Een multiculturele Britse koorzang

TOEN Caryl Phillips enkele jaren geleden een tijdje writer in residence was aan een universiteit in Singapore, legde het hoofd van het instituut waaraan hij verbonden was, hem een lijstje voor met mogelijke onderwerpen voor lezingen....

Over de vraag of hij de lezing, al dan niet tegen heug en meug, ooit heeft gehouden, zwijgen de bronnen. Maar vaststaat dat Phillips, eenmaal terug in Groot-Brittannië, besloot een bloemlezing samen te stellen die zijn opvatting over de aloude rol van 'buitenstaanders' in de Engelse letteren moest bevestigen. Zo ontstond Extravagant Strangers - A Literature of Belonging, waarin Phillips werk van 39 auteurs bijeenbrengt, gepubliceerd in een periode van, inderdaad, meer dan tweehonderd jaar. 'De Britse maatschappij is altijd een smeltkroes geweest van uiteenlopende culturele invloeden, en haar heterogene karakter is diep verankerd', stelt hij in zijn inleiding.

Het lijkt erop dat Phillips met Extravagant Strangers een - wat late - bijdrage wil leveren aan de discussie die in 1992 en 1993 in de Britse pers werd gevoerd, en in wat mindere mate ook in onder andere de Amerikaanse en de Nederlandse. Het succes van schrijvers als Salman Rushdie, Ben Okri, Timothy Mo, Kazuo Ishiguro, Hanif Kureishi en andere 'writers-with-funny-names' was gaan opvallen, en toen Salman Rushdie zich een keer de ongetwijfeld lichtelijk ironisch bedoelde uitspraak 'the empire strikes back' liet ontvallen, werden deze woorden enthousiast omarmd als een treffende omschrijving van een nieuwe literaire stroming of zelfs school.

De terugslaande schrijvers, luidde de redenering, waren afkomstig uit voormalige Britse kolonies, en anders dan hun collega's uit het in versukkeling geraakte Engeland, hadden zij iets te melden. De werkelijk interessante ontwikkelingen in de Engelse literatuur waren te danken aan schrijvers die niet in Groot-Brittannië waren geboren.

Afgezien van het gemak waarmee deze redenering de oeuvres van, pakweg, Martin Amis, James Kelman, Jeanette Winterson, Ian McEwan en Julian Barnes bij het grootvuil zette, suggereerde hij ook een samenhang tussen 'empire-schrijvers' die simpelweg niet bestond. Zo was het opvallend dat in bijna alle artikelen over dit fenomeen Kazuo Ishiguro werd genoemd. Maar wat had deze in Japan geboren auteur met het Britse Empire te maken? Waarschijnlijk waren zijn exotische naam en oosterse huidskleur voldoende om hem tot het gezelschap te rekenen.

Omgekeerd ontbraken er allerlei andere schrijvers die wel in de toenmalige kolonies waren geboren en opgegroeid, en zich daardoor literair hadden laten inspireren. Doris Lessing (Perzië/Zuid-Rhodesië), J.G. Ballard (Shanghai, vóór WO II de facto een westerse kolonie) en William Boyd (Ghana/Nigeria) bijvoorbeeld. Waarom zij niet genoemd werden in de Empire-discussie? Naam te westers, huid te blank, hoogstwaarschijnlijk.

Het meest opmerkelijke aan de hele Empire-theorie was echter de complete negering van alles wat Iers was. Zeker, de Ieren werden een halve eeuw eerder onafhankelijk dat hun lotgenoten in Afrika en Azië, maar tot de dag van vandaag zijn de verwerking van de Britse overheersing en de gevolgen daarvan (alleen de Noord-Ierse kwestie al) belangrijke thema's in de Ierse literatuur. Bovendien geldt de Ierse literatuur sinds jaar en dag als opmerkelijk vitaal en vruchtbaar. Als één categorie 'buitenstaanders' de Engels(talig)e literatuur van vandaag, gisteren en eergisteren heeft verrijkt, dan zijn het wel de Ieren.

Probleem van de Empire-theorie was dat deze de literaire consequenties van het toegenomen reizen, migratie, de invloeden van de media, kortom: het steeds multicultureler worden van steeds meer samenlevingen, louter in Brits-politieke termen wilde verklaren. Wat allemaal niet wegneemt dat bij de opkomst van Engels schrijvende auteurs met een Afrikaanse of Aziatische achtergrond, de dekolonisatie en het verdwijnen van Groot-Brittannië als intimiderende politieke en culturele graadmeter, stimulerend kan hebben gewerkt bij het ontwikkelen van een nieuw bewustzijn.

Wat de Empire-discussie in elk geval duidelijk maakte was dat de Engelse literatuur vandaag de dag multicultureler is dan ooit. Met die constatering blijkt Phillips het dus niet eens en om die reden stelde hij Extravagant Strangers samen. Ironisch genoeg spreekt zijn eigen keuze hem tegen. De bloemlezing bevat inderdaad bijdragen, geschreven over een periode van meer dan tweehonderd jaar, maar een overtuigende illustratie van ruim twee eeuwen multiculturele Engelse letteren vormt hij niet.

Phillips heeft drie fragmenten uit de achttiende eeuw opgenomen, alle afkomstig van Afrikaanse slaven, en stuk voor stuk meer vanuit historisch en sociologisch dan literair oogpunt interessant. Daarnaast zijn er drie negentiende-eeuwse fragmenten (Thackeray, Kipling en Conrad), en een handvol uit de twintigste eeuw vóór de Tweede Wereldoorlog. Liefst 29 van de 39 bijdragen zijn na de oorlog geschreven, 23 ervan in de jaren tachtig en negentig. Phillips' bloemlezing toont aan wat we allemaal allang wisten: zoals de literaturen van vrijwel alle culturen, hebben de Engelse letteren altijd invloeden van buitenaf ondergaan, maar de laatste decennia zijn die invloeden ingrijpender en verstrekkender dan ooit.

Het feit dat zijn inleiding en de bloemlezing die erop volgt, niet echt bij elkaar aansluiten, doet gelukkig weinig af aan de aantrekkelijkheid van deze bundel. Phillips heeft zoveel mogelijk gezocht naar fragmenten waarin de auteurs in kwestie zichzelf (in de wijdste zin van het woord) proberen te definiëren in relatie tot Groot-Brittannië, casu quo greep proberen te krijgen op hun ideeën en gevoelens na hun confrontatie met dat land.

Dat leidt tot zeer afwisselende stukken. Of in Thackeray's spottende vertoog over het belang van het Engelse avondeten zijn Indiase jeugd doorklinkt is een tweede, maar een aardige proeve van zijn satirische pen biedt het wel. Orwell's lovende woorden over Engeland, op weg ernaartoe, tegenover twee Roemeense reisgenoten, en zijn daarop volgende ervaringen als 'down and out' in Londen, zijn weinig minder dan meeslepend en bovendien een spottende vorm van maatschappijkritiek.

Het fragment uit V.S. Naipaul's The Enigma of Arrival, waarin deze zijn eerste kennismaking met Londen beschrijft, is indrukwekkend en behoort tot de hoogtepunten van deze bloemlezing. Dat geldt minder voor het venijnige stuk dat diens jongere, in 1985 overleden broer Shiva schreef over hetzelfde onderwerp, maar een staaltje van vlijmscherp schrijven is dit wel.

En verder? Mooi stuk over de bootreis Caïro-Londen van Penelope Lively, bemoedigend cynisme van J.G. Ballard, rauw-aanstekelijke, ritmische poëzie van Linton Kwesi Johnson ('w'en mi jus' come to Landan toun/ mi use to work pan di andahgroun'), ijzig en beklijvend verslag van de grote eenzaamheid van immigranten van Abdulrazak Gurnah, veel te korte herinnering van William Boyd aan zijn vakanties naar 'huis' (Schotland) en de vliegreizen ernaartoe vanuit Ghana, en een huiveringwekkend fraai fragment uit The Remains of the Day van Kazuo Ishiguro over Englishness en het butlerdom.

Het bindende element in Extravagant Strangers is dat van pijn. De betrekkingen tussen Groot-Brittannië en de 'buitenstaanders' die zich er (weer) vestigden, zijn bijna nooit zonder haken en ogen geweest. Gefnuikte verwachtingen en discriminatie dienen zich op allerlei niveaus en in allerlei vormen aan in dit boek. Jammer van die mislukte politieke bedoelingen. Maar als koorzang van literair multiculturalisme verdient het een open doekje.

Hans Bouman

Caryl Phillips (editor): Extravagant Strangers - A Literature of Belonging.

Vintage, import Nilsson & Lamm; 315 pagina's; * 32,75.

ISBN 0 679 78154 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden