Een muis, geen rat op de trap

Op het omslag van Mouse or Rat?, een verzameling essays van Umberto Eco over vertalen, staat een detail van De heilige Hinymus en de engel, een schilderij van de 17de eeuwse Fransman Simon Vouet....

Hinymus vertaalde in de 4de eeuw de hele bijbel in het Latijn, uit het Hebreeuws en uit het Grieks. Zijn vertaling werd de offici bijbel van de katholieke kerk, waardoor de 'werkelijke bijbel' eeuwen verborgen is gebleven. Hinymus' vertaling van het Oude Testament is immers een gekerstende: in de taal is de boodschap al in vervulling gegaan. Hij is toch de patroon van de vertalers geworden.

Het zou boeiend zijn geweest als Eco met zijn grote eruditie ook de Vulgaat, zoals Hinymus' vertaling heet, in een van zijn essays had betrokken. Hij had het begrip 'vertaling' weer op een andere manier scherp kunnen stellen. Luther krijgt wel enige passages in het belangrijke hoofdstuk 'Source vs Target?': vertalen wij terug naar de wereld van het origineel of vertalen wij gericht op een publiek of een ander doel? Het gaat niet om Luthers bijbelvertaling, maar om zijn vertalingen van Latijnse bijbelteksten in zijn zendbrieven. Alles blijkt naar de lezer toe vertaald; de tekst is 'genaturaliseerd'.

De wetenschapper Eco, die weinig zielzorgelijk is, wijst dergelijke vertalingen streng af. Een mooi voorbeeld van terugvertalen naar de bron, met een archahe taal met middeleeuwse trekken als resultaat, is de vertaling van Chaucers The Canterbury Tales van A.J. Barnouw, waaruit ik vorige week iets citeerde. Dat archarende wijst Eco trouwens ook af. Hij kiest tussen alle uitersten die bij een vertaling mogelijk zijn, altijd het midden, waar vertalen vanzelf balanceren wordt.

De essays zijn oorspronkelijk als lezing in Engeland gehouden: ze zijn ook direct in het Engels geschreven. Al heeft Eco de lezingen bewerkt, ze blijven hun oorsprong verraden. En dat is de zeer grage spreker die Eco is. De spelende spreker ook. Het geluk om zijn eigen formuleringen, zijn eigen kennis niet minder, is op vele plaatsen uit de tekst te lezen. Bij alle ijdelheid is hij overigens nooit vervelend. Het plezier en het spel (hoezeer zijn zijn romans geen spel, ook met de literatuur?) verhinderen wel iets essentieels: systematiek. Het is niet gemakkelijk in de reeks essays een ordening te vinden. De spreker of essayist wordt voortdurend door zichzelf verleid en dus weggeleid.

De grote lijn laat zich uit de titel van het boek afleiden. Het tweede hoofdstuk begint hij met onderzoek naar woorden voor muis en rat in enkele Europese talen. Het Italiaans heeft voor beide dieren maar woord, het Frans twee. De consequenties volgen met een schitterend voorbeeld: in de Italiaanse vertaling van La Peste van Camus vindt in het eerste hoofdstuk Doctor Rieux niet een rat, maar een muis op de trap! Andere voorbeelden van mogelijke misverstanden volgen. De betekenisvelden van woorden verschillen per taal. En dat maakt vertalen moeilijk. De vertaler van Camus schiet ook als interpretator - en dat is de vertaler ook - tekort. Het woord voor 'rat' dat hij gebruikt heeft niets alarmerends. Met die betekenisvelden speelt Eco in veel passages van het boek zijn spel.

In het vergelijken van vertaling en oorspronkelijke tekst is Eco een meester. Zijn belezenheid is groot, zijn voorbeelden zijn zonder meer uitstekend, de spelletjes die hij met een vertaalmachine speelt onderhoudend en geestig, al kent hij de machine een grotere waarde toe dan verantwoord is. Hij lijkt mij hier door het spel verleid.

Waarom zijn die vergelijkingen vaak boeiend? Omdat Eco zich daarbij een uitstekende lezer toont, een kenner van talen, maar niet minder van de culturele context die elke tekst meebrengt. Een heel mooie beschouwing over een sonnet van Dante en enkele vertalingen ervan reken ik tot de hoogtepunten van zijn dubbele, soms drievoudige lezen. Men moet zijn boek lezen als een verzameling lees- en interpretatieoefeningen. Dan geeft het veel plezier, meer dan de erin aanwezige semiotische geleerdheid en ludiekheid van professor Eco, die overigens nooit tussen de academie en het vrije schrijven kan kiezen. In welke geleerde bibliotheek hij ook in hoge ernst zit - het spel, en dat is ook het literaire spel, komt al snel uit de kast.

Helaas, het allergrootste deel van het materiaal uit het boek komt uit het werk van Eco zelf. Dat is in vele talen vertaald; hij leest zijn vertalers, met sympathie overigens, op de millimeter nauwkeurig. Voortdurend kan hij kleine onjuistheden verklaren vanuit het verschillende karakter van het Italiaans en bijvoorbeeld het Engels, vanuit gebrekkig inzicht bij de vertaler in de culturele of andere context, van verkeerde of veronachtzaamde interpretatie. Natuurlijk ontgingen de vertalers van Eco de vele toespelingen in het werk, van de intertekstualiteit het gevolg. Hij helpt zijn vertalers: 'Ik zend gewoonlijk bladzijden en bladzijden noten over mijn vele onontdekbare citaten en suggereer hun de middelen waarmee deze citaten bevattelijk gemaakt kunnen worden in hun eigen taal.' Zelf heeft Eco ook enkele teksten vertaald, waaronder Sylvie van Grd de Nerval. Daarmee krijgen ook zijn eigen moeilijkheden als vertaler een (te) ruime plaats.

Het is geen vondst vast te stellen dat Eco zich bij al zijn geleerdheid toch vooral met zichzelf bezighoudt. Hij raakt over eigen werk niet uitgeschreven. Hier moet ik zeggen: uitgepraat, want de wortel van de ondeugd van deze vorm van narcisme ligt in de lezingen, die grondslag zijn van de essays. Als Eco een lezing houdt (ik heb er maal een gehoord, een opgeblazen eerstejaarscollege van deze Pavarotti van de literatuur, zoals een collega hem noemde) is hij de beroemde schrijver. Men komt niet naar hem (men leest hem ook niet) om zijn academische bekwaamheden of roem, maar om zijn glorie als schrijver. En hij stelt de toehoorders niet teleur. Bijna alles wordt geschreven en gesproken in de naam van de roos.

Maar een meester van de tekstbeschouwing is en blijft hij. Boeiend zijn bijvoorbeeld passages over de vertaling van Finnegans Wake van Joyce, over een paar terzinen uit de Divina Commedia, over Visconti's verfilming van Der Tod in Venedig van Thomas Mann (hij vindt die verfilming verschrikkelijk slecht, maar ik vraag mij af of hij geen onvergelijkbare zaken vergelijkt). Wat zou Eco een groot schrijver over literatuur kunnen zijn als hij niet altijd applaudiserend voor zichzelf ging staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden