Een minicollege goud verbeelden

Een minicollege goud verbeelden van restaurator Esther van Duijn, zodat u zelf kunt zien hoe Klimt Judith I liet schitteren.

Beeld Jerome Schlomoff

'Welk materiaal kun je in de schilderkunst het best gebruiken als je goud wilt verbeelden? Tot begin vijftiende eeuw was dat zonder enige discussie bladgoud: gouden dukaten, tot flinterdunne plakjes gehamerd. Jan van Eyck was de eerste die verf ging gebruiken voor het schilderen van goudbrokaten fluwelen stoffen, in de zijpanelen van Het Lam Gods. In die tijd kon je kiezen voor het heldergele pigment loodtingeel, de naam zegt het al, een chemische verbinding van lood en tin, maar ook voor het warmer gele orpiment, een pigment met een glitter. Dat was alleen giftig, want er zat arseen in.

'In 1435 schreef de Italiaanse humanist Leon Battista Alberti in een traktaat over schilderkunst over het gebruik van bladgoud dat je er weliswaar heel goed goud mee kon imiteren, maar dat je als schilder geen enkele invloed had op hoe het licht op het materiaal viel. Dat kon alleen met verf: door de plaatsing van een hooglichtje, zo'n puntje verf in loodwit, of in loodtingeel, precies daar waar het licht moest reflecteren op een voorwerp. Dat zou mede bepalen of je als kijker goud zag.

'Sinds Alberti is de discussie over bladgoud of verf nooit geheel verdwenen. Ik vind zelf: het mooiste goud in de schilderkunst wordt niet bepaald door het materiaal, maar door de kunde van de maker. Een onervaren hand kan de knulligste goudimitatie opleveren.

Beeld Jerome Schlomoff

Olievergulding en polimentvergulding

'Voor bladgoud bestaan twee technieken. Met olievergulding laat je het bladgoud op een plakkerig laagje, meestal olie, vallen, en dat is het. Het effect is een matgouden oppervlak. Polimentvergulding is ingewikkelder en wordt daarom in deze tijd veel minder toegepast. Eerst breng je, in meerdere lagen, bolus aan op het oppervlak. Dat is een kleisoort. Dat polijst je tot het porseleinglad is. Dan komt er een lijmlaag op, en daar leg je het bladgoud op. Als de lijm droog is, kun je het bladgoud polijsten tot het glanst.

'Gustav Klimt heeft, aan het begin van de twintigste eeuw, zijn Gouden Periode gehad. In die tijd schilderde hij Judith I, nu in het Gemeentemuseum in Den Haag te zien. En De Kus, en het wereldberoemde portret van Adele Bloch-Bauer.

Judith I is geschilderd op doek. Dat betekent dat hij de methode van olievergulding heeft gebruikt. Op doek kun je namelijk niet de vereiste gladde ondergrond aanbrengen om het effect van hoogglans te bereiken - doek is daar te slap voor.

'Kun je al van een afstand zien of een kunstenaar verf of bladgoud heeft gebruikt? Beweeg je hoofd maar eens. Als het oppervlak dan schittert, is het bladgoud.'

Judith I van Gustave Klimt is vanaf vandaag te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.

Beeld Jerome Schlomoff

Esther van Duijn

Esther van Duijn werkt als schilderijenrestaurator en onderzoeker bij het Rijksmuseum. Ze deed onderzoek naar geschilderd goudbrokaat in de vijftiende en zestiende eeuw, en schreef er in 2013 een proefschrift over: All that glitters is not gold.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden