Een onbegrijpelijk lesje burgerschap aan het ROC Mondriaan

Toine Heijmans in Den Haag

De jeugd moet kritisch leren denken - maar nu even niet.

Wat er schuilgaat achter het populaire begrip 'burgerschap' is me nooit echt duidelijk geworden. Een goede burger zijn, zeker, maar wat voor de ene burger goed is, is voor de andere burger slecht. Als welwillende Nederlander sta je tegenwoordig paf van de verwachtingen.

Vooral met jonge burgers is iets mis. Op last van de politiek is daarom een 'burgerschapsagenda' ontworpen, die met alle mogelijke prominenten wordt onthuld in een zaaltje van ROC Mondriaan. Daar wemelt het van de studenten, bezig met burger worden. Ze studeren er voor kok, beveiliger, boekhouder, schoonheidsspecialist. Beroepen belangrijker dan het mijne. Maar dat is niet genoeg: om er goede burgers van te maken krijgen mbo'ers les in burgerschap, en daarvoor is dus die agenda opgesteld.

Ik ben te vroeg (goed burgerschap) en dwaal door het gebouw. Over mbo's wordt schamper gedaan, maar ik kom er graag. De gangen vol frisse serieuze jonge burgers die de deur voor me openhouden en zeggen: 'Fijne dag meneer.' Iets wat mijn pubers thuis nooit doen. De studenten stralen. Hun schoolgebouw doet me denken aan een kas, of aan een petrischaal.

Beneden bij de grote glazen deuren wachten prominenten nerveus op de minister. Boven in de centrale hal spreek ik Zakaria Aissaoui en Furat al Rushdi. Ze zijn derdejaars sociaal werk. Dat het nog bestaat, zeg ik, en dan vertellen ze zelfverzekerd over hun studie en over hun 'superleuke' stages. In de schuldhulpverlening, en bij een buurthuis in de Schilderswijk. Zakaria zegt: 'Het is geweldig om contact te hebben met oudere personen, en ze te helpen.'

Burgerschap.

Zakaria Aissaoui (links) en Furat al Rushdi (rechts).

Inmiddels is het zaaltje volgelopen met geslaagde witte mensen die iets te maken hebben met de burgerschapsagenda. Ze drinken koffie en wisselen visitekaartjes uit, zeggen 'beleidsinformatie' en 'beslissingsproces' tegen elkaar, en bezetten dan de voorste rijen van de zaal. De stoelen achterin worden opgevuld met studenten die in het kader van hun lessen burgerschap moeten kijken naar de onthulling van de burgerschapsagenda.

Ik ga zitten naast Sherif, eerstejaars bedrijfsadministratie. Sherif fluistert: 'Ik ben slecht in burgerschap.' Anne Daoud, zijn lerares, zit achter hem en zegt: 'Hij is nog maar net begonnen.'

Twee uur lang luisteren we naar de prominenten, die erg tevreden zijn met hun burgerschapsagenda. 'Kwaliteitsafspraken... kwalificatiestructuur.' 'Cultuurkaart... kwaliteitsborging.' De studenten geven geen kik, ook al is hun schooldag afgelopen. Ze zijn bijna allemaal van allochtone komaf, één is zwanger. Beleefd en aandachtig volgen ze de woordenstroom van de prominenten. Ook al is het een betonmolen met camouflagetaal, die over ze wordt uitgestort.

'Relatie tot de peergroup.' 'Héél grote maatschappelijke vraagstukken.' 'Eenduidig belegd met eindtermen.' 'Empathie... kernwaarden... tegendruk.' Halverwege de voorstelling buigt Sherif zich voorzichtig naar zijn lerares. 'Mevrouw,' zegt hij, 'het is een beetje moeilijk te begrijpen.' 'Ik snap het,' zegt ze terug, 'het is niet erg.'

De minister liet een speech schrijven die ze nog voorleest ook. Hij is gebouwd op een wankele beeldspraak rond Mondriaan. De kern van de burgerschapsagenda, begrijp ik, is dat er onderzoek komt naar de burgerschapsagenda. En het gaat om burgers die 'kritisch leren denken'.

Een Vlaamse moraalfilosoof begint over 'migratierugzakjes' en het 'identiteitsrugzakje' - aha, ik veer op. Dus de buitenlanders moeten zich gedragen. Maar dan zijn we al bij 'overlappende consensus', 'programmatische instemming met een samenlevingsmodel' en 'democratisch ethos'.

Naast me kijken de studenten schielijk op hun telefoon. Ze checken, zie ik, het huiswerk voor morgen. Dat was een betere tijdsbesteding geweest. Ze gooien niet met propjes, wat ik had gedaan.

Voor de foto worden snel vier studenten op het podium gehesen, ter decoratie. De prominenten ondertekenen deftig hun agenda. De belangrijkste heten Pierre, Jet en Ton. Ze kennen elkaar goed, het zijn allen toppers van de PvdA, een politieke partij die zichzelf te gronde richt omdat ze de koks, beveiligers, boekhouders en schoonheidsspecialisten is vergeten. Die kunnen wel een lesje burgerschap gebruiken. En dat krijgen ze ook.

Kort voordat de borrel begint springt een studente op het podium. Ze heet Roosmarijn Dam. Ze doet mbo schoonheid en verzorging, en is voorzitter van de jongerenorganisatie beroepsonderwijs. Ze pakt ongevraagd de microfoon en zegt: 'Wij zijn niet betrokken bij deze agenda. Ons is verteld dat we daar toch geen tijd voor hebben.'

De prominenten schrikken even, en borrelen dan verder. Aan kritisch denkende burgers is even geen behoefte. 'Het gaat over óns,' zegt Roosmarijn, 'maar ze zien niet eens dat we in de zaal zitten.'

Goed burgerschap. Altijd lastig.

Roosmarijn Dam
Prominenten ondertekenen hun burgerschapsagenda.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.