Reportage Vertrouwenspersonen

Een nekmassage van een collega, ‘xxx’ in een sms'je: de vertrouwenspersoon moet er mee om leren gaan

Sinds #MeToo zijn steeds meer Nederlandse bedrijven doordrongen van het belang van een vertrouwenspersoon. In Den Bosch krijgen cursisten een mix van elementen uit de praktijk voorgeschoteld.

Babet en Mart tijdens de opleidingscursus voor vertrouwenspersonen in Den Bosch Beeld Marcel van den Bergh

Mart en Babet zijn collega’s van het hechte soort. Als het regent, brengt hij haar naar huis. Als ze een nieuwe parfum heeft, merkt hij dat direct op. Als zij last van haar nek heeft, laat hij er zijn kundige vingers op los. Maar dan wordt Mart wel erg boud. ‘Babet’, vraagt hij op een zeker moment, ‘hoe houd jij het spannend in bed? Mijn vrouw en ik doen het niet meer sinds de hond dood is.’ Babet schrikt, begint zenuwachtig te lachen. ‘Je kunt je ook enorm aan een hond hechten hè?’

Mart en Babet bestaan niet, ze zijn een casus in een opleidingscursus voor vertrouwenspersonen in Den Bosch. Babet is een actrice, Mart is eigenlijk gewoon cursusleider Marcel van Oss, maar dan met een grote zwarte bril op. Net als veel andere opleiders van vertrouwenspersonen, zag hij het aantal basiscursisten het afgelopen jaar toenemen. Van 286 in 2017 naar 406 in 2018. Volgens de Landelijke Vereniging voor Vertrouwenspersonen (LVV) heeft de toename alles te maken met de discussie rondom #MeToo.

Uit een peiling onder de 1.200 leden van de LVV bleek dat bedrijven vaker een vertrouwenspersoon aanstellen en seksuele intimidatie hoger op de agenda staat. ‘Je merkt meer sense of urgency,’ zegt Margriet Maris van de LVV, ‘Eerst dachten veel bedrijven: dat gebeurt niet bij ons. Omdat er nu ook Nederlandse voorbeelden zijn van #MeToo, is het minder een ver-van-m’n-bed-show.’

Ook cursusleider Van Oss vermoedt dat bedrijven wakker zijn geschud. ‘Doordat het bij de borrel, de koffieautomaat en op de voetbalclub onderwerp van gesprek is, realiseren werkgevers wat de imagoschade kan zijn als ze met #MeToo in het nieuws komen.’ Van Oss besteedt in zijn vierdaagse cursus dan ook uitgebreid aandacht aan seksuele intimidatie op de werkvloer.

De casus van Babet en Mart is ‘een mix van allerlei elementen uit de praktijk’. Juist deze situatie vindt Van Oss exemplarisch omdat het laat zien hoe dun de lijn is tussen gewenste en ongewenste intimiteit. Er ontstaan immers ook veel relaties op de werkvloer.

Klap op de kont

‘Bij die welbekende klap tegen de kont is het voor een vertrouwenspersoon wel helder dat iemand over de grens is gegaan. Maar het is ingewikkelder als de intimiteit eerder wel gewenst was.’ Volgens Van Oss ligt blaming the victim dan op de loer: zelfs een vertrouwenspersoon kan dan denken dat een slachtoffer het er zelf naar maakte.

Dat wordt ook duidelijk bij het bespreken van de casus met de cursisten; tien serieuze veertigers en vijftigers die ijverig aantekeningen maken in hun multomap. ‘Zij raakte hem ook aan,’ zegt de een. ‘Groen licht mag altijd veranderen in rood licht’, meent de ander. ‘Is Mart de leidinggevende van Babet?’, wil een derde cursist weten. Dan zou er immers sprake zijn van machtsmisbruik. Die nekmassage, daar is iedereen het wel over eens, die was op het randje.

Een werkgever moet zijn werknemers beschermen tegen ‘psychosociale arbeidsbelasting’, waaronder seksuele intimidatie valt, maar is niet verplicht om een vertrouwenspersoon aan te stellen. Beeld Marcel van den Bergh

Het raakt direct aan de belangrijkste les voor de vertrouwenspersonen: oordeel niet. Een vertrouwenspersoon moet altijd naast de melder staan en mag ook niet bemiddelen tussen de partijen, zegt Van Oss. Aan waarheidsvinding hoeft hij niet te doen. Als het gedrag als ongewenst is ervaren, dan is dat het. Bovendien: schuld- en schaamtegevoelens zijn vaak al aanwezig bij de melder. Over dat sms’je dat hij of zij achteloos met drie ‘xxx-jes’ afsloot, bijvoorbeeld. ‘Melders denken vaak, wat voor signaal heb ik zelf afgegeven?’

Bij de meeste meldingen is een luisterend oor genoeg. Het is vervolgens aan de vertrouwenspersoon om de vervolgstappen en consequenties daarvan in kaart te brengen, zodat een melder een weloverwogen keuze kan maken. Dat leidt volgens Van Oss slechts in enkele gevallen tot een formele klacht of aangifte.

Wettelijk niet verplicht

Niet elk bedrijf heeft een vertrouwenspersoon. Een werkgever moet zijn werknemers weliswaar vanuit de arbowet beschermen tegen ‘psychosociale arbeidsbelasting’, waaronder seksuele intimidatie valt, maar is niet wettelijk verplicht om daarvoor een vertrouwenspersoon aan te stellen. Grofweg de helft van de organisaties heeft een vertrouwenspersoon. Bij veel bedrijven wordt die rol intern ingevuld door een werknemer, steeds meer bedrijven hebben een freelance vertrouwenspersoon.

De stap naar zo’n vertrouwenspersoon is voor veel werknemers groot, constateert Maris. Dat bleek ook al uit het onderzoek dat deze krant eind vorig jaar, in samenwerking met de LVV, deed onder 236 vertrouwenspersonen. 85 procent van de ondervraagden stelde geen extra meldingen te hebben ontvangen over seksueel overschrijdend gedrag na #MeToo.

Maris: ‘Mensen vinden vaak dat ze het toch zelf moeten oplossen.’ Daarnaast is een vertrouwenspersoon en de rol die hij of zij vervult ook lang niet altijd zichtbaar voor werknemers. Ze zijn soms nauwelijks meer dan een nummer op het Intranet.

Precies om die reden volgt Anja Kerkhof de cursus van Van Oss. Ze is al langer vertrouwenspersoon van een  woonzorgcentrum voor ouderen, maar heeft het gevoel dat ze niet zichtbaar genoeg is en niet genoeg handvatten heeft om collega’s te helpen. In haar organisatie speelt seksuele intimidatie zich voornamelijk af tussen cliënten en medewerkers. ‘Kom er lekker bij liggen,’ zegt een patiënt tegen de verpleegsters als ze hem op bed leggen.

Vooral voor jongere medewerksters is dat even wennen. Van de medecursisten wil Kerkhof graag weten hoe ze hen kan helpen. ‘Het slechtste wat je kunt doen, is zeggen dat het erbij hoort,’ vindt een van hen. Volgens Van Oss moeten dergelijke kwesties in principe door de leidinggevende worden opgelost. Als die het niet goed oppakt, is het aan vertrouwenspersoon Kerkhof om hem daarop te wijzen. 

Ontslagbescherming
De Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV) pleit voor rechtsbescherming voor vertrouwenspersonen. Volgens Margriet Maris van de LVV komt vrijwel elke vertrouwenspersoon weleens ‘klem te zitten’ tussen belangen. ‘Zeker als je vecht voor een heel hardnekkige kwestie ben je vaak niet de meest geliefde persoon binnen een organisatie.’ Externe vertrouwenspersonen riskeren hun opdrachtgever kwijt te raken als ze lastig worden. Interne vertrouwenspersonen kunnen zelfs hun baan verliezen. ‘Dan doe je het goed als vertrouwenspersoon, maar dat is toch wel heel pijnlijk.’ Daarom wil Maris dat vertrouwenspersonen worden beschermd tegen ontslag.

#METOO OP DE WERKVLOER: BANG VOOR HAAR BAAN, DUS GEEN KLACHT

Eén jaar #MeToo heeft op de werkvloer vooralsnog bar weinig opgeleverd, zeggen vertrouwenspersonen die door de Volkskrant zijn geënquêteerd. Hoe kan dat? En is er dan helemaal niets veranderd? Toch wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden