Reportage

Een odyssee komt eindelijk ten einde

Hun boot werd een speelbal van Thailand, Maleisië en Indonesië. Na drie maanden zwerven zetten 430 Rohingya voet aan wal in Atjeh.

De Rohingya wachten woensdag op hun boot totdat vissers uit Atjeh ze komen redden.Beeld ap

Het is hem onmiskenbaar, de boot waar een week naar is gezocht. De boot met de hoge, groene kajuit en het zwarte piratenvlaggetje, dat wappert en roept: 'We are Rohingya.'

Aan boord bevinden zich geen uitgemergelde vluchtelingen meer, geen kinderogen die smeken om voedsel en water, geen vrouwen met een uitgebluste blik. Zij zijn al van boord gegaan en zitten nu bij de moskee-in-aanbouw van Kuala Julok, een vissersdorp aan de kust van Atjeh. Honderden Atjehers staren de vluchtelingen aan.

De boot waar zij drie maanden op hebben gezeten ligt op zee, 3 kilometer uit de kust, en begint langzaam slagzij te maken. De vluchtelingen hadden een gat in de romp gemaakt om hem te laten zinken, want dan kon de Indonesische marine hen niet meer terugslepen naar open zee. De truc heeft gewerkt. Het is nog nacht als tien kleine vissersbootjes de uitgemergelde mannen, vrouwen en kinderen aan boord nemen en ze naar Kuala Julok brengen.

Wat achterblijft, is een lege huls. Hier heeft hun leven zich de laatste maanden afgespeeld. Als je dat een leven mag noemen. Aan boord zijn er sporen van achtergebleven. Verscheurde verpakkingen van het voedsel dat de Thaise en de Indonesische marine ze hebben gegeven, voordat ze weer genadeloos terug de zee op werden gejaagd.

In het benauwde, kokendhete ruim hangt een hangmat, gemaakt van plastic zakken. Op de grond liggen hoopjes vuilnis van lappen, plastic en papier, doordrenkt met urine en erger. Een vergeten drol op een plastic zakje. In de vloer is een opening die toegang geeft toe het diepste deel van de boot. Daar werd het vuilnis in geveegd tot er niets meer bij kon. Je kunt nauwelijks tegen de stank in ademen.

Het toilet bungelt bovendeks buitenboord. Het hangt aan de houten reling als een zwembadtrapje: twee metalen roosters om je voeten op te zetten, daartussenin de open ruimte waardoor de ontlasting rechtstreeks in zee viel. Eromheen is een strook plastic gespannen, maar veel privacy zal dat niet hebben gegeven. Lang niet iedereen durfde kennelijk zo buitenboord hangend te poepen.

De boot wordt naar de kust getrokken.Beeld reuters
Beeld reuters
Beeld afp

Vierhonderd mensen zaten er op de groene boot die een week geleden werd ontdekt door de BBC-correspondent in Thailand. Iedereen kon vervolgens zien hoe de Thaise marine uit een helikopter voedselpakketten dropte, de onklaar gemaakte scheepsmotor repareerde en de overvolle schuit naar open zee dirigeerde, richting Maleisië, of Indonesië als ze wilden. Zolang het maar geen Thailand was.

Maleisië en Indonesië dachten er hetzelfde over en de opvarenden vertellen dat zij tot drie keer toe door Thais en Maleisiërs terug de zee op zijn gesleept. De Maleisische marine zou ze zelfs helemaal tot in Indonesische wateren hebben gebracht en ze hebben gewaarschuwd nooit meer terug naar Maleisië te komen.

Het resultaat was dat de boot van de radar verdween. In de nacht van dinsdag op woensdag verscheen het schip in de ondiepe wateren voor Kuala Julok, waar de vissers zich over de opvarenden ontfermden. Nieuwsgierigen stroomden toe en brachten voedsel, kleding en drinkwater mee. 'Zo zijn de Atjehers', zegt een van de bezoekers met trots in de ogen. 'Het is onze plicht om onze gasten te verwelkomen en te verzorgen. Wij noemen dat mulia jamee. Het is een traditie.'

In de loop van de ochtend worden de vluchtelingen opgehaald; de vrouwen en kinderen met bussen, de mannen in open vrachtwagens. Ze worden overgebracht naar het stadje Langsa, waar zevenhonderd lotgenoten zijn opgevangen van een eerdere boot. Het kamp aan de kleine vissershaven van de stad bestaat uit twee loodsen: één huisvest Rohingya uit Birma, in de andere zitten de Bengalen uit Bangladesh. Vanwege de vechtpartijen, zegt een hulpverlener. 'Om het minste of geringste gaan ze elkaar hier te lijf.'

Migranten wachten op de vissersboot, voordat ze naar de kust worden gesleept.Beeld reuters

Het enige dat de twee groepen gemeen hebben, is de drang naar een beter leven. Ellende en mensensmokkelaars brengen hen met honderden tegelijk samen in één boot. Allemaal betalen zij een fortuin voor een zitplek op een smokkelschip.

Huisjes

Bengalen verkopen alles wat zij hebben: grond en als het moet zelfs het huisje van hun moeder. De Rohingya hebben doorgaans geen huisjes om te verkopen, omdat die door de boeddhisten in Birma zijn platgebrand. Hun tickets worden betaald door familieleden die de oversteek al hebben gemaakt en overzee, meestal in Maleisië, werk hebben gevonden.

Bengalen ontvluchten hun troosteloze armoede, Rohingya ontvluchten vervolging en discriminatie in een land dat ze niet eens beschouwt als volwaardige mensen. Rohingya vluchten met vrouwen en kinderen, de Bengaalse bootvluchtelingen zijn louter mannen.

Beide groepen zaten op de boot die eerder bij Langsa strandde, maar niet echt samen. De Bengalen zaten op het benedendek en de Rohingya boven. De laatste week van hun tocht op zee was zelfs het laatste eten op. Het laatste drinkwater werd zo schaars dat mensen hun eigen urine of zeewater dronken. Dat en de uitzichtloosheid van de zeereis maakten mensen gek. Na de armoede, de gevaren van de zee, de mensensmokkelaars, de honger en de dorst kwamen ze voor hun ergste vijand te staan: elkaar.

Vechtpartijen

Het gerucht dat de Rohingya water voor zichzelf achterhielden maakte Bengalen razend. Een woeste slachtpartij ontstond, waarbij kelen werden doorgesneden en mensen overboord werden gegooid. Niemand weet hoeveel doden er zijn gevallen. Schattingen, gebaseerd op de verhalen van de overlevenden, lopen uiteen van honderd tot tweehonderd. De sporen van die vechtpartijen zijn te zien: mannen met half genezen littekens of een jeukend verband om hun hoofd.

De twee groepen zijn gescheiden en de politie heeft voor de Bengaalse loods zelfs rollen prikkeldraad neergelegd. 'Ze hebben hier zúlke korte lontjes', zegt een hulpverlener, die niet met naam genoemd wil worden, omdat hij geen officiële woordvoerder is. 'Ik kwam hier als hulpverlener, maar nu ben ik meer een peacekeeper.'

Beeld afp

Het kost ook wat moeite je reflexen te bedwingen. Drie maanden hebben ze moeten vechten om elke hap. En nu ineens hoeft dat niet meer.

Ook een andere reflex is erin geslopen. Een jonge jongen zit voor de voedseluitdeler en kijkt hem smekend aan. Het gezicht dat de opvarenden van de 'BBC-boot' trokken toen zij werden gefilmd. De voedseluitdeler wordt kwaad. 'Wat is dat voor onzin! Je hoeft niet te bedelen. Iedereen krijgt eten, en er is genoeg.'

De jongen houdt op met smeken, stopt een stukje kip in zijn mond en begint met een lach zijn eitje te pellen.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden