Een Masai kent geen grenspost

Grenzen oversteken: soms een formaliteit, soms een spannende onderneming. In deel 4 van een serie: de rechte lijn tussen Kenia en Tanzania....

NAMANGA Het is te laat om het vlees van de geslachte dieren nog op de markt aan te bieden. Morgen in alle vroegte zullen de koeien van Mamalai pas onder het mes gaan. En dus neemt de Masai-herder, samen met zijn vierjarige dochter Kalonju, de beesten weer mee het veld in. Over een zandpad, langs de drinkplaats – en weg zijn ze.

Het laatste dat we van Mamalai zien, is een in de wind flapperend pand van zijn roodgeblokte shuka, de traditionele omslagdoek van de Masai. We kwamen hem tegen bij het slachthuis in Namanga, in Kenia. Waar is hij nu? In Tanzania dus. Zijn hij en zijn dochter de grens overgegaan? Ja. En nee.

De echte grens is een afbrokkelende weg met een paar halfopen hekken. ‘You are now entering Tanzania’, kan de reiziger zien die vanaf de Keniaanse kant komt. Die reiziger dient een paspoort of vergelijkbaar document bij zich te hebben. Hier eindigt een land en begint een ander, zo hebben niet-Afrikanen lang geleden besloten.

Kijk maar op de kaart. De grens is een kaarsrechte streep, hard als de lijn van een verbeten mond. Kenia viel onder Brits bestuur en Tanganyika, het latere Tanzania, hoorde bij het Duitse rijk, tot het einde van WO I, toen de Britten ook dit deel van Oost-Afrika in bezit namen.

‘Voor de onafhankelijkheid van 1963 viel dit alles dus onder Brits bestuur’, vertelt Gabriel ole Saisa, de vroegere Masai-Chief in het gebied. De tanige, pakweg zeventigjarige man staat tegen het hek van de kraal met koeien bij het slachthuis geleund. ‘Er stond hier een politiepost, dat is alles.’

In Kenia verdreven de Britten het nomadische Masai-volk voor een deel uit hun voorvaderlijke graasgebieden. Zoals uit de ‘koele wateren’, uit Nairobi dus, de plek waar tijdens de aanleg van de spoorweg de hoofdstad werd gebouwd. Het Masai-‘reservaat’ werd een gebied waardoorheen ergens die kaarsrechte lijn liep.

‘Maar wij zijn nomaden, dat weet u’, zegt Saisa. ‘Wij gaan waarheen wij willen gaan. Hoe zouden we anders kunnen?’ De tocht van het leven, zo weten de Masai, wordt bepaald door de aanwezigheid van water, voor mens en dier. Daarom draait het; niet om grenzen. ‘Masai zijn de enige mensen in Afrika die nog op de oorspronkelijke manier leven.’

Niet dus. De levensstijl van de Masai staat onder grote druk, zoals dat ook voor andere ‘oorspronkelijke’ nomadische volken op het continent geldt. Maar de woorden van de ex-Chief kenmerken de Masai, die zwervers tussen naïviteit en koppigheid.

Dagelijks gaan zo’n tweeduizend mensen officieel door de halfopen hekken van Namanga. ‘Maar de grens is groot en poreus’, zegt Bernard Mochorwa, het Keniaanse hoofd van de immigratiedienst in de plaats. ‘We hebben ze verteld: luister nou, hier is een grens; dit is Kenia, en dat is Tanzania. Maar nóg gaan zij hun eigen gang.’

Zoals bij de drinkplaats voor dieren, niet ver van het slachthuis. ‘Ni marafuku’, zo staat te lezen op een bord dat aan een boom is gespijkerd: ‘het is verboden om hier auto’s en kleren te wassen.’ En dus liggen overal in het gras de pasgewassen shuka’s van Masai te drogen, en haalt een man een natte doek over zijn gammele vrachtwagentje.

Het water voor de drinkplaats komt uit de flanken van de imposante Oldonyo Orok, ‘de zwarte berg’. Die staat in Kenia. Maar waar staat de betonnen drinkcirkel zelf? ‘In Tanzania, volgens mij’, zegt een lachende man. ‘Luister maar, hier wordt fatsoenlijk Swahili gesproken, en niet dat rare Engels van de kolonisator.’

De Masai in het grensgebied weten zich familie van elkaar. Goed, de ‘Tanzanianen’ dragen hun shuka wat langer over de door doornenstruiken bekraste benen en houden opvallend veel van wit in hun armbanden en andere sieraden. Maar de mannen herkennen elkaar aan hun dolk, hun rungu (houten knuppel) en hun esiere, de wandelstok die ook geschikt is om achter de nek te leggen, of het vee een forse tik te verkopen.

Ooit is de grens tussen de twee landen gemarkeerd met driehoekige betonnen palen. Zoals bij het gehucht Ormanie, diep in de bush, tussen acacia’s en struiken. Midden over de paal heen is een lijn gekerfd met links een T en rechts een K. Dat hier een grens ligt, wordt verder alleen duidelijk doordat op de mobiele telefoon een sms met ‘welkom in Tanzania’ verschijnt.

Niemand die precies weet wanneer en door wie de paal is neergezet. Het is een afgelegen gebied, waar, zoals een Masai vertelt, ‘de geiten bang zijn, omdat zij nog nooit een auto hebben gezien en gehoord.’ Ole Kuchich, iemand die vlak bij de paal zijn hut heeft gebouwd, weet zeker dat het ding er al lang moet staan: ‘Want ik was nog niet besneden en nog geen moran (krijger).’

Dacht Kuchich toen dat hij zich aan de grens moest gaan houden? ‘Oh nee, het heeft onze levens op geen enkele manier veranderd. We zijn hier allemaal buren, aan welke kant van de paal ook. Tegenwoordig zeggen mensen wel eens: Blijf aan jouw kant, maar dat neemt niemand echt serieus. We kennen geen spanningen.’

Het gebied telt regelmatig periodes van grote droogte. De Masai nemen hun koeien, schapen, geiten en ezels dan naar die plekken waar nog wel water is en te grazen valt. Sommige kuddes komen uit op de middenbermen van de wegen in de grote stad. Andere Masai trekken diep weg tussen de heuvels, op zoek naar groenere vlaktes. Namen als ‘Kenia’ of ‘Tanzania’ doen er dan weinig toe.

Dat blijkt ook als we vanaf de grenspaal met de auto een kortere en graag iets begaanbaardere weg willen vinden om weer in Namanga uit te komen. Dankzij de listige hulp van twee meeliftende Masai rijden we paspoortloos terug naar Kenia, zonder dat iemand het in de gaten heeft.

‘We zijn wel Keniaan’, zegt de jonge Brian Topoika Mwanda (22), ‘maar dat betekent niet dat we ons aan de andere kant niet thuis voelen.’ De Masai Mwanda gaat westers gekleed, hoopt binnenkort een computeropleiding te volgen en verwacht ooit op een kantoor te werken. ‘Maar ik zal altijd ook mijn eigen koeien hebben en ervoor zorgen dat iemand die laat grazen, waar dan ook.’

Zoals in het gebied rond de grensplaats Namanga. ‘Zelfs als we officieel door de hekken gaan, zien ze daar onmiddellijk dat we Masai zijn, en dus denken ze: ach, laat maar gaan. Wij weten ook wel dat er eens grens is, maar echt van groot belang is die niet. Masai zijn Masai: wij zijn vrij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden