Een met de golven in karige flits uit een illuster bad

Tacita Dean, t/m 17 januari 1999 bij Stichting De Pont in Tilburg, Wilhelminapark 1. Open: di-zo 11-17 uur...

BEELDENDE KUNST

De vuurtoren gezien door de ogen van de Engelse kunstenares Tacita Dean (1965) is een toverlantaarn, een omwenteling van glas. Spiegelende lenzen weerkaatsen het licht van gloeilampen en door het raam de stralen van de zon. Op de zon volgt de maan, blinkend in het glas. Deze vuurtoren is geen baken voor schippers, maar een uitkijkpost. Aan de rand van de wereld, waar de rotsen kaal zijn en de zee verlaten is, gaat alleen de tijd voorbij. Als de film Disappearance at Sea enig verhaal ontvouwt, is het dat van de vergankelijkheid.

Tacita Dean is met haar camera hoog in het bouwsel geklommen en heeft de vuurtoren geportretteerd als een verrekijker in close-up. In de donkere museumzaal bij Stichting De Pont in Tilburg breekt de projectie van licht de muren open. Dean haalt de horizon nabij, op het ruisen van het water, de lokroep van de meeuwen en het geratel van de langzaam cirkelende lens. De kunstenares zit daar met haar camera zo nauw bovenop, dat die lens het uitzicht abstraheert, bijna als in een kaleidoscoop.

Haar film is geen mozaïek, eerder een melodie: een beeldend wiegelied. De morgenstond en avondschemering gaan vloeiend in elkaar over, sneller dan in het echt en toch traag. Disappearance at Sea heeft een eigen ritme. Een etmaal duurt een kwartier, lang genoeg om het publiek mee te voeren in een lichte hypnose. Dat is het knappe van de film: die balans tussen een natuurgetrouwe en een zinsbegoochelende registratie. Dean hoeft maar weinig trucs uit te halen, of haar documentaire is losgezongen van de realiteit: een visionaire projectie van laaiend licht, om en om met de duisternis.

Na het vallen van de nacht lossen de beelden op in het zwartsel van de museumzaal zelf. De film ratelt nog, maar het over de rotsen kabbelende zoeklicht is verdwenen. De camera, niet de vuurtoren, was de toverlantaarn waar het hier om ging.

Dean is één van de jonge film- en videokunstenaars die, met de komst van nieuwe, digitale technieken, de vroegere eigenschappen van het medium ontleden. In de installatie Foley Artist (1996), vorig jaar bij Witte de With in Rotterdam, herinnerde ze aan het uitstervende ambacht van kunstmatig geproduceerde filmgeluiden: onweer door donderende staalplaten of voetstappen, gesuggereerd door een foley artist die in de studio een kist vol grind betreedt.

Voor haar grillige analyse van het vak, nu eens zo verhullend als in de mysterieuze schijnvertoning Disappearance at Sea, dan weer zo onthullend als in het instructieve kijkje achter de schermen van Foley Artist, is Tacita Dean genomineerd voor de Turner Prize.

In Tilburg kan de kijker vast kennismaken met Deans meest recente werk, Der Jungbrunnen (1998), dat door Stichting De Pont aan de vaste collectie werd toegevoegd. Het is een teleurstellende keuze. De nieuwe aanwinst ontbeert de magische weerschijn van de transparante vuurtoren in Disappearance at Sea.

Aan het onderwerp ligt dat niet. Der Jungbrunnen grijpt terug op het gelijknamige schilderij van Lucas Cranach, uit 1546, met het water als 'bron van eeuwige jeugd'. De zoektocht naar de oorsprong van schoonheid in de kunst en in het leven appelleert aan een onstelpbaar verlangen, maar de foto's, de schoolbordtekening (bedoeld als storyboard) en de film waarmee Dean van haar omzwervingen terugkwam, zijn te strak geënt op de nuchtere realiteit om welke mythe dan ook te doen herleven.

De kunstenares nam haar toevlucht tot het op zichzelf illustere vrouwenbad in het Hongaarse Hotel Gellért. Hartje Boedapest laven de bezoeksters zich aan het heilzame water, dat stellig hun geest verkwikt, maar moeilijk hun vervette vormen kan verdoezelen. Die worden alleen maar geaccentueerd door de onmogelijke schortjes die zij geacht worden te dragen om hun schaamte te verhullen. Hun schoot is onzichtbaar; hun kont des te naakter onder het daarboven vastgestrikte lint, terwijl hun borsten links en rechts langs het smal toegesneden bovenstuk bengelen.

Dat geeft allemaal niks, dat zijn nu eenmaal de proporties van de menselijke meermin, maar dat maakt het portret niet minder genadeloos. In de kunst is meer mogelijk dan een keuze tussen het klassieke ideaal en de wrede werkelijkheid. Dean heeft veel geregistreerd, weinig geregisseerd. Slechts één vrouw ligt op zeker moment helemaal naakt in bad en dat is prachtig: zoals het water haar weelderige vormen omspoelt en laat glinsteren in het zachte licht. Zij is één met de golven en de magistrale architectuur die de film glans verleent - een verdienste van de bouwmeester, niet van de kunstenares.

Haar film (krap 6 minuten) is een karige opname van momenten, een sobere uitsnede van het leven in de grote stad, waar iedere vrouw zich een nimf kan wanen zolang ze zich overgeeft aan de zegeningen van het bronwater en de spiegel mijdt. Het bad in Boedapest is een bron van genot; Deans film een week aftreksel daarvan.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden