Een museale versie van de Corsicaanse onderwereld

ARIEJAN KORTEWEG

Over een maand zal de aandacht van de hele wereld op Corsica zijn gericht. Drie dagen trekt de tourkaravaan dan over het eiland. Dat belooft wat: de Tour de France deed niet eerder Corsica aan, en beleeft bovendien zijn honderdste editie.

Het zal wennen zijn voor de Corsicanen om zo in de belangstelling te staan. Het eiland gaat gewoonlijk z'n eigen gang. Van mei tot oktober ontvangt het enorme stromen toeristen, die ervoor zorgen dat alle kronkelwegen van het île de beauté verstopt raken. De rest van het jaar wordt gebruikt om daarvan bij te komen.

Als de Tour komt, zal Corsica zich ongetwijfeld van zijn beste kant laten zien; het kleine gemeentehuis van Porto Vecchio, waar de Tour start, is nu al met vlaggen versierd. Aan niets zal te merken zijn dat het paradijselijke eiland in de Middellandse Zee de meest moordzuchtige regio van Europa is.

Want nergens worden zo veel criminele afrekeningen gepleegd als op Corsica. Doorgaans worden die aanslagen toegeschreven aan een vaag onafhankelijkheidsstreven. Het moorden gebeurt vooral onderling. Van hoog tot laag, iedereen kan slachtoffer zijn. De afgelopen maanden werden twee bekende advocaten van het eiland doodgeschoten, hetzelfde lot trof de voorzitter van de Kamer van Koophandel van Ajaccio. Vorige week werd de directeur van het natuurreservaat dat de helft van het eiland omvat in zijn auto vermoord; in het dashboardkastje werd een geladen revolver gevonden. 'Corsicanen vinden elkaar in de rouw', kopte de Corse-Matin bij een grote foto van de begrafenis.

Van dat alles merkt de toerist doorgaans weinig. Boven- en onderwereld zijn keurig van elkaar gescheiden. Dat er spanning hangt, is hoogstens af te lezen aan de graffiti op de muren die de vrijheid eist van Yvan Colonna, veroordeeld wegens de moord op prefect Érignac.

Toch is er een plek waar iets van de onderwereld door het mooie toeristenplaatje lijkt heen te schemeren. Dat is in Sartène, een stadje in het uiterste zuiden van het eiland dat met zijn hoge huizen als een roversnest uittorent boven de Middellandse Zee. Vier jaar geleden werd in Sartène het museum voor de prehistorie gerenoveerd. Een verstandig idee: geen mens weet dat Corsica vol staat met menhirs en dolmen en andere resten uit de oertijd. Bovendien, Sartène kon als dagbestemming wel een impuls gebruiken.

Alleen al de klim erheen vanuit het centrum is bijzonder. Het pad leidt soms over het erf van bewoners, twee wegwijzers naast elkaar wijzen allebei een andere kant op. De beoogde toegangsweg is afgesloten met een hek en overgroeid met onkruid. Binnen gaat de chaos door. De dames achter de balie van het museum kauwen traag een sandwich weg. Onder trappen en in verloren hoeken zijn restanten van eerdere exposities geparkeerd, in de laatste zaal staan schots en scheef panelen over iets met Napoleon. Een verfomfaaid skelet dat waarschijnlijk een kunstwerk is vergroot de verwarring. Het gebouw zelf wekt de indruk dat het in de vier jaar van zijn bestaan zwaar geleefd heeft. De naden kieren, het staal begint te roesten, de ramen zijn smerig.

Door de oogharen krijg je een vermoeden van wat met dit museum aan de hand kan zijn: een speelbal van lokale politici, het resultaat van vriendjespolitiek en tegengestelde belangen. Iedereen deed er zijn voordeel mee en toen de buit binnen was, werd het museum aan z'n lot overgelaten. De toestand waarin het museum verkeert zegt zodoende meer over het Corsica van nu dan over de prehistorie.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden