Een muur in je kop 2711 kille betonblokken

Berlijn is een stad van hippe hotels én kaalslag. De Muur zal er altijd zijn. Henrico Prins peilt in Berlijn de gemoedstoestand – van nu en van nog niet eens zo lang geleden....

Je woont in Berlijn. Hier ben je in 1970 geboren, in de voormalige DDR, aan de oostkant van de Muur. Toen je 19 was, beleefde je de schokkendste dag uit je bestaan. De Muur werd neergehaald. De gaten vielen er haast vanzelf in en jij mocht erdoorheen.

Je werd verwelkomd door een menigte juichende mensen. Ze klopten je op de schouders en aaiden over je hoofd; onbekenden stopten je geld toe. Er waren mensen die lachten en er waren mensen die huilden, maar je herinnert je vooral de mensen die lachten en huilden tegelijk. Zoals die zich voelden, zo voelde jij je ook.

Zeventien jaar later fiets je op een koude zonnige dag met je hond door de Bernauer Strasse. Je zit op een mountainbike. Je hond heet Kili. Je verbaast je over de horde fietsers en joggers die elkaar hier, ondanks de brede stoepen, vreselijk in de weg zitten.

Je hond kruist voor je fiets langs, naar een boom. Je doet je best de lijn waarmee hij vastzit te ontwijken, maar dat lukt maar half. Je schuift onderuit, niet heel hard, maar je kijkt toch raar op als je met je kont op het asfalt belandt, vlak voor het monument ter herdenking van de muur die de stad tussen 1961 en 1989 in tweeën deelde.

Een paar weken later zul je zeggen dat je niet meer weet waarom je toen precies moest janken, maar dat het met de stad te maken had, en met jezelf, en met de wereld om je heen die maar verandert en verandert, terwijl de mensen diep van binnen gewoon hetzelfde blijven. Die muur is weg, zeg je – al bijna je halve leven is die muur weg, maar in je kop staat ie er nog.

Je legt mensen die van buiten komen weleens uit waar ze moeten beginnen als ze willen zien wat er van de Muur is overgebleven. Ga mee naar de achterkant, zeg je dan. Iedereen denkt altijd aan de Muur die straten en huizenblokken onbarmhartig in tweeën deelde, aan de onontkoombare grijze wand bij het Brandenburger Tor en aan Checkpoint Charlie in de Friedrichstrasse, maar als je iets van Berlijn wilt begrijpen, zeg je, moeten we eerst naar buiten, naar het water en de bossen en de weilanden die tot 1989 evengoed deel uitmaakten van de afscheiding tussen Oost en West. De grens om West-Berlijn was 155 kilometer lang; de Muur vormde daarvan maar 43 kilometer.

Druk wijzend en gebarend loop je nu in Dreilinden, in het zuidwesten van de stad, over een parkeerplaats waar jaren geleden honderden vrachtwagens stonden. Nu is er alleen nog maar een eindeloze asfaltvlakte met een paar containers en een in onbruik geraakte sigarettenautomaat. Een witte Volvo staat geparkeerd langs de strook waar het bos begint. De chauffeur is bezig een jong boompje uit te graven en kijkt verstoord op.

Je vertelt dat de snelweg in de verte vroeger de enige doorgang was voor auto's uit het Westen. Een tegelpad langs de vangrail leidt naar een verlaten tankstation en een verzameling roestig-rode gebouwen waarin de douane nog steeds kantoor houdt. Op het uitgestrekte terrein staan her en der wat vrachtwagens uit Oost-Europese landen. Het is dat de weg ginds zacht zoemt, anders zou je kunnen zeggen dat het hier doodstil is.

Waar de grens liep? Wacht maar, zeg je, en je klimt omhoog het bos in, dat na een paar minuten lopen wordt doorkliefd door brede stroken hoog, grijsgroen gras. De stroken lopen zover het oog reikt. Je wijst op een hek hier en een betonnen vloertje daar, en je zegt dat verder alles is weggehaald.

Je vertelt dat je hier soms op zondagmiddag komt en dat je op die kale stroken dan struikelt over de wandelaars, en dat je dat nog steeds een vreemde gewaarwording vindt; vroeger, toen de hekken er nog stonden, werd je hier zonder waarschuwing vooraf van je sokken geknald, en vroeger is niet eens zo lang geleden.

Maar nu is het hier kalm en mooi. Jij vindt dat een buitenstaander eigenlijk eerst dit moet zien, deze plek waar de Muur geen muur was – des te schrijnender is dan het contrast met de stadsdelen waar de Muur wel echt een muur was.

Onderweg naar het centrum, in de overvolle U-Bahn naar station Schlesisches Tor, dreun je ze nog maar eens op, de gegevens over de Berlijnse Muur die je wel kunt dromen: 3,60 meter hoog, vervaardigd van 15 centimeter dik beton met stalen kern.

En dat was dan alleen maar het deel van de Muur waarop West-Berlijn uitkeek; daarachter lagen loopgraven, controlezones met keurig aangeharkt zand, een verlichte weg, om de zoveel honderd meter een wachttoren, een hek met prikkeldraad en ten slotte, vooral zichtbaar vanuit de DDR, de Hinterlandmauer: een muur die misschien net iets minder massief oogde dan die aan de westkant, maar in de praktijk een onneembare hindernis bleek.

Dat was de Muur die jij zag, vanuit het oosten. Je wilt meteen maar het langste overgebleven stuk laten zien, een dikke kilometer langs het water van de Spree. Ze hebben het de East Side Gallery genoemd; in de zomer van 1990 kwamen kunstenaars van over de hele wereld de boel volkalken.

Zo te zien heeft hun enthousiasme het destijds gewonnen van hun techniek, zeg je lachend. De meeste afbeeldingen zijn inderdaad nogal kinderlijk, en de teksten op het larmoyante af. Nu is het een uitgaansgebied in ontwikkeling: aan de ene kant van de straat een hip hotel, aan de overzijde een paar clubs en dancings.

Je zegt dat je je af en toe nog verwondert over het gebrek aan sporen in het deel van de stad tussen de East Side Gallery en het volgende stuk muur dat bewaard is gebleven, een kilometer of vier verderop. Maar je laat graag zien waar het was, en hoe het zat, en waarom een Berlijner van boven de 30 dat niet gauw zal vergeten. Toeristen moeten hier, zo midden in de stad, echt hun best doen: Berlijn, normaal ronduit scheutig met gedenkplaten, monumenten en herinneringsplaquettes, laat zich hier van zijn schraalste kant zien.

Misschien is dat is maar goed ook, want als je in de buurt van Checkpoint Charlie bent aanbeland, struikelt iedereen ineens weer over de littekens die de gedeelde stad heeft nagelaten. Het checkpoint zelf natuurlijk – nog steeds dat withouten hokje dat jarenlang symbool stond voor de scheiding, met het bord met de tekst ‘You are leaving the American sector.’ Voor de deur, in het midden van de Friedrichstrasse, is een grimmig ogende stapel zandzakken opgesteld.

Het kruispunt even verderop is omgeven door schuttingen die als fotowand fungeren en samen het verhaal van de Koude Oorlog vertellen. Op een steenworp afstand staat het Mauer Museum, dat met zijn permanente tentoonstelling en zijn museumwinkel mikt op de toerist die in een halfuurtje bijgepraat wil zijn. Hier hangt ‘de laatste rode vlag van het Kremlin’, hier kan iedereen de historische foto’s nog eens bekijken, en voor veel geld een brokje Muur kopen, met echtheidscertificaat. Jij kent mensen die zakken puin op zolder hebben liggen, afkomstig van de Muur, in de hoop ze nog eens te gelde te kunnen maken. Daar lach je om; het is maar beton.

Een paar honderd meter van Checkpoint Charlie staat een ogenschijnlijk onbeduidend restant van de Muur lelijk grijs te wezen. Bij ons in het Oosten was de Muur overal zo, zeg je, en je wijst erop dat dit stuk alleen maar overeind is gebleven vanwege de beladen plek: het staat op de fundamenten van de kelders waar de Gestapo tot 1945 zijn werk deed. Ook de SS en de SD hadden hier hun hoofdkwartier, zoals te zien is aan de andere kant, waar de openluchttentoonstelling Topographie des Terrors is ondergebracht, in afwachting van haar permanente huisvesting.

Een vreselijke plek, zeg je. In de hele stad is vermoedelijk geen plaats te vinden waar die twee verwante geschiedenissen, die van de opkomst van het nationaal-socialisme en die van de Koude Oorlog, zo precies met elkaar in verband kunnen worden gebracht. Een krappe kilometer verderop laat je ten overvloede de 2711 kille betonblokken zien van het anderhalf jaar geleden opgeleverde Holocaust-monument, zo ongeveer naast het Brandenburger Tor.

Je vindt het genoeg voor vandaag. Berlijn zuigt de geïnteresseerde bezoeker leeg; er is domweg te veel te zien dat herinnert aan de verwoestende gebeurtenissen van de 20ste eeuw. Je belooft een mooi begin van de volgende dag, op het Invalidenfriedhof, waar je vaak naar toe gaat om zomaar wat voor je uit te mijmeren.

Maar een dag later begint het, vlak achter de Rijksdag, helemaal niet zo mooi, want bij de sobere gedenksteen die melding maakt van zijn bestaan, vertel je het verhaal van Günter Litfin, een van de eerste slachtoffers van de Muur. Hij ontvluchtte Oost-Berlijn op 24 augustus 1961, anderhalve week nadat de Muur in een nacht was neergezet.

Hier in het water van de Spree werd hij doodgeschoten. Vlakbij, op het Invalidenfriedhof, een lieflijk kerkhof waar verse bloemen liggen bij de graven van soldaten die 65 jaar geleden sneuvelden, is de overbekende foto te zien waarop zijn lichaam aan armen en schouders door Oost-Duitse grenswachten uit de rivier wordt gehesen.

Op het kerkhof staat nog een restant van de grensafscheiding. En een paar honderd meter naar het noorden is, ingeklemd tussen nieuwbouwappartementen, een wachttoren bewaard gebleven. Die ontkwam aan de slopershamer dankzij Jürgen Litfin, Günters broer, vandaag toevallig aanwezig om mensen te begeleiden die de betonnen wand van de toren inspecteren. Binnenkort begint de renovatie die Jürgen Litfin ziet als de afsluiting van zijn levenswerk.

Je loopt verder over de Berliner Mauerweg, die in dit deel van de stad keurig is aangegeven met straatnaambordjes. Je wijst naar het grauwe industriegebied aan weerszijden van de Spree. Het heeft je altijd verbaasd dat deze lappen grond zijn ontsnapt aan de belangstelling van projectontwikkelaars, die zich elders in de stad meteen na de Duitse eenwording meldden om zich gretig te ontfermen over zo ongeveer elke vierkante meter die vanwege de afbraak van de Muur vrijkwam.

Onbegonnen werk, zeg je; de kaalslag vanwege de Muur is gewoon te groot. Je loopt naar een plek waar dat heel goed te zien is: de Bernauer Strasse, waar je een paar weken geleden voor het Muur-monument van je fiets kukelde. Aan de overzijde van de straat ligt het documentatiecentrum waar de geschiedenis van de gedeelde stad wordt bewaard. Berlijn heeft al zijn officiële herdenkingsactiviteiten op deze plek samengevoegd.

Weliswaar steekt de toren van het documentatiecentrum schril af bij de appartementenblokken eromheen, maar de bovenste verdieping biedt volmaakt zicht op een door hoge stalen wanden begrensd stuk van de Muur dat, met zijn hekken en zijn keurig aangeharkte zandperken, van het handjevol overgebleven delen waarschijnlijk het meest lijkt op hoe het tussen 1961 en 1990 geweest is.

Je zegt dat je er niet door wordt geraakt, door deze zestig meter Muur. Het oogt misschien perfect – keurig geplamuurd en smetteloos – maar het is niet echt. Hier is alleen maar vastgelegd hoe de wereld zich de Muur over tien, twintig, dertig jaar moet herinneren. Knappe stad, zeg je, die zijn bewoners met zo’n klinisch monument kan voorschrijven hoe ze straks aan hun muur moeten denken. Die muur zit in ieders hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden