Een mens in nood die knipt en plakt

Op plagiaat staat levenslang: wie wordt betrapt, raakt nooit meer verlost van de verdenking. Maar wat beweegt de plagiator? 'Hij is het slachtoffer van een creatieve crisis', of: 'Hij is een allesbelover die zijn beloften niet kan waarmaken.' Internet maakt de verleiding groter....

Dat een passage van schrijver V.S. Naipaul zonder bronvermelding in haar reportage over Argentinië belandde, was natuurlijk 'een heel stomme fout'. Dat geeft Marjon van Royen, tot voor kort correspondente Latijns Amerika voor NRC Handelsblad, grif toe. Het woord 'plagiaat' ontbrak in de uitvoerige 'rectificatie' die haar krant begin vorig jaar plaatste. Van Royen had twee weken daarvoor 'onjuist gebruik' gemaakt van Naipauls boek De terugkeer van Eva Peron. Ze had een passage overgeschreven, en zich vergist in een aantal feiten.

Wat bezielde de correspondente?

'Ik zat om vier uur 's nachts nog te werken, had die dag drie stukken geschreven. Er stonden drie citaten van Naipaul in, dat vond ik wat veel. Toen heb ik bij een citaat de aanhalingstekens weggehaald, en er een paar kruisjes bij gezet. 'Moet ik nog naar kijken', betekent dat. Dat heb ik in de haast niet meer gedaan, het is zo naar de redactie gezonden. En zo kwam het in de krant.' Waarom heeft ze haar fout dan niet zelf direct gemeld? Van Royen: 'Ik moest verder, het verhaal heb ik niet meer nagelezen en de krant ontvang ik met weken vertraging.'

Een anonieme briefschrijver, ('Iemand van binnenuit, heb ik begrepen', aldus Van Royen) attendeerde de hoofdredactie op het geval. Die rekende haar deze 'ernstige fout' aan: 'Mij is te verstaan gegeven dat mijn jaarcontract niet verlengd zou worden. Ik mocht wel terugkomen op de NRC-redactie, maar dat wilde ik niet.' De correspondente werkt sinds januari dit jaar niet meer voor NRC Handelsblad, maar wel voor De Morgen, het Radio 1-Journaal, Het Parool en Vrij Nederland.

Journalisten plunderen naar hartelust uit onderzoeksrapporten, eerder verschenen artikelen van collega's en andere bronnen, zonder ze te noemen. Een goede kop of een spitse formulering is zo 'geleend', maar plagiaat heet dat niet. Evenmin als de vele gevallen waarin de sporen van een eerder verschenen artikel duidelijk zichtbaar zijn, maar waarin de auteur zo handig is geweest enkele andere bewoordingen te kiezen.

'Echt' plagiaat, 'het zich wederrechtelijk toe-eigenen van andermans geestelijk eigendom', is echter een doodzonde. Binnen de beroepsgroep staat er levenslang op: wie als plagiator wordt bestempeld, raakt nooit meer verlost van de verdenking. De afgelopen weken doken weer twee gevallen op, ongelukkigerwijs beide betrokkenen bij de Volkskrant.

Columnist Mohammed Benzakour bleek enkele passages uit een stuk uit De Groene Amsterdammer te hebben overgenomen. Het betekende het einde van zijn column op de Forum-pagina. Later bleken meer passages van anderen in zijn werk voor te komen. Bij HP/De Tijd las een medewerker de wetenschapscolumn die Peter Bügel daar schreef, die hem bekend voorkwam. Bügels gedachtegang (over het fenomeen intuïtie, gekoppeld aan de televisieserie Star Trek) kwam uit het blad Scientific American. HP bood de lezers in het blad excuses aan.

Een week later bleek Bügels column over de wetenschapper Björn Lomborg) zwaar te leunen op een artikel uit The Economist. Exit Bügel. Omdat hij bij de Volkskrant niet kon garanderen dat bij nader onderzoek niet nog meer zou opduiken, trok hij zich ook terug als columnist voor het katern Gezond - tot verdriet van sommige lezers, die lang niet zo zwaar lijken te tillen aan plagiaat als de beroepsgroep zelf.

De twee staan in een lange traditie, waarin namen opdoken van onder anderen Adriaan van Dis, René Diekstra, Henri Beunders (NRC Handelsblad), Robert van de Roer (NRC Handelsblad) en Robert Dulmers (Vrij Nederland).

Wat beweegt de plagiator? Algemene karaktertrekken van de daders zijn moeilijk te geven. Tussen de gevallen Benzakour en Bügel bestaan wel enkele overeenkomsten. Beiden schreven over uit recente bronnen, artikelen die elders slechts enkele weken of maanden eerder waren gepubliceerd. Dat verraadt naïviteit of onhandigheid. Wie te kwader trouw is en zijn plagiaat onopgemerkt wil houden, put eerder uit The Philippine Times van zes jaar geleden dan uit NRC Handelsblad van vorige week.

Benzakour beriep zich op zijn werkwijze: hij las zich altijd gedegen in, vatte het een en ander samen, schreef een stuk dat steevast driemaal te lang was en vlak voor de deadline moest worden ingekort. Bügel, die benadrukte dat hem dit in de twintig jaar dat hij publiceert nog nooit was overkomen, beroept zich op tijdsdruk: 'In verband met vakantie moest ik in korte tijd tien columns schrijven. Toen heb ik verzuimd de bronnen te vermelden.'

Tijdsdruk is de meest gebruikte verklaring voor plagiaat. Maar hoeveel tijd vergt het plaatsen van twee aanhalingstekens of het noteren van een naam? En waarom zijn dan geen gevallen bekend waarin de auteur na publicatie zijn slordigheid ontdekte en er zelf schuldbewust melding van maakte bij de hoofdredactie? Kennelijk is plagiaat, door welke achteloosheid ook gepleegd, vooral bedoeld om geheim te blijven.

'Plagiëren doet men niet voor zijn genoegen', schreef wijlen Martin van Amerongen tien jaar geleden in De Groene Amsterdammer. 'Je ontleent er geen enkele bevrediging aan en de wetenschap dat je straks onherroepelijk zal worden ontmaskerd, doet je gemoedsrust weinig goed.' Hoe zeker het is dat plagiaat ontdekt wordt, is overigens maar de vraag. De dader moet, aldus Van Amerongen, doorgaans met enige compassie worden bezien. 'Hij is een mens in nood. Hij is het slachtoffer van een creatieve crisis. Of hij is een allesbelover die zijn beloften niet kan waarmaken, aan zijn uitgever of aan zijn hoofdredacteur.'

Dat laatste lijkt nog het meest aannemelijk. Is het denkbaar dat, analoog aan de criminologische theorie die voor delinquenten wordt gehanteerd, de notoire plagiator zijn diefstal zo opzichtig pleegt in de (onbewuste) hoop verlost te worden van de druk waartegen hij in wezen niet bestand is? Het is ook nogal een opgave, elke week maar weer een gezaghebbende opinie op eigen sublieme wijze verwoorden. Het genre van de columnistiek in de media groeide het afgelopen decennium explosief, en toeval of niet: de twee recentste gevallen betreffen columnisten.

Iets soortgelijks liet René Diekstra doorschemeren in een later interview met de Volkskrant: 'Ik heb mij bij de erkenning van wat ik doe, te veel afhankelijk gemaakt van anderen. Ik heb de buitenwereld te veel willen behagen.'

Internet maakt de verleiding en de valkuil van plagiaat alleen maar groter. In het huidige knip-en-plak-tijdperk belanden met enkele klikken op de muis hele alinea's in het artikel. Na enig schuiven en bewerken gaat algauw een naam verloren. De tekstverwerker helpt de potentiële plagiator luchtigjes over de allerlaatste drempel: het handmatig overtikken van passages. In het geval van columnist Bügel betrof het ook tweemaal stukken die op internet te vinden zijn. Niet voor niets bestaan er websites (zoals www.plagiarism.org) waar docenten en leraren met enkele eenvoudige handgrepen de scripties van hun studenten op plagiaat kunnen controleren.

Hubert Smeets, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, die Benzakours plagiaat per brief aan de Volkskrant meldde, ziet een opleving in het journalistieke plagiaat sinds eind jaren tachtig. Toen werd de journalistiek langzaam literairder van karakter. 'De inktkoelie, de berichtenman, is meer uit beeld verdwenen.'

Daarnaast ligt een verklaring volgens hem in de Nederlandse traditie: 'Onze journalistieke cultuur is er een waarin we, in tegenstelling tot in de VS, niet al te veel aan annotatie wensen te doen. Is een artikel te lang, dan schrappen we algauw in de bronvermelding. Je leest hier ook zelden onder een artikel dat de auteur gebruik heeft gemaakt van de volgende vier boeken. Ik geef toe: een artikel wordt niet altijd leesbaarder over uitgebreide bronvermelding. Maar met zo'n traditie als roep je dit soort affaires ook over je af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden