Een oceaan van appels

Elke pit draagt de kiem van een nieuw appelras, maar toch wordt niet elke nieuwe appel een succes. Zoals De Karmijn de Sonnaville....

APPELAUTORITEIT Kemp weet wat hij zoekt. De consument wil een lekkere appel - stevig, zuurzoet - maar ook een gemakkelijke appel. 'Zo een die je meeneemt naar kantoor, dagenlang in je koffertje laat liggen, drie keer kunt laat vallen en toch nog smaakt.'

Begin jaren zeventig dacht Piet de Sonnaville uit Winssen dat hij de perfecte appel had gevonden. Hij noemde het nieuwe ras naar zichzelf: de Karmijn de Sonnaville. Kenners waren het er over eens dat 'ingenieur Piet' waarschijnlijk de lekkerste appel had gemaakt die Nederland ooit voortbracht: donkerrood van buiten, roomwit van binnen, met een friszure smaak en een zalig aroma.

De fruittelers reageerden enthousiast. De Karmijn werd op ruime schaal geplant. Maar na de eerste successen kwamen de twijfels. De Karmijn was wel lekker, maar zag er niet zo mooi uit met zijn ruwe schil, een kenmerk van veel lekkere appels. De consument heeft liever een appel met een gladde schil. Bovendien was de Karmijn nogal groot voor een appel, ook niet erg handig.

Toen bleek dat de appel ook problemen gaf met bewaren, was het doodvonnis getekend. De appelhandel vond de Karmijn een lastige vrucht. Al snel verdween het levenswerk van De Sonnaville, die zelfs een koninklijke onderscheiding ontving, uit de winkels. 'Het is een fiasco geworden', aldus de weduwe De Sonnaville.

Haar man is in 1995 overleden. Misschien maar goed ook, zegt ze bitter. 'Dan hoeft hij het allemaal niet meer mee te maken. Op het laatst bracht de Karmijn niets meer op.' De lekkerste appel van Nederland is bijna niet meer te krijgen, onder de voet gelopen door andere appels die misschien minder lekker zijn, maar beter passen bij de eisen van de moderne tijd.

De appel is het meest gegeten fruit ter wereld. Dat is ook geen wonder. Tussendoor, voor de honger, voor de dorst, een appel verveelt nooit. 'Ieder mens behoort iedere dag een appel te eten', adviseert kruidenkundige Mellie Uyldert in het 'Lexicon der geneeskruiden'. 'Ze bevat ijzer dat ons kracht en werklust geeft, fosfor dat ons helder doet denken en rustig slapen en appelzuur dat de maag, lever en nieren sterkt.' An apple a day keeps the doctor away.

De appel barst niet alleen van de gezondheid, maar ook van de symboliek. Zij is de twistappel, de vrucht der kennis, de verboden vrucht. Met de appel kon de mens uit het paradijs worden gelokt. Als de slang een perzik of een peer had aangeboden zouden we daar waarschijnlijk nog zijn.

Maar toen Eva de appel aannam, zadelde zij ons op met een duivels probleem. Er zijn zoveel appelsoorten als kiezels op het strand. Elke pit is een nieuw ras, dat weer licht afwijkende appels geeft dan de pit ernaast. En de mens zou de mens niet zijn als hij niet op zoek was naar de ultieme appel die ergens in die miljoenen pitten verstopt zit.

Het is alsof je met een schepnet in de oceaan vist, beaamt Henk Kemp van het Proefstation voor de Fruitteelt in het Zeeuwse Wilhelminadorp, de appelautoriteit van Nederland. Kemp proeft jaarlijks honderden appels. 99 Procent haalt nooit de kisten van de groenteboer. Maar het zoeken naar de speld in de hooiberg gaat door. Dit jaar heeft Kemp 130 nieuwe rassen aangeboden gekregen.

De ontwikkeling van een nieuw appelras is omgeven met een waas van geheimzinnigheid. Niet voor niets. Het duurt jaren voordat een veredelaar een veelbelovende boom heeft geselecteerd. Maar als de boom er eenmaal is, volstaat één enkel takje om hem na te maken.

Diefstal van enthout is een veel voorkomend vergrijp in de fruitwereld. Bij excursies in Wilhelminadorp verdwijnt er regelmatig wat. 'Ineens moeten ze plassen. Ga je kijken, dan is er een takje weg.' Ook Kemp krijgt gestolen goed aangeboden. 'Dan is iemand in het buitenland geweest en komt hij terug met een takje. Dat moet je eens proberen Henk, zeggen ze dan, dat deed het daar fantastisch.' Meestal is het niks.

Het zoeken naar nieuwe rassen gebeurt door veredelaars. Lange tijd was dit het werk van enthousiaste hobbyisten. Andere rassen, zoals de Golden Delicious, werden bij toeval ontdekt. Naarmate de belangen toenamen, werd de speurtocht wetenschappelijker aangepakt.

Voor Nederland kwam het onderzoek in een stroomversnelling na de 'Golden-crisis' in de jaren zeventig. De Golden Delicious, nog steeds de meest geteelde appel ter wereld, gaf jarenlang ook in Nederland de toon aan. De goudgele appel is weliswaar niet uitzonderlijk lekker, maar de boom gedijt goed en brengt veel op.

Het succes van de 'Golden' bracht de Nederlandse telers in de problemen: ze konden niet opboksen tegen appels uit landen met een gunstiger klimaat. Er was maar één redding: een nieuwe appel aanplanten die het hier beter deed dan elders. Dat werd de Elstar.

Het Nederlandse antwoord op de Amerikaanse Golden kwam van het Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen in Elst, tegenwoordig het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO). De Elstar werd in 1955 gemaakt en stond al jaren in de proeftuin. In het nauw gedreven plantten Nederlandse telers massaal Elstar aan.

Het publiek, dat de flauwe Golden een beetje zat was, werd met een reclame rijp gemaakt en viel voor de zuurzoete appel met de rode blos. De Elstar werd de redding voor de Nederlandse appelsector. 'Het beste dat ons ooit is overkomen', aldus een fruitboomkweker. Maar het succes is zo overweldigend dat de Elstar andere rassen overschaduwt.

De nieuwe oogst wordt vanaf eind september binnengehaald. Vanaf dan is het alles Elstar wat de klok slaat in de appelhandel. Als de voorraad is uitgeput, rond maart het jaar erop, neemt de van oorsprong Amerikaanse Jonagold, die langer bewaard kan worden, het stokje over.

Tot in de zomer eten we Jonagolds van het jaar daarvoor. Tussen deze twee grootmachten is weinig ruimte voor andere rassen. Alleen de Cox, een oud en roemrucht appelras weet zich nog te handhaven.

Het aanbod versmalt, beamen alle insiders. Dat heeft onder meer te maken met de supermarkten, die de appelmarkt steeds meer overheersen. 'Die zitten niet te wachten op allerlei rasjes', aldus directeur H. Uittewaal van de veiling Geldermalsen. 'Die willen herkenbaarheid.'

Minder bekende appels delven het onderspit. Zo loopt het aanbod van zomerappels zoals de Yellow, de James Grieve en de Rode Mantet terug. Zomerappels zijn lekker, maar kwetsbaar en moeten meteen gegeten worden. De winkels verkopen liever Jonagolds van vorig jaar uit de koelcel.

Het is een vicieuze cirkel, zegt veredelaar Bert Meulenbroek van het CPRO in Elst. 'Supermarkten zijn pas geïnteresseerd als je een flink aanbod hebt. Maar telers planten een boom niet op grote schaal aan als ze geen gararanties hebben voor de afzet.'

Dat geldt des te meer voor nieuwe appels die moet opboksen tegen de hegemonie van de grote twee. Onder de telers gonzen voortdurend geruchten over nieuwe rassen. Maar niet een heeft het gehaald. De Vanda, de Ecolette, de Elise, allemaal hebben zij het loodje gelegd.

De Elise kreeg klinkende cijfers van het proefstation. Maar in het jaar dat ze geïntroduceerd werd, kreeg de boom een ziekte. Het verhaal ging als een lopend vuurtje rond onder de telers, die voorzichtig zijn, want een boom staat vijftien jaar. Ze hielden vast aan de veilige Elstar.

'De introductie van een nieuw ras wordt steeds moeilijker', aldus Meulenbroek, die Elise nog niet helemaal heeft opgegeven. 'Vroeger kon je een veelbelovend ras aanbevelen. Als het een teler wat leek, dan plantte hij het aan. Tegenwoordig moet je een nieuwe appel begeleiden alsof je een auto op de markt brengt. Dat kost miljoenen.'

Toch moet er iets nieuws komen, want de Elstar heeft niet het eeuwige leven. De Elstar moet vrij intensief gespoten worden tegen ziekten. Maar de inzet van bestrijdingsmiddelen wordt steeds meer aan banden gelegd. Vóór de overheid met maatregelen komt, wil de branche een milieuvriendelijker alternatief hebben.

Het alternatief is er al. Het heet Santana en komt ook weer uit Elst. De Santana, een kruising tussen moeder Elstar en vader Priscilla, een schurftresistent ras, hoeft een derde minder gespoten te worden dan zijn moeder. Anderhalf jaar geleden is op een strategische bijeenkomst van telers, boomkwekers en fruitveilingen besloten de Santana te lanceren.

Deze keer mag het niet mislukken, zegt veilingdirecteur Uijttewaal. Er hangt te veel vanaf. De Santana is uitgezet bij vijf voorbeeldbedrijven, die collega's voorlichten. Over een jaar of zes komen de nieuwe appels op de markt, begeleid door een grote campagne.

Volgens kenners is de Santana iets minder lekker dan zijn moeder. 'Maar hij is milieuvriendelijker', benadrukt Uijttewaal. 'Ik denk dat dat telt bij de consument.' Nederland zal massaal aan de 'groene Elstar' moeten. 'Het wordt een succes. Daar steken we onze nek voor uit.'

Ondertussen wordt de trend gezet op het zuidelijk halfrond, waarschuwt Kemp. Terwijl Nederland in de zomer zit te wachten op de nieuwe appels, stromen de winkels vol met appels van het zuidelijk halfrond waar de oogst al binnen is. De Nederlandse consument houdt traditiegetrouw van een harde zuurzoete appel. De zuidelijke rassen zoals Gala, Fuji en Braeburn zijn zoeter dan de Hollandse appels.

De smaak is niet bijzonder, maar de zuidelijke appels zijn wel lekker hard en 'crispy'. Vooral onder de jeugd slaat dat aan. De supermarkten zijn er dol op omdat ze wekenlang goed blijven. Echt appels voor de moderne mens, spot Kemp. 'Mensen willen een appel die je meeneemt naar kantoor, dagen laat liggen, een paar keer laat vallen en toch nog smaakt.' Het Nederlandse antwoord is er ook al: de Delblush Tentation, die over drie jaar op de markt komt.

Er zijn kenners die zeggen dat we de perfecte appel al voorbij zijn en dat oude rassen zoals de Notarisappel en de Sterappel veel lekkerder waren dan de nieuwe. Kemp bestrijdt dat. 'Bij blinde smaaktesten komen nieuwe rassen steeds als de beste uit de bus. Pas als je er een naambordje bijzet, vinden ze de Sterappel het lekkerst.'

Nostalgie dus, waarvoor wel een objectieve verklaring is. Vroeger, toen de appelteelt minder grootschalig was kwamen appels van boomgaarden in de buurt. Die werden geplukt als ze rijp waren. Tegenwoordig worden appels geplukt voor ze helemaal rijp en hard zijn zodat ze het transport en de opslag in koelhuizen beter overleven. Rijpe appels zijn de lekkerste. Je moet er wel voorzichtig mee zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden