Een museum voor al uw persoonlijke vragen Rembrandt is ?anker in ons leven?

Van Amsterdam tot Athene, en van Parijs tot Sint Petersburg. De nationale musea voor oude cultuur in Europa bezinnen zich op hun toekomst in een snel veranderende samenleving....

De kwestie lijkt simpel, maar hij is cruciaal, en dus is het een van de eerste dingen die Sabine Haag deed sinds ze wist dat ze vanaf 1 januari 2009 de nieuwe directeur van het statige Kunsthistorisches Museum in Wenen zou worden. Ze ging op zoek, samen met een groepje medewerkers, naar een nieuw icoon voor het museum.

Zoiets als de Nachtwacht in het Rijksmuseum, of de Mona Lisa in het Louvre. Men moet het direct kunnen herkennen en kunnen plaatsen.

Want het Kunsthistorisches Museum, benadrukt Haag graag en vaak, ‘is een van de vijf belangrijkste universele musea van de wereld, het vlaggeschip van de Oostenrijkse musea’. Het heeft ‘de grootste collectie Brueghels, een van de meeste Rubensen, uitstekende werken van Titiaan en Velasquez; van iedere verzameling is er het beste’. Maar wat zijn nu de vijf werken, waarmee je de wereld kan overtuigen dat dat ook echt zo is?

In Wenen is men er over het algemeen goed in, in het neerzetten van culturele helden. Austrian Airlines begroet je standaard met Johann Strauss in de vliegtuigcabine, en op straat is er jaar in jaar uit een onafgebroken stroom van posters rond Gustav Klimt. Herhaling werkt nu eenmaal goed, bij icoonvorming. Wat ook helpt: als er een nationaal tintje aan kleeft.

En ziedaar een eerste struikelblok: de kunst in het KHM heeft qua kunst niets nationaals, en evenmin toont het werk van rond 1900, de periode die in Wenen het meest populair is bij het publiek. Ook al wordt het Kunsthistorisches Museum door de Oostenrijkse cultuurpolitiek als ‘het belangrijkste museum van het land’ omschreven, het is niet een museum voor nationale kunstgeschiedenis, zoals het Rijksmuseum in Amsterdam dat voor Nederland is. Die functie heeft het Slot Belvedere, dat onder meer werk van Gustav Klimt bezit. Daarnaast wordt in Oostenrijk, net als in Nederland, druk gebrainstormd over een Haus der Geschichte – ‘speciaal voor de immigranten’, zo klinkt het in de stad – waarover in 2009 een beslissing valt.

De oude kunst in Wenen hád echter wel lang een nationale functie. Als er tot voor enkele jaren geleden staatshoofden op bezoek kwamen, zegt Haag, dan werden die ontvangen in het museum of in de nabij gelegen ‘schatkamer’. Toeristenfolders prezen het museum vanzelf aan, op scholen leerde men het belang van de collectie.

De tijden zijn veranderd, zegt Haag. Er zijn meer musea dan ooit in de stad, en het belang van de oude kunst blijkt anno 2008 niet meer vanzelfsprekend: ‘We horen bij de top 5 ter wereld, maar als je naar de meest populaire musea vraagt, dan hoort het KHM niet eens tot de top 10. Wij hebben er te lang niet over nagedacht wat we kunnen doen om die vanzelfsprekendheid te laten terugkeren.’

Dus, wat zou anno 2008 dan de betekenis kunnen zijn van een museum voor oude Europese kunst, in een stad die zelf al overloopt van de cultuurhelden?

Geen West-Europese stad waar de oude traditie zo onvermijdelijk in het actuele cultuurleven opduikt als in Wenen.

Treedt op een late vrijdagmiddag TBA21 binnen, een ruimte voor hedendaagse conceptuele kunst, en zie hoe Francesca von Habsburg, al jaren een vast onderdeel van de Oostenrijkse roddelbladen, net op de grond gaat zitten. Glamoureus met hoed getooid, een Tibetaanse activist naast haar, jong en hip publiek achter haar, luistert ze naar de lezing in haar eigen kunstcentrum.

Of neem de bijeenkomst die kort ervoor een steenworp verderop in het Kunsthistorisches Museum plaatsvond. Op een dinsdagavond heeft zich hier de Vriendenvereniging verzameld. Heren in traditioneel kostuum en dames in bont – Wenen is de enige moderne stad met meer bontwinkels dan H & M-filialen – zijn samengestroomd onder de rijk versierde en vergulde plafonds van de koepelzaal, en luisteren naar het eerste optreden van Sabine Haag.

Hoe tegengesteld ze ook lijken, beide bijeenkomsten hebben een connectie in de geschiedenis. TBA21-curator Francesca Thyssen-Bornemisza is getrouwd met de kleinzoon van de laatste Habsburg-keizer, en daardoor een nationale beroemdheid geworden. Het Kunsthistorische Museum is gebouwd onder een ander Habsburgs familielid, de man die de stad een groot deel van zijn architectonische glans gaf; Franz Joseph I, echtgenoot van ‘Sisi’, en bouwer van dit museum voor de kunstcollectie die zijn voorvaderen bijeen hebben gebracht.

Het Habsburgse verleden is nu eenmaal sterk verbonden met de opkomst van Oostenrijk als zelfverklaarde moderne ‘Kulturnation’. Niet alleen om de activiteiten van de familieleden, en niet alleen omdat veel belangrijke huidige cultuurgebouwen zijn neergezet in de laatste decennia van de Habsburgse macht. Maar zeker ook, zegt Thomas Trenkler, specialist cultuurpolitiek van de krant Der Standard, omdat de stad direct na het einde van het keizerrijk zijn kaarten heel bewust op cultuurtoerisme heeft gezet.

In 1918 was het plotseling voorbij met het grote rijk, zegt Trenkler. Oostenrijk verviel tot een provinciestaatje richting het Oosten van Europa. Om de economie te laten draaien, moest het land toeristenmagneet worden. Wenen moest ‘Kulturstadt’ worden, vertelt Trenkler, en zowel particulieren als de staat begonnen de mogelijkheden te ontdekken van enerzijds het muzikale verleden, van Mozart tot Mahler, en van de kunstverzamelingen en gebouwen van de Habsburgers.

Het museumaanbod is sindsdien gestaag gegroeid, en dat gaat komende jaren nog gewoon door. De laatste paar decennia kwam daar nog de vraag bij, of Oostenrijk zich in plaats van op de traditie niet meer op moderne en hedendaagse kunst moest gaan richten. Dat leidde na een debat van 20 jaar onder andere in 2001 tot de oprichting van het succesvolle MuseumsQuartier in de voormalige keizerlijke stallen. En al klagen jonge generaties in de stad over het gebrek aan artistieke speelruimte, aan de andere kant werd zelfs, zegt Trenkler, een enfant terrible als Wiener Aktionismus-kunstenaar Hermann Nitsch in een onderzoek tot ‘Oostenrijks cultuurgoed’ bestempeld.

En dus staat daar, te midden van deze flinke toename van aanbod, nog steeds dat grote witte Kunsthistorisches Museum. Door de politiek met de mooiste woorden omkleed, onder Haags voorganger Wilfried Seipel uitgegroeid tot partner in een internationale verbintenis met de Guggenheim-musea en de Hermitage in St. Petersburg, maar in Wenen geconfronteerd met een wat teruglopend bezoekersaantal (in 2007 ongeveer 620 duizend) en een atmosfeer alsof de tijd er sinds de 19de eeuw heeft stilgestaan. Of zoals Sabine Haag een paar dagen na haar lezing, in haar werkkamer zegt: ‘Je hoort vaak: het museum heeft een mooie architectuur en een mooie collectie, maar de presentatie is verstoft, ouderwets en bieder, braaf. Die kritiek is terecht.’

[Zie verder pagina K04]

Rembrandt is ‘anker in ons leven’

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
[Vervolg van pagina K03]

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
De museumdeur is groot en zwaar, zoals je het verwacht bij een enorm en statig gebouw als dit. Als je hem openduwt, kom je in een klein halletje, met een loketje voor de kaartjes. Eenmaal de tweede deur door straalt de 19de-eeuwse praal je tegemoet. Zwartmarmeren zuilen en gouden handwerk, witmarmeren trappen, trotse sculpturen overal, precies zoals Franz Joseph aan de overkant van het museumplein een volstrekt identiek gebouw aan de wetenschap wijdde.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Het is de Habsburgse invulling van de typisch laat-19de-eeuwse nationale gedachte, waarin de studie van kunst en natuur de grootsheid van het land moest onderstrepen. Opgeleverd in 1891, toen de monarch nog niet kon bevroeden dat het 27 jaar later voorgoed voorbij zou zijn met zijn rijk en met de eeuwenoude machtsstructuren in Europa.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Aan de overkant van het museumplein zit een tevreden Wolfgang Waldner in zijn werkkamer. Hij kijkt uit op het Kunsthistorisches Museum. Waldner is directeur van het MuseumsQuartier, het cultuurcomplex dat in 2001 voor een noodzakelijke verjonging van de Weense cultuurwereld moest gaan zorgen.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Het MuseumsQuartier is het bejubelde voorbeeld hoe men in Wenen probeert de alomtegenwoordige traditie met vernieuwing te combineren. Jaarlijks komen 3,5 miljoen mensen de deuren van het MQ binnen, begeleid door een effectieve marketingcampagne. Het ruime binnenplein van het MQ biedt onder andere plaats aan het Leopold Museum, dat voornamelijk werk van Egon Schiele toont, het Museum voor Moderne Kunst, een danstheater, een reeks wisselende hedendaagse mediaruimtes, en een succesvol lopende reeks horecagelegenheden, waarin je tot diep in de nacht terecht kan.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Waldners MuseumsQuartier is gestoeld op de theorieën over de creatieve economie, over de commerciële mogelijkheden van cultuur – ‘terwijl’, zegt Waldner met enige trots, ‘de cultuurwereld daar in 2001 nog negatief tegenover stond’. De 3,5 miljoen bezoekers komen voor het merendeel namelijk helemaal niet voor de kunst. Maar het is wel zo, aldus Waldner, dat een dynamische ‘cultuuratmosfeer’ tegenwoordig dé garantie van een ruime groep hoger opgeleide bezoekers biedt. Waldner: ‘Cultuur in brede zin doet wat vroeger de marktplaats deed; het brengt mensen bij elkaar’. Ze geven er graag geld uit in winkeltjes en restaurants, en bezoeken in zo’n omgeving makkelijker de eromheen liggende musea.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
De komst van het MQ heeft er ondertussen voor gezorgd dat in Wenen een unieke situatie voor beeldende kunst is ontstaan. Binnen een paar honderd meter loop je via de oude Egyptische kunst en Oude Meesters in het KHM er naar de klassiek modernen, modernen, en hedendaagse multimedia in het MQ.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Maar terwijl de betrokken partijen deze ‘spanning tussen traditie en vernieuwing’ in de Weense Hofburg roemen, blijkt er van inhoudelijke samenwerking tussen de twee werelden nog geen sprake. Desgevraagd wil Waldner wel zijn visie geven op de toekomst van de oude kunstmusea. Alles kan verkocht worden, ook de oude kunst. Want, stelt Waldner gerust, ‘als een museum niet goed loopt, heeft dat niets met de cultuur zelf te maken, maar altijd met de presentatie. Als men meer mensen wil, moet men beter het programma te verkopen. Dat is een natuurwet.’

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
KHM-directeur Sabine Haag is de eerste om dit te beamen. De nieuwe tijd moet binnentreden. Maar niet te radicaal. Een MQ-achtige aanpak voor oude kunst zal er niet komen, en ook een omwenteling van de oude kunsthistorische opstelling is niet te verwachten. Haar plannen: de toegankelijkheid, de infrastructuur en de informatievoorziening moeten beter. En ze hoopt dat er eindelijk meer inhoudelijke samenwerking met de omliggende musea zal ontstaan.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Haar museum moet ‘een oord van onderricht, ontspanning én vermaak’ worden, waarin gewoon goed duidelijk wordt gemaakt hoe bijzonder de werken in haar ‘huis’ zijn. Want als Haag ergens oprecht van overtuigd blijkt, is het dat de Oude Meesters anno 2008 niets van hun zin verloren hebben. Sterker: voor Haag zijn Titiaan, Rubens of Rembrandt niets minder dan ‘ankers in ons leven’. De Oude Meesters tonen volgens haar in één schilderij een ‘bandbreedte aan vragen’ – ‘want goede kunst draagt meerdere vragen in zich’ –, waardoor ze de zekerheid heeft ‘dat ze altijd actueel blijven’.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
‘Tegenwoordig’, zegt Haag, ‘denken veel mensen dat alleen die kunst actueel kan zijn die over het nu gaat, of die nu gemaakt wordt. Dat is een misverstand.’ Een vergeten functie van de Oude Meesters is volgens haar juist de persoonlijke relatie die je ermee kan opbouwen.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Haag neemt het voorbeeld van een vrouwelijke bezoeker, die de vele verschillende vrouwenfiguren ziet die door de eeuwen heen zijn geschilderd. ‘Iedere vrouw kent de altijd weer benauwende vraag: hoe pas ik in het schoonheidsideaal, waar heb ik mijn sterke en zwakke kanten? We hebben schilderijen die jonge vrouwen, maar grijze oude vrouwen weergeven, met verwelkte huid en met hangende borsten. Als je het ideale lichaam bij bijvoorbeeld Titiaan ziet, met haar ranke postuur, en dat vergelijkt met het ideaal 100 jaar later bij Rubens, dan zie je hoe het vrouwelijke schoonheidsideaal zich over de eeuwen heen is veranderd.’

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Naast die persoonlijke ‘vragen’ – ‘ja, ik geloof echt dat je van kunst een gelukkiger en rustiger mens wordt’ – kan een schilderij dan nog bredere thema’s aanroeren. Sociale geschiedenis op de volkstaferelen van Brueghel bijvoorbeeld. Of informatie over de Europese cultuurgeschiedenis, een aspect dat voor de grote cultuurtempels steeds belangrijker blijkt te worden in een tijd dat veel bezoekers niet meer vanzelf weten wat ze zien: ‘De Japanner die door de zalen loopt, en zich afvraagt waarom er zo veel mannen aan spijkers hangen. Of het Turkse kind dat zich vraagt wie die vrouw met dat kind is. Het is legitiem om door de blik van de anderen jezelf te bekijken. Maar ik moet eerlijk zeggen dat wij over dit proces van globalisering nu pas gaan na denken, we moeten er nog helemaal mee beginnen.’

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
De eerste stap voor Haag is dan ook, geheel volgens de opdracht die ze van de cultuurminister heeft meegekregen, de autochtone Oostenrijker bereiken. Waarin ze overigens niets minder dan een taak te vervullen ziet. ‘Onze collectie is een over eeuwen ontstane verzameling, van de keizerlijke familie. Het is daarom onderdeel van onze eigen persoonlijke geschiedenis. Maar de omgang met de Habsburgse geschiedenis is in de Republiek nog steeds moeilijk. Hij kan nog niet unverkrampft plaatsvinden. De kunst in dit museum kan een brug vormen. Een brug tussen de monarchie en de republiek anno 2008.’

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
De oude kunst als ‘anker’ voor het persoonlijk leven en een ‘brug’ in de samenleving. Om nog maar te zwijgen van de ‘ijsbreker’ die het volgens Haag kan zijn in diplomatieke contacten met andere culturen, in de vorm van tentoonstellingen in bijvoorbeeld het Midden-Oosten. Wat Haag betreft – ‘ja, ik ben idealistisch’ – zijn de doelen hooggestemd. Nu alleen het geld nog. Want de politiek heeft mooie woorden voor het museum, zegt Haag, maar wil eerst dat het meer klantgericht wordt, voordat het met voldoende subsidie over de brug komt.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
En dus is de nieuwe directeur, geïnspireerd door de buren, met de zoektocht naar nieuwe gezichtsbepalende kunstwerken begonnen. De iconen, die de komende jaren tussen het gegroeide museumaanbod het imago van het KHM op posters moeten gaan uitdragen. Over de keuze is Haag nog niet uit. Van haar strategieteam had iedereen een andere top 5.

Rembrandt is ‘anker in ons leven’
Zelf kiest ze voor de Saliera, het gouden barokke zoutvaatje van Benvenuto Cellini. De Saliera verdween in 2003 door een sensationele roof, de grootste kunstroof in Oostenrijk, en dook in een kist in een bos in 2006 weer op. Niet alleen een meesterwerk van handvaardigheid, maar daarmee ook een KHM-werk dat dankzij de ruime media-aandacht een nationale beroemdheid is geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden