Een moordvrij weekeinde haalt de voorpagina

Ciudad Juarez komt op adem. In de frontstad van de Mexicaanse drugsoorlog vallen niet langer tien doden per dag - het zijn er 'nog maar' vier. Is de politie eindelijk succesvol, of heeft één drugskartel de strijd gewonnen? 'Er heerst de rust van een kerkhof.'

Ze noemden hem ook wel 'fotograaf van de dood'. Lucio Soria werkt voor El Diario, de grootste krant van de Mexicaanse grensstad Ciudad Juarez, en schat dat hij de afgelopen vijf jaar wel 2.500 moorden in beeld heeft gebracht. 'Soms wel twintig op één dag.' Dat was in 2009 en 2010, toen het moorden in de drugsoorlog er op een hoogtepunt was.


Ik ging in die dagen weleens een dagje met hem mee. Dan scheurden we samen. Soria met zijn knieën aan het stuur en met drie telefoons tegelijk in de weer, ik met mijn hand aan de schakelpook. Van crime scene naar crime scene. De truc was om aanwezig te zijn voor de autoriteiten kwamen. Dan was de plaats delict nog vers en niet met gele tape afgezet, zodat de slachtoffers slechts op afstand met een telelens te fotograferen waren. Soria was een meester in die kunst.


'Tranquilo, hombre', zegt Soria, als ik hem nu weer bezoek op de burelen van El Diario. Het is rustig in de stad - betrekkelijk rustig. Natuurlijk is hij blij dat zijn stad veiliger wordt. Maar er klinkt ook teleurstelling in zijn stem. De wilde jaren zijn voorbij.


Ciudad Juarez is het Ground Zero van de Mexicaanse drugsoorlog. De vier grensovergangen met zusterstad El Paso in de staat Texas maken dat Juarez uitermate strategisch is gelegen. Zo was dat vroeger tijdens de Mexicaanse Revolutie, zo is het nu nog steeds. Wie hier de plaza controleert, heeft toegang tot de hele Amerikaanse markt.


President Felipe Calderon verklaarde eind 2006 de drugskartels de oorlog en zette meer dan 40 duizend manschappen in, zowel van het leger als de federale politie. Sindsdien zijn er naar schatting 50 duizend doden gevallen bij de drugsoorlog in Mexico. De kartels zijn in een dubbele strijd verwikkeld: tegen de autoriteiten en tegen elkaar. De laatste van die twee is het bloedigst.


De orgie van geweld barstte in Juarez los toen het machtige Sinaloa-kartel in 2008 de thuisbasis van het verzwakte Juarez-kartel infiltreerde en er de macht probeerde over te nemen. Het jaar 2010 telde volgens de autoriteiten 3.111 doden, volgens anderen zelfs 3.600. Een gemiddelde van negen of tien moorden per dag. Het was niet alleen het bloedigste jaar in de geschiedenis van Juarez, de Mexicaanse stad had ook een wereldrecord en versloeg beruchte steden als Bagdad in Irak, Carácas in Venezuela en San Pedro Sula in Honduras.


Maar in 2011 begonnen de cijfers ineens terug te lopen. Er vielen vorig jaar slechts 2.000 'opzettelijke' doden, zoals moorden hier officieel genoemd worden. De trend zette zich in de eerste maanden van 2012 door: momenteel vallen er gemiddeld nog maar vier doden per dag in Juarez.


De autoriteiten kloppen zich op de borst en prijzen de aanpak van de nieuwe politiecommissaris Julián Leyzaola, die met een keihard optreden de criminaliteitscijfers drastisch omlaag zou hebben gebracht. Anderen zeggen dat nu de kruitdampen zijn opgetrokken het Sinaloa-kartel als overwinnaar uit de strijd is gekomen. Cynici zeggen dat er gewoon niets meer te moorden valt. 'Er heerst de rust van een kerkhof', zegt Peter Hinde, een Amerikaanse missionaris die al twintig jaar in Juarez werkt.


Van de 1.4 miljoen inwoners van Juarez zijn er de laatste jaren 300 duizend gevlucht. Complete wijken zijn tot spookbuurten verworden, waar nu nog enkel straathonden en zwerfkatten foerageren. Wie een visum kon bemachtigen, vertrok net over de grens naar El Paso. De minder fortuinlijke migranten keerden terug naar Chiapas of Oaxaca, de verarmde staten in het zuiden van Mexico. Tien jaar eerder waren ze met hoge verwachtingen naar het noorden getrokken voor werk in de vele assemblagefabrieken, de maquiladores. Maar van de bedrijven heeft 40 procent de deuren gesloten om in El Paso opnieuw te beginnen. Ze waren moe van de afpersingen.


Van het bruisende Juarez, waar eens hordes Amerikanen en toeristen heen trokken om de bloemetjes buiten te zetten, is inderdaad niets over. Twee op drie cafés zijn gesloten, zegt Roberto Lopez, de eigenaar van La Cucaracha.


Zijn bar ligt op letterlijk tien passen van de brug over de Rio Grande, die Mexico hier van de Verenigde Staten scheidt. Lopez ziet al jarenlang nauwelijks meer klanten. Op de drie avonden in het weekend dat ik langskom, is de bar uitgestorven. Soms komen journalisten van de El Paso Times snel een biertje drinken, maar daarmee houdt het op. Vroeger zag de Avenida Juarez in het weekend zwart van de bezoekers, nu beweegt een enkeling zich schichtig over de verlaten straten om een van de laatst opengebleven ranzige cafeetjes binnen te schieten.


'We hadden slechts zestig moorden in februari', zegt Karin Villareal, de gemeentewoordvoerder op het stadhuis van Juarez. 'Nog steeds een hoop op een stad van een miljoen inwoners, maar we gaan de goede kant op.' Het is volgens Villareal de verdienste van de nieuwe commissaris van politie, Julián Leyzaola, die een jaar geleden is aangetrokken als troubleshooter.


Kolonel Leyzaola, een voormalig legerofficier, verdiende zijn sporen in Tijuana, ook een ruige Mexicaanse grensstad. Hij wist die te pacificeren onder het motto: 'Je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken.'.


Zijn opdracht was niet eenvoudig. De politie- en justitieapparaten zijn in Mexico niet alleen overbelast, maar ook notoir corrupt. Niet zozeer omdat de agenten een slechte inborst hebben, maar vooral omdat ze vaak niet anders kunnen. Al was het maar omdat hun klasgenoten van vroeger nu lokale criminelen zijn. De keuze is eenvoudig: meewerken voor een extraatje of de kogel. Plata o plomo, zilver of lood, luidt het gevleugelde gezegde.


Hoeveel misdaden er werkelijk plaatsvinden, weet niemand, omdat de meeste mensen niet de moeite doen om ze aan te geven. Van de moorden wordt 98 procent nooit opgelost, zodat er de facto wetteloosheid heerst. Momenteel staan tien federale agenten in Juarez terecht voor afpersing, diefstal, ontvoering, drugssmokkel en drugsbezit. De kroongetuige, zakenman Eligio Ibarra, werd deze maand vlak voor het begin van het proces in zijn huis vermoord. Niemand in Mexico kijkt daar nog van op.


Om het tij te keren, zette president Calderon het leger in. Soldaten zouden minder corruptiegevoelig zijn. Maar Human Rights Watch publiceerde in 2010 een uitgebreid rapport over martelingen en verdwijningen die waren begaan door het leger. Van de inwoners van Juarez zei 87 procent enkel vertrouwen te hebben in de soldaten.


Onder commissaris Leyzaola onderging het politieapparaat een grootscheepse zuivering, waarbij meer dan 300 van de 2.300 gemeenteagenten werden ontslagen wegens incompetentie en corruptie. Hij voerde een aanpak in die is geïnspireerd op de Amerikaanse super cop Bill Bratton. Met zijn beleid van zero tolerance en stop and frisk (staande houden en fouilleren) wist die in de jaren negentig New York schoon te vegen.


Ciudad Juarez is tegenwoordig in kleine sectoren opgedeeld, waar agenten intensief patrouilleren. Ze plukken de cholos van de straat en zetten hen vast - het is de Mexicaanse term voor straatboefjes, in feite iedereen die er met zijn bandana, tatoeages en laaghangende spijkerbroek bedreigend uitziet. Ook nam Leyzaola CompStat over, een computerprogramma dat nauwkeurig in kaart brengt waar doorgaans welke misdaden worden gepleegd. De politie kan daar dan op anticiperen.


Het veiligheidsgevoel onder burgers is gestegen, maar Leyzaola zit tussen twee vuren. In januari ontving hij bedreigingen van het Juarez-drugskartel, dat hem ervan beschuldigde het Sinaloa-kartel voor te trekken. Elke dag zou er een agent worden vermoord, tot hij zou vertrekken. Leyzaola bleef, maar bracht zijn politiekorps uit veiligheidsoverwegingen onder in beveiligde hotels. Van de meeste agenten is het bekend waar ze wonen, zodat ze thuis een te makkelijk doelwit zijn.


Tegelijkertijd wordt Leyzaola door links beschuldigd van illegale arrestaties en mensenrechtenschendingen, zoals het martelen van politieagenten die verdacht werden van corruptie en/of medeplichtigheid aan moord. Gevangenen getuigden hoe ze de commissaris persoonlijk met een houten balk andere gevangenen zagen aftuigen. Leyzaola praat nauwelijks met de pers, maar in eerdere interviews wijst hij de beschuldigingen van de hand als een lastercampagne van vijanden.


'Of ze er nu twintig of zes afknallen per dag, het is hier nog steeds crazy', schampert Fletcher, een oude verweerde Amerikaan met een cowboyhoed die aan de bar van Yanquis hangt, een van de laatste overgebleven kroegjes op de Avenida Juarez. Daar drinkt hij bier en papt aan met dikke, verlepte hoertjes. Fletcher heeft een armzalig pensioen waarvan hij in de VS niet zou kunnen rondkomen. Hier, net over de brug, kan hij er riant van leven. Hij is een van de vele Amerikaanse junkies en daklozen die als economische vluchtelingen in Juarez zijn neergestreken.


Yanquis haalde de krantenkoppen toen een jaar geleden een comando armada, een groep gewapende mannen, de bar binnenstormde en acht man executeerde. Een afrekening in het criminele milieu. Fletcher heeft al zes man voor zijn ogen vermoord zien worden. 'Je went eraan', zegt hij. In de autoriteiten heeft hij geen enkel vertrouwen. In Mexicanen überhaupt niet. 'Ze worden als baby's al opgevoed om te liegen en te stelen', zegt hij. 'Als er een Mexicaan bij je op bezoek komt, zal hij altijd iets stelen. Al is het maar een asbak of een theelepeltje.'


Om het geweld in Juarez te verklaren, zijn er theorieën bij de vleet, zegt hoogleraar Howard Campbell. De Amerikaanse antropoloog van de universiteit van El Paso bestudeert de stad al jaren en schreef er Drug War Zone (2009) over. De links georiënteerde (samenzwerings)theorieën zijn het populairst.


'Eén kamp ziet het geweld als een logisch voortvloeisel van het NAFTA-vrijhandelsverdrag, dat in 1994 is gesloten. Het zou een legioen van onderbetaalde, werkloze jongeren hebben geschapen, die nu een carrière in de drugshandel zoeken. Anderen zien het geweld als een grootscheepse sociale zuivering van ongewenste, asociale elementen. Sommigen beweren dat de interventie van het leger en de federales een poging tot installatie van een militaire dictatuur is, om het onafhankelijke en rebelse Noorden onder controle te brengen.'


Campbell ziet geen eenduidige verklaring. 'Voor al deze theorieën valt wel iets te zeggen. De waarheid ligt ergens in het midden, voor zover die te achterhalen valt. De drugsoorlog speelt zich af in een ontoegankelijke schemerzone.'


Ook voor de afname van het geweld in de laatste jaren gelooft Campbell niet in één verklaring. 'Het valt enerzijds niet te bewijzen dat de autoriteiten op de hand zijn van het Sinaloa-kartel. Maar het is anderzijds wel opvallend dat er de laatste jaren alleen kopstukken van het Juarez-kartel zijn opgepakt.'


Wie de Mexicaanse autoriteiten van partijdigheid verdenkt, vond in maart bewijs in Newsweek. Medewerkers van het Sinaloa-kartel werken volgens het Amerikaanse blad als informanten voor de DEA, het Amerikaans Drugs Enforcement Agency. Ze zouden uitsluitend belastende informatie verstrekken over hun aartsvijanden uit Juarez.


Het laatste Juarez-kopstuk dat is gearresteerd, heet José Antonio Acosta, bijgenaamd El Diego. Hij wordt als hoofd van de gewapende tak van het Juarez-kartel verantwoordelijk gehouden voor het vermoorden van enkele duizenden mensen. El Diego slijt nu zijn dagen in een Amerikaanse gevangenis.


In maart beklaagde het Juarez-kartel zich bij politiecommissaris Leyzaola over de voorkeursbehandeling die hun concurrentie blijkbaar geniet door een narcomanta op een brug op te hangen. Narcomantas zijn leuzen die op spandoeken of muren zijn gespoten. Ze zijn, naast de smerige filmpjes die de kartels op YouTube zetten, de favoriete manier van communiceren. De kartels kunnen immers geen persconferenties geven.


'Leyzaola, vuile hoerenzoon, je staat op de loonlijst van El Chapo. Getekend, La Linea', luidde de boodschap. La Linea is een zelfverkozen naam voor het Juarez-kartel. El Chapo is de bijnaam van Joaquin Guzman, de baas van het Sinaloa-kartel. Hij is nummer 55 op de Forbes' lijst van machtigste mensen ter wereld, net voor het hoofd van de Pakistaanse geheime dienst.


Hoe de krachtsverhoudingen tussen de kartels, de soldaten en de agenten ook liggen, het is duidelijk dat Juarez iets vriendelijker oogt dan voorheen. Een winkelstraat die vroeger verlaten was, is nu vol passanten. Er speelt zelfs een groepje hippies op bongo's, tamboerijnen en didgeridoos. Om de muzikanten heeft zich een grote groep toeschouwers verzameld. Een jaar geleden zou dit ondenkbaar zijn geweest.


Juarez ademt weer. In maart was er zelfs een moordvrij weekend, een feit dat de voorpagina van El Diario haalde.


Goed, in de gevangenis van Juarez worden in maart ook enorme wapenvoorraden onder de grond gevonden. De directeur wordt gearresteerd op verdenking dat hij gevangenen overdag naar buiten liet gaan om bij te klussen als huurmoordenaar. Er vindt één onthoofding plaats, een andere geëxecuteerde wordt in stukken gehakt en de lichaamsdelen worden in een slootje gedumpt.


Maar als ik fotograaf Lucio Soria tref, is hij net terug van een choque, een suf verkeersongeluk. Dat is in Juarez weer gewoon nieuws.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden