Column

Een mening van precies twintig seconden

Volgorde

 

Eerst schreven Haagse journalisten dat het verkiezingsdebat op de televisie een stom debat zou worden, omdat er alleen maar Eerste Kamerleden aan zouden deelnemen, op wie je niet kon stemmen. Of eigenlijk ging er nog één stap aan vooraf: dat er mensen waren die besloten dat het debat moest worden georganiseerd.

Het is altijd een hele klus: die wil niet met die in debat, en die alleen met die als die niet met die over dat onderwerp mag. Bij alle onderhandelingen, die lang duren en snel ingewikkeld worden, is men het over één onderdeel wel eens geworden: dat iedereen vooraf in twintig spreekseconden even zijn politieke poëtica zou laten schijnen.

Om een goed verhaal te kunnen houden, met een kop en een staart en inhoud erin, zo leert ons de recente tv-geschiedenis, is twintig seconden veel te kort, maar om jezelf volkomen te vergooien, blijken twintig seconden juist altijd weer precies genoeg.

De deelnemers hadden vooraf goed geoefend, mogelijk zelfs iets te goed. In de angstige hoop de ingestudeerde tekstregels leesbaar voor het geestesoog te dwingen, draaiden ze de ogen tijdens het spreken vaak even diep naar binnen. Onder de omstandigheden is zelfvernedering zonder stotteren een persoonlijke triomf - als ze hun tijd een beetje fatsoenlijk waren doorgekomen, begonnen ze bijna te juichen.

Voor wie is zoiets nu goed, of leuk? Voor Twan en Dominique misschien - zij konden mooi lachen als iemand weer een of twee seconden langer sprak dan toch duidelijk afgesproken was. En zelf zat ik eerlijk gezegd ook best hartstochtelijk op black-outs te hopen. Toe, riep ik naar de tv, val stil - je kunt het!

Een debat is twee mensen die elkaar van nabij het tegenovergestelde in het gezicht blazen, staand aan smalle, sfeerverlichte katheders: belastingverhoging-belastingverlaging, repressie-preventie, stimuleren-bezuinigen.

De politieke werkelijkheid neemt zo de vorm aan van het doek dat brandweerlieden straktrekken onder de balkons van brandende huizen - hoe vaak er ook wordt gedebatteerd, nooit komt het doek van zijn plaats. Wat, toegegeven, ook wel weer geruststellend is - je mag er niet aan denken wat er gebeurt als een van die druiloren ineens veel harder gaat trekken dan de rest.

Tijdens debatten wordt vaak gepeild, meteen erna worden de resultaten gedeeld en geduid. De nabeschouwer op tv zegt eigenlijk altijd precies hetzelfde, al honderd verkiezingen lang: deze verkiezingen gaan natuurlijk niet over de Tweede Kamer, maar als we toch doen alsof, zien we de volgende gevolgen, die er niet zijn.

Omdat de Statenverkiezingen ditmaal voor het eerst wel landelijke betekenis hebben, raakten de woorden van de nabeschouwer voor het eerst de werkelijkheid - als je maar vaak genoeg hetzelfde zegt, krijg je vanzelf een keer gelijk.

Krantenanalyses baseerden zich de volgende dag vooral op Twitter, waarbij wel eerlijk werd aangetekend dat 'Twitter natuurlijk niet representatief is'. Toen hadden we een niet-representatieve beoordeling van een debat dat er niet toe deed, gevoerd door mensen op wie je niet kon stemmen, over onderwerpen waar ze niets over te zeggen hadden. De conclusie van de voorpaginalange analyses: 'Dit is niet vermeldenswaard.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.