Opinie

'Een mensenleven niet in geld uit te drukken? Was het maar waar'

Het is een taboe, maar ook economische argumenten spelen een rol bij de beslissing een zieke wel of niet door te behandelen, vindt René van Leeuwen.

Ziekenhuis in Utrecht.Beeld ANP

De G500 deed nogal wat stof opwaaien vanwege een behoorlijk prematuur plan. Namelijk: vermogens-afhankelijke zorg in de laatste vijf levensjaren.

De jongeren werden meteen voor van alles en nog wat uitgemaakt. Onder andere door Amanda Kluveld. Arrogant, onwetend, 'Generatie Geld en Kosten', enzovoorts. Wat mevrouw Kluveld betreft deugt het nog onuitgewerkte voorstel sowieso van geen kanten. Daarbij wees ze in haar column naar een rapport van het RIVM.

Ook een belangrijk argument: niemand weet überhaupt wanneer zijn laatste vijf jaar zijn aangebroken. Dat argument staat natuurlijk als een huis, maar het is geen reden om de discussie over de laatste levensfase dan maar helemaal niet te voeren.

Het RIVM-rapport nuanceert inderdaad het 'traditionele' beeld van de zorg-kosten die de vergrijzing met zich meebrengt. Het gaat om een afvlakking van de groeivoet, op z'n allerbest met 17%, en dan hebben we het over ziekenhuiszorg. Bij de ouderenzorg (verpleeghuizen bijvoorbeeld) zou de stijging, op een index van 100 in 2007, niet zoals in het traditionele scenario stijgen tot ongeveer 230 in 2050, maar tot iets onder de 200.

'Dubbele vergrijzing'
Deze nuancering hangt samen met de 'dubbele vergrijzing'. Door een hogere levensverwachting neemt het relatieve aantal ouderen nog zwaarder toe. Daarbij stijgt de levensverwachting van mannen sneller dan die van vrouwen, mannen zijn bezig aan een inhaalslag.

Daardoor zorgen mensen in theorie langer voor elkaar, en dat is gunstig voor de kosten van ouderenzorg. Ook worden de kosten die mensen maken in hun laatste levensjaar door de hogere levensverwachting over een grotere periode verspreid. Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat het laatste levensjaar, ongeacht leeftijd, het duurste jaar is. De nuancering betreft de snelheid en de hoogte van de groei van de kosten.

Door de vergrijzing zullen meer mensen (absoluut gezien) in hun laatste levensfase verkeren. Bovendien zullen er, ondanks de dubbele vergrijzing, meer mensen een beroep doen op ouderenzorg. Het rapport van RIVM vraagt om enige terughoudendheid, maar is ondubbelzinnig in haar stelling dat de kosten stijgen.

Daarin krijgt het RIVM bijval van het SCP. In een rapport uit 2010 stellen zij dat de uitgaven aan zorg, als percentage van het BBP, zullen stijgen van 6% in 2000 naar 14.3% in 2040, bij 'constante arrangementen'. Bovendien stijgt het 'afhankelijkheidsratio', het aantal ouderen per 100 werkzame personen, van ongeveer 25% in 2010 naar 50% in 2040.

Mensenleven
Inmiddels kunt u mij een 'cijfer-fetisjist' noemen, maar de cijfers zijn nou eenmaal belangrijk. Zeker bij een gevoelig onderwerp als dit. De cijfers geven namelijk onverbloemd aan, hoe treurig ook, dat we niet in dramatische individuele gevallen kunnen blijven denken.

Een mensenleven is niet in geld uit te drukken. Het is een prachtige wijsheid. En was het maar altijd waar. De werkelijkheid is dat aan iedere medische behandeling een prijskaartje hangt. Gelet op de enorme stijging van de kosten en de afname van het relatieve aantal werkenden zou het pas arrogant zijn om dit onderwerp in de taboe-sfeer te steken.

Het publieke debat moet en zal gevoerd worden. Hoe pijnlijk ook. Hoever gaan we, als maatschappij, om een uitzichtloos mensenleven te rekken? Wat is de kwaliteit van het leven bij die allerlaatste behandelingen? Inderdaad, wanneer is een leven het in leven houden niet meer waard?

Het is één ding om te accepteren dat een onbekende geen verdere behandeling krijgt, het is wat anders om dit te accepteren als het om een naaste gaat. Daarom moet er in het debat ruimte zijn voor inlevingsvermogen, nuance en bezinning, maar net zo goed voor economische argumenten.

Toegegeven, de G500 is misschien wat achteloos in haar eerste uitingen. Maar dat kunnen we hen toch wel vergeven? Laat die jonge honden toch groeien in hun rol.

Het gaat om het grotere plaatje, de taboe op dit onderwerp. Die moet eerst beslecht. Daarna kunnen we samen, van jong tot oud, een zinnig debat voeren over de laatste levensfase.

René van Leeuwen is masterstudent aan de Erasmusuniversiteit

 
Het is één ding om te accepteren dat een onbekende geen verdere behandeling krijgt, het is wat anders om dit te accepteren als het om een naaste gaat. Daarom moet er in het debat ruimte zijn voor inlevingsvermogen, nuance en bezinning, maar net zo goed voor economische argumenten.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden