Een nieuw type vuile oorlog

SOMMIGE situaties spreken boekdelen. Vorige week zat ik in Bolivia aan bij een dis van het Corte Nacional Electoral, een college van rechters dat moet toezien op de verkiezingen in dat land....

INEKE HOLTWIJK

Terwijl wij onze zalmforel uit het Titicacameer wegprikten, spraken diverse excelentissimo's vanachter het spreekgestoelte deftige en dramatische woorden. Over de 'rijpe democratie' van Bolivia, 'de stem van het volk' die twee dagen later zou spreken en de 'volledige transparentie' van de stembusgang.

Het woord dat steeds terugkwam was 'la fiesta electoral', het verkiezingsfeest. Want, daarover lieten de sprekers geen misverstand bestaan: je stem uitbrengen in een democratie als Bolivia was een vreugdevolle gebeurtenis. Verkiezingsfeest dus.

Ondertussen was ik aan mijn tafel getuige van wat eerder een verkiezingsoorlog leek. De oudere heer aan mijn rechterzijde was secretaris verkiezingszaken voor de partij van de ex-dictator. Hij had mij net uit de doeken gedaan hoe de regering met overheidsgeld haar eigen kandidaat probeerde te pluggen, een verschijnsel dat zich in heel Latijns Amerika voordoet.

In Bolivia had de regering de Bonosol (solidariteitsbonus), een eenmalige uitkering aan bejaarden die voor na de verkiezingen was gepland, naar voren gehaald. Wie stonden bij de loketten om de bejaarden te helpen met de formulieren? Juist, vriendelijke jongeren met petjes en daarop de naam van de regeringskandidaat.

Een ander front in de strijd was de televisiepropaganda. De regeringspartij had dagelijks op alle televisiezenders twee keer zoveel reclametijd als de kieswet toestond. Mijn disgenoot vertelde hoe hij geprotesteerd had bij onze gastheren van het Corte Electoral.

Maar deze hadden onder druk van de minister van communicatie het bezwaarschrift van nul en generlei waarde verklaard. De klager was doorgestuurd naar de regionale kiescolleges, in de districten van de betrokken tv-zenders. Daar waren de bezwaarschriften terecht gekomen in een bureaucratische molen en nooit beantwoord.

Mijn andere tafelheer glimlachte en zweeg. Hij was campagneleider van een partij die ooit links was en nu een ex-president, beschuldigd van banden met de drugshandel, opnieuw in het regeringspaleis probeerde te krijgen. Uit de kranten had ik begrepen dat zijn partij protagonist was in wat de media de 'guerra sucia' noemden. Guerra sucia, vuile oorlog, stond in de jaren zeventig voor de terreur die militaire dictators uitoefenden tegen links.

Maar de democratische jaren negentig hadden de Boliviaanse media aangezet tot hergebruik van de term. Met vuile oorlog doelden zij nu op het zwartmaken van politieke tegenstanders bij voorkeur met insinuaties over drugs.

De regeringskandidaat zou een cocaïnetransport naar Brazilië hebben geregeld. De ex-dictator zou een bende van drugshandelaren hebben geleid. De Amerikaanse ambassade zou nieuwe bewijzen hebben van de betrekkingen tussen de ex-president en Bolivia's cocainehandel. De ex-president was begin vorig jaar daarom zijn visum voor de Verenigde Staten kwijtgeraakt. Vooral de partij van de glimlachende disgenoot had de afgelopen weken veel 'narcodossiers' laten uitlekken.

De perzikmousse werd geserveerd en mijn tafelheer ter rechterzijde was inmiddels aangeland bij de slotmanifestatie eerder die middag van de presidentskandidaat. De beelden daarvan stonden nog op mijn netvlies. Op weg naar een interview was ik het centrum van La Paz vastgelopen in een menigte van duizenden met rose vlaggen zwaaiende mensen, die opgezweept werden door Caribische ritmes uit een gigantische geluidsinstallatie op het bordes van het ministerie van communicatie en die overduidelijk ook door overheidspersoneel werd bediend. Diverse ministeries hadden hun ambtenaren eerder vrijaf gegeven mits zij met vlag zouden meedoen aan de demonstratie, snoof mijn disgenoot.

Bij het spreekgestoelte in het restaurant kregen de excelentissimo's een fotoboek overhandigd voor de dienst die zij de Boliviaanse democratie bewezen. Maar aan onze tafel lette niemand meer op. Er was een vijandelijke troepenverplaatsing gemeld in de verkiezingsoorlog. Mijn tafelheer ter rechterzijde had net van een medewerker doorgeseind gekregen dat de regering de volgende dag circa duizend kiezers vanaf de militaire luchtmachtbasis in Fokkers zou overbrengen naar een dunbevolkt departement met de bedoeling daar een parlementszetel weg te snaaien.

Duizend kiezers in een departement met tienduizend kiezers? Mijn disgenoten sloegen aan het rekenen. Dat zou twee gedeputeerden kunnen schelen. Via de zaktelefoon werd onmiddellijk de achterban gemobiliseerd voor een blokkade van de luchtmachtbasis.

En de OAS-leden? Die gingen de tafels langs om handtekeningen te verzamelen voor hun net ontvangen fotoboek. Pas over vijf jaar is het weer verkiezingsfeest.

Ineke Holtwijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden