EEN NORMAAL LAND

JARENLANG heeft Europa gehoopt - en eraan gewerkt - dat Duitsland een normaal land zou worden. Nu komt de vraag op of Duitsland niet te normaal zal worden....

ANDRE ROELOFS

Daarmee wordt dan gedoeld op de mogelijkheid dat de Bondsrepubliek zich gaat spiegelen aan de egoïstische nationale politiek die andere 'normale' landen - denk aan Frankrijk onder De Gaulle en Engeland onder Thatcher- zo vaak te zien hebben gegeven. Vrees voor een te normaal Duitsland: een paradox die het verdient in dit Duitse verkiezingsjaar nader bezien te worden.

Met de Wende van 1989-'90 werden alle doeleinden verwerkelijkt die de naoorlogse Westduitse politici zich stelden: Duitsland democratisch, maar ook herenigd, machtig en soeverein. Wat gaat het met zijn macht doen? Wordt het een normaal Europees land in genoemde, negatieve betekenis?

Of behoudt het, zelf decentraal georganiseerd, een deel van de post-nationale roeping die het tijdens de Koude Oorlog ontwikkelde, formuleert het zijn belang in moderner zin en blijft het streven naar een Europa dat zijn rampzalige verdeeldheid overwint?

Op een conferentie over 'Duitsland en zijn buren', onlangs door het Duitsland Instituut in Amsterdam georganiseerd, kwamen deze vragen aan de orde. Een belangwekkend betoog werd daar afgestoken door Peter van Walsum, Nederlands ambassadeur in Bonn en eerder directeur-generaal Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ook Van Walsum stelt de terugkeer van Duitsland naar 'normaliteit' centraal. Hij kritiseert degenen die dachten dat deze terugkeer kon worden tegengehouden. 'Velen in Nederland beschouwden het als een godsgeschenk dat Duitsland als gevolg van zijn naoorlogse deling niet in staat was naar normaliteit terug te keren en in plaats daarvan was gezegend met een soort van post-nationale identiteit. Zij hadden het gevoel dat het tragisch zou zijn als dit voordeel teloor zou gaan en het verenigde Duitsland zou terugvallen in de normaliteit van een nationale staat. De manier om dit te voorkomen leek een snelle absorptie van het post-nationalistische Duitsland in een federaal Europa'.

Met Zwarte Maandag (30 september 1991, toen de Nederlandse blauwdruk voor een supranationaal Europa werd afgewezen) gingen deze ideeën in rook op. 'Het perspectief van een federaal Europa was verdwenen en de normalisatie van Duitsland kon niet langer worden tegengehouden.' Drie maanden later dreef minister Genscher de erkenning van Slovenië en Kroatië door, daarmee de herwonnen Duitse normaliteit demonstrerend.

Van Walsum (destijds getracteerd op een spreekverbod omdat hij van Duitse druk had gesproken) stelde dat hij dergelijke druk normaal vind. Hoe vaak hebben Parijs en Londen niet druk uitgeoefend om een Europees besluit naar hun hand te zetten?

Bovendien is, zo verzekert hij, de Duitse overgang naar normaliteit vrijwel voltooid - daarmee suggererend dat de Bondsrepubliek zijn eindstation wel zo ongeveer heeft bereikt. Of dit laatste helemaal juist is moet natuurlijk nog blijken, maar tactisch is het zeker een sterke positie.

Veranderingen die door anderen worden voorspeld, worden zo in het heden gesitueerd (en geminimaliseerd). Pragmatische voorstellen krijgen daarmee niet het karakter van pogingen dreigende ontwikkelingen te stoppen, maar van Nederlandse adviezen voor de manier waarop het nu normale Duitsland zijn leidende rol in Europa het beste kan spelen.

Kern van deze visie is dat Duitsland zijn leidende rol in samenwerking met anderen moet spelen. Met name moet de Bondsrepubliek volgens Van Walsum nu het Engeland van de Europees gezinde Blair bij de Duits-Franse samenwerking betrekken. Zo'n directoraat is in het belang van Nederland en zou ook door de VS welwillend worden bezien.

De toespraak van Van Walsum bevatte een stevige analyse gevolgd door praktische conclusies waarmee de Nederlandse diplomatie uit de voeten kan.

Toch is er ogenschijnlijk nog een tegenstrijdigheid. Aan de ene kant noemt Van Walsum het normaal dat ook Duitsland, net als Frankrijk en Engeland tot dusver, machtsposities gebruikt om Europese besluiten naar eigen voorkeur af te dwingen. Aan de andere kant stelt hij dat 'de Berlijnse republiek niet fundamenteel (zal) verschillen van de Bonner republiek zoals wij die nu kennen'. Was het niet juist het aardige van de oude Bondsrepubliek dat zij - anders dan Frankrijk en Engeland - géén nationale machtspolitiek leek te bedrijven?

Hoe dan ook, wie naar Duitsland kijkt moet zeker ook naar de anderen kijken. Een modern Europa, met een modern, post-nationalistisch Duitsland, is onmogelijk wanneer niet ook Parijs en Londen hun 19de eeuwse reflexen overwinnen.

Doorslaggevend is wat we in Europa 'normaal' willen vinden. Staten die onderling 19de eeuwse nationale machtspolitiek bedrijven? Als dát de overheersende visie wordt, ziet het er met Europa niet best uit en helpt zelfs de grootste dosis realisme ons niet uit de brand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden