Een mooie vreemde vogel, maar altijd met een schutkleur

Veel had met zijn vader te maken. Die duikt voortdurend op in de tekeningen van Peter Vos, die afgelopen zaterdag op 75-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleed.

Vader Vos was een Utrechts journalist die arm en verlamd aan zijn einde kwam. Zoon Peter was toen twintig jaar. Als student aan de Amsterdamse Rijksacademie, waar hij na het gymnasium heen ging, maakte Peter Vos een boek met tekeningen voor zijn vader. Dat het hem zelf later redelijk goed ging omdat hij van het tekenen kon leven, zat hem bijna dwars wanneer hij aan het lot van zijn vader dacht.


In 1990 penseelde Peter Vos een 'Jubileumserie gevoelens'. In zijn precieze miniatuurhandschrift schreef hij daarbij: 'dood (in mijn hoofd), godsdienst (in mijn darmen), plicht (in mijn nek), zwarte gal (in mijn mond), angst (in mijn merg), verlies (in mijn hart) en pappa (in mijn geheugen)'. Al mijn angsten, vreugden of theorieën worden ingedikt tot tekeningen, 'niet expres overigens, maar dit terzijde', schreef Peter Vos bij een van de tekeningen in Een studie in grijs (1980), het verslag van drie jaar vogeltekenen in Artis, dat hij opdroeg aan zijn in 1967 geboren zoon Sander.


Die titel was ook tekenend: Vos' voorkeur ging uit naar grafiet en pen, weinig kleur, hooguit wat verdunde aquarelverf. In zijn eentje exposeren deed hij niet graag, want dan was hij zijn schutkleur kwijt. Naast de drankzucht van zijn vader voerde hij ook dat aan als verklaring voor zijn bovengemiddelde dorst: 'Ik ben vrij schuw tussen mensen, dan is drank een hulp.'


Hij maakte illustraties voor Propria Cures, de leeuwtjes voor Vrij Nederland, en voor letterkundige vrienden (Renate Rubinstein, Simon Carmiggelt, Rudy Kousbroek) van wie hij sommigen had leren kennen via het Utrechts grafisch gezelschap De Luis. Zeer bekend werden Vos' illustraties bij de Sprookjes van de Lage Landen (1972) en die van zijn eigen Beestenkwartet (1970, met de Mafkikker, Kloothommel en Schijtlijster).


De nagekomen zoon van Dürer en Doré trok zich vaak terug in een houten huisje in Lunteren. In 1969 bundelde Vos honderd reigertekeningen voor zijn toenmalige muze, dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek, met wie hij twee jaar een bohémienbestaan leidde in de vervallen villa Jagtlust in Blaricum.


Behalve vogels en vreemde vogels tekende Vos ook spitsmuizen, sprinkhanen en hoornkikkers. Hij streefde naar strikte natuurlijkheid, maar ontdekte gaandeweg dat hij zich verloor in het tekenen. Dan ontstond er iets als stijl: subtiel, precies, teder. Vervreemdend soms en spotlustig - van de grijnzende, niet van de grimmige soort.


De zelfkritiek neemt toe, zei Vos toen op zijn 60ste het boek Peter Vos - tekenaar (1995) werd gepresenteerd. Die kon hem tijdelijk verlammen. Maar dan dacht hij aan wat zijn vader hem had toegewenst: dat Peter Vos de grootste tekenaar van Nederland moest worden. En dan probeerde hij het maar weer. Hij kon trouwens niet anders.


Arjan Peters


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden