Een meisje voor alle vraagstukken

Hitweek was in de jaren zestig vier jaar de spreekbuis van de opstandige jeugd. Komend weekeinde opent een overzichtstentoonstelling. Marjolein Kuijsten was de duizendpoot van de redactie....

'Ik was voor alle vraagstukken, zo stond het in het colofon van Hitweek. Geintje natuurlijk, maar het werkte wel. Niet dat ik een Lieve Lita was, maar ik was wel het aanspreekpunt. Jongeren belden op met ideeën en kwamen langs met artikelen. Ze vonden het geweldig dat ze konden binnenstappen en kopij of een foto konden achterlaten. Dat kon bij niet één ander blad. Nog jaren later kreeg ik te horen: o, ben jíj Marjolein voor alle vraagstukken.'

Marjolein Kuijsten (61) wandelde bij Hitweek binnen nadat het eerste nummer was verschenen, 17 september 1965. Ze was door haar toenmalige vriend Wim de Bie getipt dat het blad een secretaresse zocht, voerde op proef een telefoongesprek met een beatclub ('Er is een nieuw blad, Hitweek, hebt u nog nieuwtjes?') en werd aangenomen.

Het blad, opgericht door Willem de Ridder en Peter J. Muller, zette zich af tegen de 'volwassenenmaatschappij', propageerde beatmuziek, in het bijzonder de nederbeat (die term viel voor het eerst in Hitweek) en streed tegen de discriminatie van langharigen. Het verscheen van 1965 tot 1969.

Van 25 mei tot en met 17 augustus is er in De Beyerd in Breda een overzichtstentoonstelling van deze krant voor de opstandige twiener (een ander Hitweek-woord, net als zulthoofd, hitpuree en platelaar).

'Flash, want we zijn van mening dat de ouderen bang voor ons, tieners, zijn. We worden als kleuters toegesproken.' Zo begon Hitweek in het eerste nummer. 'Jongens, we gaan het grandioos aanpakken. Er zal, er moet, er gáát meer leven in de brouwerij komen. Nederland: Beatland. Dankzij Hitweek. Dankzij jou.'

De formule, een podium waar iedereen op kon klimmen, was een daverend succes; de respons was overweldigend. Een brievenschrijver: 'Ik heb niets tegen meisjes met zeer kort haar en spijkerbroeken met gulpen. Zij hebben natuurlijk net zoveel recht op deze dingen als wij op lang haar.'

Twee anders inzenders: 'Arnhem blijkt een grote proleten- en moffenstad te zijn. Onze aanwezigheid werd door de gemeentecowboys niet gewenst. Zo'n overwerkte bonboekjestrekker greep ons in de kraag toen we een zebrapad met enige andere burgers overstaken, terwijl halverwege het licht op rood sprong. Mijdt Arnhem. Er is geen beat, alleen maar kuiven en uniformen.'

Al snel moesten brieven worden ingekort of ze werden helemaal niet geplaatst. Marjolein Kuijsten: 'Als we vijf laaiend enthousiaste brieven kregen over Jerry Lee Lewis, die had een fanatieke fanclub, kwamen die er niet alle vijf in.'

In het begin was Hitweek één grote lezersrubriek, later kwam er redactioneel lijn in en was er weleens een redactievergadering. Dat ging niet ten koste van de frivoliteit, Hitweek bleef een blad dat impulsief in elkaar werd gezet.

Het blad, soms verbasterd tot Witheek, had regelmatig een andere, wervende onderkop: 'Alles voor het zere been', 'waarin opgenomen GELUL 1967', 'krant voor langharig werkschuw tuig', 'extra vies nummer', of een spreuk van de week: 'Hi ha huisvesting bouw die eh. . flat even!!'

Met soepele teksten in chocoladeletters bracht de redactie het blad aan de man. 'Koop deze krant effe en lees voor 60 ct. over van alles & nog wat. Bonzo Dog Doo Dah / Velvet / John Mayall / Arabieren / Fantasio / Buffalo Springfield / Lichtmagiër / R & B en nog zo wat.'

Hitweek had in zijn beste tijd een oplage van 30 duizend, het aantal lezers was het tienvoudige. De krant was een steun voor jongeren, vooral in de provincie, die ontdekten dat ze niet de enigen waren die ruzie hadden met hun ouders, hun haar wilden laten groeien, lekker wilden vrijen, sympathiseerden met provo en tegen de oorlog in Vietnam waren. Kuijsten: 'Muziek verbond ons, daar kwam de herkenning bij dat leeftijdgenoten met dezelfde problemen worstelden en dezelfde idealen hadden.'

De kracht van Hitweek was de authenticiteit, zegt Kuijsten. 'Het was niet een bedacht concept, er was geen onderzoek gedaan, van een doelgroep hadden we nog nooit gehoord. Hitweek werd spontaan gemaakt en was van de jongeren zelf. Als we al een ideologie hadden, dan was het dat we een eigen alles wilden hebben voor iedereen. Eigen muziek, eigen clubs, eigen mode, eigen haar.'

En eigen seks. Seks moest niet langer met voortplanting worden geassocieerd; 'fijn met elkaar naar bed', daar ging het om. Ouders waren geschokt, nummers met blote 'hippe chicks' op de voorpagina werden in sommige streken onder de toonbank verkocht.

Kuijsten verbaast zich nog over alle ophef. 'Het was allemaal heel onschuldig wat we deden. Kun je nagaan hoe beperkend de jaren vijftig zijn geweest dat ouders Hitweek schokkend vonden.'

De redactie (Willem de Ridder en Marjolein Kuijsten; Peter J. Muller stapte nog in het eerste jaar op) kon zo klein blijven doordat de medewerking enorm was. Kuijsten: 'Iedereen wilde meewerken, iedereen had er lol aan.'

Coby, de typiste van de drukkerij, tikte de stukken uit. 'Op een IBM Executive, waarmee je regels kon uitvullen; daarmee konden wij niet overweg. Later kregen we er een Boldface bij voor vettere letters.'

Als iemand, meestal Willem de Ridder, weer een mooie kopletter bij een lettergieterij had opgeduikeld, drukte de drukkerij daar vellen van. 'Die sneden we uit en plakten we op de pagina. Als de kop niet paste, sneden we ook nog in de letters.'

Alles werd geplakt. Willem de Ridder maakte tekeningen om de gaatjes te vullen. In korte berichten was hij ook erg goed. Correcties werden opgeplakt met Simson bandenplaklijm. 'De fietsenmaker bij wie we dat spul kochten zal wel hebben gedacht dat we lijmsnuivers waren.'

Na vier jaar ging Hitweek over in het tweewekelijkse Aloha. Nadat Aloha was opgeheven, heeft Kuijsten van alles aangepakt. Ze was vraagbaak voor Vondelpark-slapers, maakte Use It, een krantje voor jeugdtoeristen ('Amsterdam is wel leuk, maar ook weer niet zo leuk als u denkt'), deed de administratie en programmering voor poppodium de Melkweg, woonde 'vanwege de liefde' in Engeland, werkte in het meditatiecentrum De Kosmos en was betrokken bij een reeks losse projecten die geen van alle van de grond kwamen.

Tegenwoordig doet ze de administratie en andere klussen voor kleine bedrijven en aardige mensen. 'Ik ben er nog steeds voor alle vraagstukken, maar niet voor iedereen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden