Een moderne coach communiceert zich helemaal suf

In 1978 nam ‘supervisor’ Ernst Happel tijdens het wereldkampioenschap in Argentinië zonder aarzelen een rigoureuze maatregel. Hij verving de ene doelman, Jan Jongbloed, door de andere, Piet Schrijvers....

Net zo opzienbarend was de manier waarop hij dit drastische besluit kenbaar maakte: tijdens een wandeling met de Nederlandse selectie, een dag voor de wedstrijd tegen Oostenrijk. Happel was ontevreden over het spel in de eerste ronde.

Hij vond het onzin Jongbloed persoonlijk te informeren. Om bondscoach Zwartkruis een plezier te doen, deed hij het toch maar, tijdens de wandeling.

‘Ich habe ein gutes Gespräch mit dem Jan gehabt’, zei Happel toen hij weer naast Zwartkruis ging lopen, en hij stak zijn zoveelste sigaret op. Zwartkruis vertelde later dat het gesprek vijf seconden had geduurd. ‘Du, auf der Tribuun’,was het enige dat Happel had gezegd.

Geweldige anekdote, al zal Jongbloed daar nog steeds anders over denken. Volgens Zwartkruis werd Happel door de spelers gehaat; niet alleen door de reserves, maar door alle spelers. Want hij communiceerde niet en als hij al eens iets zei, was het een scheldwoord (loel) of een schimpscheut – en nóóit een compliment.

Daar kom je als trainer niet meer mee weg. Als bondscoach bijvoorbeeld moet je spelers tegenwoordig vaak bellen. Je moet met ze communiceren, anders worden ze boos en storten ze hun hart uit bij journalisten die soms jaren op deze kans wachten.

Dat bellen is een hype geworden, zei Marco van Basten vorige week in de Volkskrant. Hij zei ook dat de tijden zijn veranderd en dat vroeger nooit werd gebeld.

Dat is wat overdreven, vroeger werd een speler heus ook weleens gebeld, maar tot een jaar of tien geleden klaagde een voetballer zelden over een gebrek aan aandacht. Als je niet was opgeroepen voor Oranje kon je dat, als je mazzel had, de volgende dag in de krant lezen.

Tegenwoordig wil iedereen persoonlijke aandacht. Een trainer die de verjaardag van de oudste zoon van een zijn voetballers vergeet, heeft een probleem. Een bondscoach moet vaak bellen en een keer per maand even langskomen in Madrid of Milaan, om bij te praten en een wijntje te drinken.

Dit vindt Van Basten allemaal belachelijk, vermoed ik. Ik baseer dit vermoeden op zijn gelaatsuitdrukking toen hij zei dat bellen een hype is geworden. Hij keek erbij of hij zojuist was teruggekeerd van een bezoek aan een vuilnisbelt.

Van Basten vindt iets al gauw overdreven. Bellen bijvoorbeeld. Het liefst zou hij nooit bellen en Kees Jansma iedereen, dus ook de spelers, laten doorverwijzen naar pagina 801 van Teletekst. Maar dat kan natuurlijk niet. Een moderne coach communiceert zich helemaal suf. Hij zal wel moeten.

Als hij weigert, beklagen voetballers zich over de behandeling en schakelen ze de pers in. Een rel is dan snel geboren, want sportjournalisten voelen erg met sporters mee en vinden ook dat trainers best wat vaker mogen bellen.

Arjen Robben is de laatste voetballer die Van Basten heeft aangeklaagd omdat hij nooit eens gezellig belt. Toen hij nog belangrijk was voor Oranje, klaagde Robben, was er voortdurend contact, ‘maar nu hoor ik niks meer vanuit Zeist’.

Ik las het, op de site van Sportweek en later in NRC Handelsblad, en hóórde het tegelijkertijd: Arjen Robben die in de catacomben van stadion Bernabeu met een sip gezicht zegt dat hij nooit meer iets hoort uit Zeist en zich niet kan herinneren wanneer hij voor de laatste maal werd gebeld door de bondscoach.

Nee, natúúrlijk wordt Arjen Robben niet gebeld door Van Basten. Arjen Robben moet eerst maar eens twee wedstrijden achter elkaar spelen zonder geblesseerd te raken. Dan wordt hij, heel misschien, weer een keer gebeld.

Helaas, voor Van Basten, is dit niet meer de gangbare opvatting. Dat was vroeger zo, ‘Du, auf der Tribuun’, maar tegenwoordig pikt een voetballer dit niet. Kop in NRC: ‘Speler Real Madrid zoveelste slachtoffer van communicatief falen van de bondscoach’.

Slachtoffer, ja ja. Andere slachtoffers waren Van Nistelrooij, Kuijt, Van Bommel en natuurlijk Seedorf wiens ‘je geeft, geeft en geeft en krijgt er niets voor terug’ alle collega's tot in het diepst van hun ziel raakte.

Het ergste wat voetballers tegenwoordig kan overkomen is dat ze op Teletekst lezen dat ze niet zijn geselecteerd voor het Nederlands elftal, of dat journalisten eerder worden geïnformeerd over bepaalde zaken dan zij. Dan is het een kwestie van wachten op de volgende wedstrijd en in de mixed zone de Nederlandse verslaggever even informeren. Bellen kan ook natuurlijk.

Omdat hij niet dom is, heeft Van Basten Robben maandag toch maar even gebeld. Dat vond Robben fijn en toen hadden die journalisten uit Nederland zijn woorden trouwens verdraaid.

Dinsdag toonde Van Basten dat hij veel heeft geleerd. Hij zei in Wenen het ‘een beetje’ te begrijpen dat Robben teleurgesteld is en maakte heel vriendelijk melding van zijn mogelijke meerwaarde voor het Nederlands elftal.

Het Nederlands elftal ontwaakte in 1978, won met 5-1 van Oostenrijk en plaatste zich later voor de WK-finale. Happel is dood. En voetballers zijn lichtgeraakte aandachtjunks geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden