Een nieuw soort oorlog

RATATATA. Als een serie rotjes in de verte de Hollandse polderrust verstoort, zegt George half grinnikend: 'Shooting'. Hij is een Kenyaan in Nederland....

Of hij zijn geboorteplaats nog kan bereiken, weet hij niet. Vorig jaar lukte dat nog wel. Maar inmiddels maken rovende Somaliërs de regio van Georges dorp, Noordoost-Kenya, onveilig. George is heel gespannen. En keer op keer verpulvert hij de knusse Hollandse wintervreugde met verhalen over bekenden die het afgelopen jaar bij beschietingen vanuit een hinderlagen zijn gedood.

Heel Kenya, vertelt hij, is dankzij de eindeloze oorlogen in Somalië en Sudan nu vergeven van de wapens. En hup, daar volgt weer een verhaal over een goede wederzijdse bekende, een Nederlander ditmaal, die onlangs uit zijn huis is geschoten, en kort daarop beroofd.

George vertelt dat zijn stam inmiddels hulp heeft gekregen van broeders aan de Ethiopische kant van de grens, die op hun beurt in Ethiopië vechten voor hun eigen onafhankelijkheid. 'Wij hebben in onze dorpen nu voor het eerst ook gewapende zelfverdedigingseenheden', zegt hij. 'Tot voor kort jaagden we met speren, nu vechten we met vuurwapens.'

George kijkt er al lang niet meer van op dat de problematiek in Noordoost-Kenya, domein van nomadische veetelers, geheel buiten het nieuws valt. Maar, bezweert hij, wat er in Noordoost-Kenya gebeurt is exemplarisch voor wat er in vrijwel geheel Afrika gaande is.

Het centraal gezag is weggevallen. Het gebied wordt overspoeld met wapens, die gretig aftrek vinden onder mensen die willen roven en anderen die zich op een of andere manier hiertegen moeten verdedigen. De conflicten en allianties strekken zich over de grenzen uit. En 'rebellen' hebben, in tegenstelling tot vroeger, absoluut geen ambities meer om een regering af te zetten. Dit is een nieuw soort oorlog.

Ter illustratie pakt hij het laatste nummer van New African erbij, en wijst op een verhaal over een rebellenbeweging in Angola die zich niks aantrekt van het vredesakkoord tussen de regering en Unita. Deze rebellen zijn actief in een diamantrijke provincie en vechten voor afscheiding en eigen beheer over de grondstoffen.

's Avonds kijken we naar een VPRO-documentaire over de oorlog in Liberia, waar krijgsheren nu als mafiosi stukken land beheren, en exploiteren wat er te exploiteren valt, of dat nu goud, tropisch hout of voedselhulp is. We zien beelden van de aanloop tot deze anarchie. Van de totale gekte rond de afzetting van president sergeant Samuel Doe. Van een zuipende Prince Johnson die Doe voor het oog van de camera laat doodmartelen. Van een Liberiaanse ex-krijger die nu in hiphop-outfit rondsjouwt in New York. De man heeft voor beide kanten gevochten en gemoord, vertelt hij. 'You gotta be tough to survive', luidt zijn boodschap in zijn beste New Yorks. Kort daarop zie je hem tussen de brothers in de straten van Harlem verdwijnen, een makkie na Liberia.

George vertelt over zijn eigen stamgenoten, die als gevolg van de droogte en de onveiligheid in groten getale naar de sloppen van Nairobi zijn getrokken. Ze zijn nooit naar school geweest en komen nu in het beste geval in aanmerking voor een baantje als nachtwaker. Maar ook George, die heeft gestudeerd, kwam niet aan vast werk - omdat hij tot de verkeerde stam behoorde. Zoals veel Afrikanen droomt George van 'de grote klap', die hem in een keer rijk zal maken.

Glimlachend luistert hij naar een verhaal over Guinee, waar de lokale mafia de goudwinning beheerst. Diep in de jungle luisteren Guineeërs iedere ochtend naar de BBC World Service, om de goudprijs van die dag te noteren. Het goud wordt dan iets boven die prijs verkocht aan andere mafiosi, die op een of andere manier afmoeten van de dollars die zij hebben verdiend met illegale wapenhandel.

We kijken naar het NOS-jaaroverzicht, wachtend op het nieuws uit Afrika. Een minuutje uitzinnig uitgedoste Liberiaanse kindsoldaten, die poseren bij het afgehakte hoofd van een tegenstander. En iets later de onvermijdelijke beelden van de massale stroom Hutu-vluchtelingen die bij de Zaïrese grensstad Goma weer terugkeerden naar Rwanda. Maar geen woord over de burgeroorlog in Zaïre, geen woord over de dreigende desintegratie van Afrika's op twee na grootste land.

Het is inderdaad droef gesteld met Afrika, maar er gebeuren ook positieve dingen, vindt George. Hij roemt de Ugandese president Museveni, en geeft hoog op van de Rwandese Tutsi's. Strak van bovenaf leiden, zonder corruptie, daar is Afrika het meest mee gediend.

Napeinzend over deze constatering loopt hij de volgende dag door de Noord-Hollandse duinen. 'Het probleem is dat wij in Afrika helemaal geen ideologie meer hebben waar we ons achter kunnen scharen, en die ons verbindt. Zelfs Nyerere's Ujamaa is officieel opgeheven. Alleen stamverband en overleven tellen nog.'

Fred de Vries

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.