo'n echt genetisch koppel. Tweelingzus Renate speelt ook bij Olympus Sneek en lijkt redelijk veel op Riëtte.

Lijkt Renate met een serie interlands in Jong Oranje haar internationale top bereikt te hebben, de toekomst voor Riëtte Fledderus ziet er rooskleurig uit. Vorig jaar na het WK voor junioren in Thailand sloot ze met Leferink, Visser en Elshof aan bij het grote Oranje dat door die jeugdige inbreng kampioen van Europa werd. In Atlanta verrast de door Fledderus gestuurde ploeg aangenaam. De spelverdeling, voorheen in handen van knokkers als Crielaard en Koenen, moet met die prestatie te maken hebben.

In Sydney 2000, zo wordt verwacht, zal Fledderus een kansrijk team aanvoeren. Voor haar eigen ontwikkeling zal ze naast het nationale teamprogramma ook een sterke club moeten vinden. Een beetje slimme Italiaanse manager had allang het koppel Fledderus-Leferink moeten vastleggen. Dwingeloo zal nog een tijdje moeten wachten op de terugkeer van een bijzonder talent.

John Volkers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden