EEN NIEUW VOLKENRECHT

'IK AARZEL niet te zeggen dat de zaak van de onderdanen van Turkije die in opstand zijn gekomen tegen hun onderdrukkers in heiligheid niet onderdoet voor welke andere zaak ook die ooit 's mensen borst heeft bezield of zijn hand heeft bewogen'....

Aldus de grote Engelse liberale staatsman William Ewart Gladstone in het Lagerhuis op 7 mei 1877. Gladstone was toen leider van de oppositie. Hij sprak over de zogenaamde Eastern Question, die de Europese provincies van Turkije betrof. Hij was 68 jaar oud en sprak tweeënhalf uur.

Gladstone betoonde zich hier voorstander van interventie in de aangelegenheden van een andere staat. Niet ten behoeve van de eigen onderdanen, maar van de onderdanen van die andere staat - in dit geval van de Bulgaren, die door hun Turkse overheersers gruwelijk werden mishandeld. Hij gaf dus voorrang aan individuele rechten boven het collectieve recht van de soevereiniteit.

Bij de uitoefening van het collectieve recht op zelfbeschikking zijn de feitelijke waarborgen van de individuele mensenrechten vaak uit het oog verloren.

Ook het onafhankelijksheidsproces van Nieuw-Guinea heeft aangetoond dat, welke waarborgen vooraf ook voor de mensenrechten worden geformuleerd, de internationale gemeenschap niet bij machte is nakoming van die afspraken af te dwingen.

Uit bezorgdheid daarover gaf minister Marga Klompé te kennen dat het zelfbeschikkingsrecht samenhangt met de waardigheid van de menselijke persoon. Zij vroeg zich af of Nederland een volk mocht verkwanselen aan een ander land. Die bezorgdheid ontbrak bij de verantwoordelijke minister toen Suriname onafhankelijk werd verklaard.

De collectiviteit is er dus voor het individu en niet omgekeerd. Wat baat de onderdrukte boer en de politieke gevangene de soevereiniteit van zijn staat? Sterker: waar zij op hopen, is inmenging van buitenaf.

De grenzen van staten worden poreus. Maar de humanitaire interventie als zodanig is in de internationale gemeenschap nooit officieel aan de orde gesteld. Hier ligt een belangrijk terrein braak.

De Nederlandse kenner van het volkenrecht J.P.A. François vreesde dat een 'vaag interventierecht' de deur zou openen voor de 'wildste pretenties en een bron van onrust en wrijving (zou doen) ontstaan ten gevolge van ongemotiveerde klachten en propagandistische drijven'.

Het risico van avonturisme ligt hier inderdaad op de loer. Niemand heeft behoefte aan een kanoneerbootpolitiek van de 21ste eeuw. Een begripsbepaling is dringend geboden.

Een paar elementen liggen voor de hand. Het moet gaan om een uitzonderlijke en hoogst ernstige humanitaire noodtoestand. Het moet bovendien duidelijk zijn dat gewapende interventie de enige remedie is en dat zij ook kans van slagen heeft. Tenslotte moet die interventie plaatshebben onder de aegis van de Verenigde Naties of althans in samenwerking met een afdoende aantal gelijkgestemde landen.

De vraag rijst vervolgens wie tot interventie moet overgaan. Wat betreft Europa kan het antwoord uitsluitend luiden: de NAVO. Die is als enige geïntegreerde internationale vechtmachine in staat om met succes een gewapende interventie uit te voeren.

En elders ter wereld? De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Strobe Talbott was onlangs in Den Haag. Hij wilde geen 'kunstmatige beperkingen' opleggen aan de actieradius van de NAVO.

Maar dat zou de NAVO bombarderen tot een soort globocop. Daar is geen meerderheid van lidstaten voor. Het is moeilijk voorstelbaar dat de NAVO in actie komt bij strijd tussen Noord- en Zuid-Korea, tussen India en Pakistan of China en Taiwan.

De VS zullen daar alleen of met een ad hoc coalitie moeten optreden, zo zij al tussenbeide willen komen. De VS is een wereldmacht, de Europese Unie een regionale macht. Er moeten dus grenzen gesteld worden aan NAVO-operaties.

Die grenzen zouden kunnen omvatten: Europa plus de omliggende gebieden die voor de Europese Unie van belang zijn, zoals Oost-Europa (daarbij inbegrepen Rusland en de Balkan), Noord-Afrika en het Midden-Oosten inclusief de olievelden daar.

De NAVO moet haar humanitaire interventies in ieder geval beperken tot dat gebied. Maar ook daarbinnen moet elk conflict grondig en op eigen merites worden beoordeeld. Vooral het criterium dat gewapende interventie kans van slagen moet hebben, zal daarbij zwaar wegen. Kosovo voldoet daaraan. Een interventie in Tsjetsjenië niet. Toch gebeurden ook daar afgrijselijke dingen.

Het volkenrecht moet worden aangepast aan de porositeit van de moderne grenzen. Geen staat mag in de veronderstelling verkeren dat de wijze waarop hij zijn burgers behandelt een zuiver binnenlandse aangelegenheid is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden