Een nieuwe controle van de macht

Regeringen en bedrijven willen steeds vaker ethische adviezen, omdat met name het medisch en farmaceutisch bolwerk de mensen nerveus maakt....

AAN DE THEMA'S die ter sprake komen ligt het niet, noch aan de geïnterviewde. Toch valt het niet mee om gedurende enkele uren geconcentreerd een gesprek te voeren met de Britse filosofe Mary Warnock. De groeiende rol van de ethicus in het maatschappelijk debat, hetzij in politieke commissies, hetzij in commissies die bedrijven moeten adviseren in hun publieke handelen, de mogelijke verdiensten die de ethicus in dat debat heeft boven die van een ordinaire sterveling: het zijn belangwekkende en boeiende kwesties. De filosofe zelf heeft bovendien een heel leven achter zich - ze is van 1924 - dat zich zowel aan de universiteiten van Oxford en Cambridge als in het Britse Hogerhuis heeft afgespeeld en ze kan daar concies en vol esprit van verhalen.

Nee, het ligt aan de locatie, een royale en rustige ruimte, ergens in The House of Lords. Terwijl de gesprekspartners vrijwel verdwijnen in de gecapitonneerde crapauds, trekt her en der tussen de zitjes een optocht langs van wat lijkt op de cast van een wel heel uitzonderlijke aflevering van Fawlty Towers. Brekebenen, horrelvoeten, druipneuzen, aambeitronies, dolenden en verwarden: aan de bezetting van het Hogerhuis is te zien tot welke curieuze mutaties in voorkomen en gedrag acht eeuwen nobele inteelt leiden.

Ze kent ze allemaal, Mary Warnock - en ze noemt van allen de leeftijd; ze moet zelf, met haar 76 jaar, tot de jongere garde behoren. Toch niet helemaal onbegrijpelijk dat zíj het was, die het laatste woord had bij het adviseren van haar regering inzake wetgeving voor de euthanasie, de abortus, de in vitro fertilisatie en, vanzelfsprekend, aanstonds de vossenjacht. Het was Margaret Thatcher, van wie geen bijzondere sympathie voor intellectuelen bekend is, die Baroness Warnock aanzocht om, halverwege de jaren tachtig, te gaan nadenken over al deze netelige kwesties.

Kan een ethicus een bijzondere rol spelen in een dergelijke advisering, anders gezegd, helpt het om behalve alledaagse overtuigingen van goed en kwaad, ook nog academische kennis van het vak ethiek te hebben?

Mary Warnock wipt haar gehoorapparaatje in, grijnst - en steekt van wal.

'Als je ethiek moral philosophy noemt, is het een nette academische discipline, als zoveel andere. Het is een respectabele, niet bijster opvallende specialisatie van de filosofie. Maar de vraag is natuurlijk of het vak bijzondere banden met de echte wereld onderhoudt, banden die het vruchtbaar maken om je vanuit de academie met de gang van zaken in de buitenwereld te bemoeien.

'In toenemende mate wordt een beroep op ethici gedaan om zich uit te spreken. Dat geldt voor regeringen, dat geldt voor bedrijven. In beginsel zou dat een vruchtbaar idee kunnen zijn. Mensen worden steeds zenuwachtiger over wat hen omringt; ze ervaren een belangrijk deel van de wereld als bedreigend, vooral het medische en farmaceutische bolwerk. Dat zien ze als internationaal georganiseerd en daardoor ongrijpbaar en ze vrezen dat het geleid wordt door niets ontziende wetenschappers en industriëlen die aan niemand verantwoording afleggen. Ze zijn erdoor geïntimideerd.

'Omgekeerd worden bedrijven steeds beduchter voor juridische aansprakelijkheid, voortvloeiend uit hun ondernemingen, vooral door de ontwikkelingen op biotechnologisch en biomedisch terrein. Ze willen zich indekken en denken daarvoor te rade te kunnen gaan bij ethici. Zo komt het aanzoek van twee kanten.'

- Dat is vanzelfsprekend prettig voor die moraalfilosofen, maar helpt het? Hebben ze metterdaad iets te bieden?

'Het zou, als je het doel in ogenschouw neemt, namelijk het wegnemen van die angst en dat wantrouwen, veel profijtelijker zijn de voorlichting te vergroten, want veel van die angst komt voort uit onwetendheid. Als er in de media beter en uitvoeriger werd bericht over ontwikkelingen op al die terreinen die direct onze gezondheid aangaan, zou er veel minder werk voor die ethische commissies zijn. Ze hebben een geruststellende, bezwerende werking. Het grote publiek heeft het idee dat er in het verborgene iets akeligs plaatsvindt en dat is vanzelfsprekend onverdragelijk. We zouden die mensen een hart onder de riem moeten steken, door hen op een gewetensvolle manier te helpen zich bewust te worden van de feiten. Zolang dat niet gebeurt, zal er een beroep worden gedaan op betrouwbare, controlerende krachten.'

- Waar komt dat diepe wantrouwen ineens vandaan?

'Dat is onder meer veroorzaakt door de stelselmatige valse en loze beloften van politici. In Engeland heeft de regering-Blair er alles aan gedaan om het vertrouwen van burgers in de overheid te beschamen. Er zijn zoveel beloften gedaan die niet zijn ingelost, er is zo dikwijls geprobeerd iets kwalijks weg te moffelen. Daardoor is niemand meer geneigd officiële verklaringen te geloven: de mensen zijn ze haast per definitie gaan wantrouwen.

'Daar komt bij dat de pers in dit land overmatig geïnteresseerd is in verhalen over rampen, over wat er is misgegaan. Daardoor ontstaat, bovenop het wantrouwen, ook nog eens de vertekening dat er van alles spaak loopt. Kranten moeten verkocht en dan zijn sappige verhalen over griezelige toestanden aantrekkelijker dan gedocumenteerde analyses.'

- Maar waarom zijn juist professionele ethici dan ineens betrouwbare figuren geworden? Inzicht in de geschiedenis en de systematiek van de ethiek vergroot toch niet per se iemand oordeelsvermogen?

'Er is een abstract vertrouwen in moraalfilosofen, ongeveer zoals er, hoe ontkerstend of ontkerkelijkt dit land overigens ook is, nog altijd een zeker vertrouwen bestaat in de clerus. In iedere ethische commissie in Groot-Brittannië moet ook een theoloog een plaats hebben, niet omdat de mensen gelovig zouden zijn, maar omdat ze onafhankelijkheid en degelijkheid uitstralen.

'Wat de ethici betreft, die kunnen terugvallen op een training in de filosofie - en dat is altijd nuttig. Ze zijn eraan gewend meteen tot de kern van een zaak door te dringen, ze kunnen een argumentatie ontleden. Daaruit bestaat hun bijdrage aan het debat. Maar dat geldt niet alleen voor ethici: een kentheoreticus of een logicus zou in een ethische commissie hetzelfde werk kunnen doen. Zelfs een algemene training in de filosofie volstaat. Waar het om gaat, is dat filosofen geleerd hebben hoe de waarneming van redeneringen werkt en hoe die redeneringen zelf in elkaar steken. Zelfs iemand die goed in zijn Plato en Aristoteles zit zou dit werk kunnen doen.'

Mary Warnock ontwikkelde, halverwege de jaren dertig, op de middelbare school een bijzondere belangstelling voor de algemene vraagstukken van de filosofie en voor de klassieke oudheid. Zou zij, als ze geen filosofe maar classica was geworden, evenzeer geëquipeerd zijn geweest voor Lady Thatchers commissies?

'Zelfs als ik goed was opgeleid als paleontoloog was ik er geschikt voor geweest. Het gaat erom dat je in staat bent je persoonlijke gevoelens terzijde te schuiven en onbevangen een probleem tegemoet te treden, met weglating van ieder soort sentiment.

'Kijk naar de krankzinnige stemming die in Groot-Brittannië is ontstaan over de orgaanbanken waarin organen van gestorven baby's worden opgeslagen. Daar hebben de mensen compleet hun verstand door verloren en overheersen slechts extreem sentimentele overwegingen. Een filosoof zou onmogelijk al die onzin kunnen beweren die er nu in de media tot uitdrukking komt. Het gaat om opinies die duiden op een onversneden animisme, dat je nog niet eens bij de primitiefste Afrikaanse stammen zou verwachten. Mensen beklagen hun gestorven baby's, waarvan het hart gebruikt zou zijn. ''Nu kan ze nooit meer liefhebben'', hoorde ik onlangs nog iemand zeggen. Je zou toch hopen dat niemand met willekeurig welke academische opleiding dan ook in staat zou zijn tot het debiteren van dit soort onzin, dat ze hun hoofd koel zouden weten te houden en zich niet door hun passies zouden laten meeslepen.'

- Filosofen mogen dan getraind zijn in het elimineren van hun al te woeste emoties, wat kunnen theologen, ook vaste klant in ethische commissies, bijdragen aan het debat?

'Nou ja, een theoloog wordt natuurlijk zwaar gehandicapt doordat hij theoloog is. Het is absoluut cruciaal om morele gezichtspunten tegen de bijzonderheden van een bepaalde religie of sekte te blijven verdedigen. Dat is voor de leden van de clerus bijzonder moeilijk. Maar het publiek verwacht van hen onafhankelijkheid en dan moet je een beetje lippendienst maar voor lief nemen. In deze veranderde samenleving moet je daarom inmiddels ook een plaats geven aan rabbi's en immams in dergelijke commissies.

'Toen we een advies moesten uitbrengen over de embryologie en het ongeboren jonge leven, midden jaren tachtig, zaten er in onze commissie een vertegenwoordiger van de Anglicaanse kerk en een neuroloog die van huis uit katholiek was. Dat was een even sensibele als verstandige man die een buitengewoon belangrijke bijdrage aan onze gedachtevorming heeft geleverd. Maar dan gaat het om iemands individuele kwaliteiten.'

- Wat is de reikwijdte van het advies van zo'n commissie? De leden ervan kunnen immers, zo integer en gevoelig als ze zijn, beraadslagen dat het een aard heeft, maar dan heb je nog geen wetgeving.

'Dat effect loopt vanzelfsprekend van geval tot geval uiteen. Het rapport dat wij over de abortus en de euthanasie hebben uitgebracht, is bijna geheel in wetgeving overgenomen. Maar dat staat of valt niet met de aanwezigheid van een filosoof op zichzelf, veeleer met de mate van gezond verstand die je aan de dag legt. In de commissie die de regering moest adviseren over de pornografie, bijvoorbeeld, zat Bernard Williams, ook een bekende filsoof in dit land. Maar die commissie bracht een zo radicaal advies uit, dat uitvoering ervan onhaalbaar was. Als je een nuttig advies wilt uitbrengen, moet je niet te wilde dingen doen: je moet exact weten hoe ver je kunt gaan en je moet onderweg niet te veel mensen kwijt raken.

'Dat in vitro fertilisatie nu betrekkelijk eenvoudig mogelijk is in dit land is helemaal te danken aan de commissie waarvan ik deel uitmaakte. Maar dat was een kwestie van manoeuvreren. We konden niet zo ver gaan als we eigenlijk wilden, want dan was het hele voorstel gesneuveld.'

- Voor wetgeving hadden we vroeger ministers en parlementariërs die met voorstellen kwamen. Wat is het voordeel van de voorbereiding van wetten buiten het parlement om, in ethische commissies?

'Zo'n commissie kan veel meer doen dan een minister. Iedereen heeft er toegang toe en je kunt veel gemakkelijker dan regerende plitici iedereen horen, rijp en groen. Je bent bovendien zichtbaar en aanspreekbaar voor iedere lobbygroep. Zou de minister een wetsvoorstel voorbereiden, dan zou hij omgeven zijn door anonieme ambtenaren. Het lobbyen is ongericht en de verdeeldheid is dan van meet af aan een gegeven. Vervolgens is het een kwestie van tijd: wij hoeven ons niet te haasten, geen parlement zit ons achter de broek.

'Toen we adviezen moesten uitbrengen inzake de euthanasie en de abortus, de grote problemen waarmee ethische commissies worden belast, hebben we ons best gedaan werkelijk iedereen te horen. Dat is ook tot uitdrukking gekomen in onze rapportage - en dat bezweert op voorhand de onrust. Ons advies ging vergezeld van een minderheidsrapport van een rooms-katholiek lid. Dat was eigenlijk heel nuttig, want daaruit leerde je ook de betrekkelijkheid en de historische bepaaldheid van allerlei redeneringen. Daarin zag je dat bepaalde leerstelligheden nog geheel en al terug gaan op Aristoteles, wat voor het eigentijdse debat toch een beetje out of date is. De bisschop van Oxford gaf een verhandeling over de geschiedenis van de heiligheid van het menselijk leven, een dogma dat pas in de 19de eeuw is vastgelegd. Het kan geen kwaad als minister en parlement dat óók weten.'

In de analytische filosofie, lange tijd de heersende mode in de Britse filosofie, wordt de mogelijkheid van een inhoudelijke ethiek geheel en al ontkend. Ethische oordelen zijn daarin hoogstens uitspraken die je aan een logische analyse kunt onderwerpen om na te gaan hoe het taalspel van de ethiek werkt; niet voor niets telt Warnock's An Intelligent Persons Guide to Ethics slechts honderdvijfentwintig pagina's: ze is er gauw klaar mee. In Oxford kwam Mary Warnock voornamelijk in aanraking met de erven-Wittgenstein; in haar autobiografie, A Memoir: People and Places, staat ze uitvoerig stil bij diens invloed op haar en haar omgeving.

- De analytische filosofie biedt een mooi apparaat om ethische oordelen te analyseren, maar heeft ze ooit iemand kunnen overtuigen met haar analyses?

'Alles is mogelijk zolang je de theologie er maar buiten laat. Je kunt de Bijbel voor de rest van je leven scannen, maar je zult er nooit enige argumentatie in aantreffen inzake de IVF of de bruikbaarheid van celweefsel uit een ongeboren vrucht.'

- Is zij eigenlijk niet een onverbeterlijke optimist, iemand die gelooft dat met voldoende voorlichting en onderwijs alle mensen wel van de vrucht der rede te overtuigen zijn?

'Ik geloof, soms tegen beter weten in, dat onderwijs echt helpt. Niet zo overzichtelijk als John Stuart Mill, die meende dat goed onderwijs alles oplost. Want ik ben behalve optimist ook elitist en sta diep afwijzend tegenover het idee dat iedereen een universiteit moet kunnen bezoeken. Dat is hier nu de heersende opinie en het leidt tot een angstwekkende filistinisme bij de pas aangekomen studenten. Die zijn verbaasd als ze eens een boek moeten openen. Ze doen tijdens hun studie vooral veel aan sport en spel en leiden een druk sociaal leven, maar hun werkelijke werk is tot een minimum gereduceerd.

'Niemand van hen praat meer over ideeen. Ze moeten naar de universiteit omdat iedereen er heen gaat. Van tevoren hebben ze geen idee wat ze willen gaan studeren. Niks gelezen, niks uitgezocht. Onderwijs voor iedereen is een goed idee, maar de boterham wordt nu wel extreem dun gesmeerd.'

- Laatste vraag. het Hogerhuis wordt binnenkort voor een netelig probleem gesteld: wat doen we met de vossenjacht?

Mary Warnock veert, als door een jachthond gebeten, omhoog uit haar stoel. 'Oh, keep it, keep it!', roept ze, tot grote schrik van de kolonne slapstick-figuranten uit. Of ze er ook argumenten voor heeft, misschien? Maar vanzelfsprekend. 'Iedereen praat over die zielige vossen die door de jagers worden achtervolgd, maar ik hoor niemand over de kippen die door de vossen worden nagezeten. Bovendien zijn er voor een vos in de vrije natuur veel akeliger manieren om aan zijn eind te komen dan door de jacht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden